Woody Allen van Taipei

Kai-li Peng verklaart de universele aantrekkingskracht van het werk van haar overleden echtgenoot, de Taiwanese cineast Edward Yang. Zijn oeuvre is nu te zien in een retrospectief.

Cineast Edward Yang in actie.

Dit is geen soap opera”, zeggen de personages in Mahjong (1996) regelmatig tegen elkaar. Je zou het een typisch Edward Yang-moment kunnen noemen. Zijn films gaan altijd over mensen die heen en weer geslingerd worden tussen kunst en geld, traditie en vooruitgang, en zich afvragen wie zij zijn in een steeds verder verstedelijkende en globaliserende wereld. Dat zit hun emoties, hun hoop en hun dromen in de weg.

Inderdaad. Dat zijn emoties die je in elke soap kunt tegenkomen. Ze zoeken naar liefde en geluk. Maar Yangs hoofdpersonen willen zich juist van het alledaagse onderscheiden, ook al lukt ze dat niet altijd even goed. Hij filmt zijn hoofdpersonen op een breekpunt in de geschiedenis. En doet dat met een humor en charme en in een losse stijl die doen denken aan de mozaïekfilms van Robert Altman of de familieportretten van Woody Allen. Die laatste was niet voor niets een van de lievelingsfilmers van de Taiwanees.

Yang, die in 2007 overleed, was een van de voorlopers van de Taiwanese new wave in de jaren tachtig en negentig, al is hij in Nederland minder bekend dan zijn tijdgenoten Ang Lee, Hou Hsiao-hsien en Tsai Ming-liang. Voor de Chineessprekende wereld geldt hij echter als de stem van een generatie. En niet alleen die van hemzelf, maar ook die van moderne jonge Chinezen wereldwijd, want de sociaal-economische processen die eind vorige eeuw zijn ingezet, zijn nog niet ten einde.

Integendeel, zegt zijn echtgenote Kai-li Peng. Ze is in Amsterdam voor de opening van het eerste Nederlandse retrospectief van zijn werk. Een unieke kans om de door de Martin Scorsese World Cinema Foundation gerestaureerde director’s cut te zien van zijn magnum opus A Brighter Summer Day (1991) en nieuwe kopieën van The Terrorizers (1986) of het vierluik In Our Time waarmee de Taiwanese nieuwe golf in 1982 losbarstte en waaraan Yang met de korte film Expectation bijdroeg. Het is in de meeste gevallen ook de enige kans om het slechts zeven speelfilms omvattende oeuvre te zien, want behalve bij zijn laatste film Yi Yi (A One and a Two, 2000) blokkeert gesteggel over de rechten voorlopig de verschijning van de films op dvd.

That Day, on the Beach uit 1983 was zijn doorbraak. Aldus Peng, die een carrière als concertpianist opgaf om als componist, superproducent en manusje van alles aan Yi Yi te werken. „Voor mijn ouders en hun vrienden was het de eerste film die over hún situatie ging. Edward was de eerste moderne filmmaker die in hun eigen taal tot hen sprak. Maar zijn succes was niet onomstreden. Zijn interesse in de sociale verhoudingen in de moderne stad kwam hem ook op het verwijt van intellectualisme en snobisme te staan. Maar hij was niet bang om tegen schenen te schoppen. Hij was eerlijk en trouw aan zijn ideeën. Dat spreekt nu een nieuwe generatie aan.”

Yang zelf kwam uit een traditionele Chinese familie. Hij werd in 1947 geboren in Shanghai, waar zijn ouders voor de regering van Chiang Kai-shek werkten. Na diens aftreden als president volgden ze hem in 1949 naar Taiwan, waar ze werk vonden bij de Nationale Bank, geen milieu waar de kunsten hoog in het vaandel stonden. Na een studie informatica vertrok Yang, zoals veel jonge, hoogopgeleide Chinezen in die tijd, naar de VS, waar hij als computerprogrammeur voor de Amerikaanse marine ging werken. Toen hij door een vriend werd gevraagd een scenario te schrijven, aarzelde hij echter geen moment. „Hij verkocht z’n huis in Seattle en ging terug naar Taiwan. Ik denk dat hij dacht dat hij nu wel genoeg had gedaan om zijn familie te eren en dat het tijd werd om zijn eigen dromen te vervullen”, zegt Peng.

De herwaardering van het werk van Edward Yang komt net op tijd. Niet alleen zijn de films niet makkelijk digitaal verkrijgbaar, ook is nog lang niet alles gerestaureerd. Sommige van de kopieën in het retrospectief hebben weliswaar de vintagecharme van een authentieke 35mm-film, maar ze zijn zwaar bekabeld en zitten vol stof. Peng hoopt de komende jaren een dvd-box van zijn complete werk te kunnen uitgeven. Maar ook hoopt ze financiering te vinden voor zijn laatste, onvoltooide film, een semi-autobiografische martial arts animatiefilm, waarin al zijn interesses in techniek en vooruitgang samen moesten komen. „In alle moderne steden overal ter wereld leiden mensen dezelfde levens”, zegt ze. „Edward was de eerste die zag dat we allemaal wereldburgers aan het worden waren, en juist omdat hij uit Taiwan kwam, een kruispunt in de Chinese en mondiale geschiedenis, kon hij dat tot onderwerp van zijn films maken.”

Retrospectief Edward Yang is t/m zondag te zien in EYE en het Tropentheater te Amsterdam. Een deel van het programma reist daarna langs een aantal filmtheaters. Info: tropentheater.nl.edward-yang

    • Dana Linssen