Wie doodde mevrouw Mok nu echt?

Twintig jaar na het gewelddadige overlijden van mevrouw Mok komt er een nieuw proces. Zes veroordeelden hebben mogelijk onterecht vastgezeten.

Redacteur Justitie

Amsterdam. Ze lag ruggelings en levenloos op de keukenvloer van Chinees restaurant Peacock in Breda toen de politie haar na een telefoontje van de koks vond. De 56-jarige mevrouw Mok was in de vroege zondagochtend van 4 juli 1993 na ernstige mishandelingen gewurgd in het eethuis van haar zoon. Sieraden waren verdwenen en de gokkast was opengebroken. Drie vrouwen en drie mannen, allen rond de twintig jaar, werden een jaar na het overlijden van het slachtoffer opgepakt en uiteindelijk veroordeeld voor haar dood.

Die veroordelingen deugen niet, concludeerde procureur-generaal Diederik Aben eerder dit jaar in een advies aan de Hoge Raad. Volgens de juridisch adviseur bij het hoogste rechtscollege moet er „ernstig rekening worden gehouden met de mogelijkheid” dat de verdachten slachtoffer zijn van een gerechtelijke dwaling. Hij vroeg de Hoge Raad de zaak voor nieuwe behandeling terug te verwijzen naar een gerechtshof.

Gisteren heeft de Hoge Raad met dat verzoek ingestemd. Twintig jaar na het gewelddadige overlijden van mevrouw Mok zal voor het hof in Den Haag een nieuw proces beginnen tegen de mensen die eerder straffen uitzaten van tien jaar (de mannen) of ongeveer 15 maanden (de vrouwen). Een dwaling met zes verdachten is in Nederland niet eerder voorgekomen.

Het onderzoek naar de moord mislukte aanvankelijk. Pas na informatie van een geheime tipgever van de Haagse politie kwamen de verdachten, een jaar na het overlijden van mevrouw Mok, in beeld. De mannen ontkenden betrokkenheid bij het misdrijf, maar drie vrouwen legden gedetailleerde bekentenissen af. Een vrouw trok haar verklaring later voor de zitting bij de rechtbank weer in. Technisch bewijsmateriaal was er niet, maar de rechters vonden de bekentenissen voldoende voor een veroordeling.

Dat de zaak opnieuw werd onderzocht, komt omdat een van de veroordeelden, Abdeslam T., na het uitzitten van zijn straf rechtspsycholoog Peter van Koppen en criminoloog Hans Nelen hulp vroeg om aan te tonen dat hij onschuldig achter de tralies had gezeten. De wetenschappers onderzoeken, samen met studenten rechten van de Vrije Universiteit, strafzaken van mensen die menen ten onrechte veroordeeld te zijn. Vier jaar geleden leidde dit tot het boek De dood in het Chinese restaurant, met als conclusie dat er onvoldoende overtuigend bewijsmateriaal was voor een veroordeling. Op verzoek van de procureur-generaal bij de Hoge Raad bogen rechercheurs en een officier van justitie zich opnieuw over deze zaak.

Procureur-generaal Aben kwam in juni tot de conclusie dat er negen nieuwe feiten en omstandigheden zijn die een nieuw proces rechtvaardigen. Uit nieuw onderzoek blijkt dat in het restaurant bloedsporen zijn gevonden die volgens DNA-onderzoek „afkomstig zijn van één en dezelfde onbekende man, van vermoedelijk Zuidoost-Aziatische of Oceanische afkomst.”

Ook bleken de bekentenissen van de vrouwen te zijn afgelegd na druk en sturing door de verhorende agenten. Aben concludeert dat de verklaringen „waarschijnlijk valse bekentenissen betreffen en dat zij waarschijnlijk niet overeenstemmen met de werkelijkheid”.

Ook is er nieuw technisch onderzoek verricht naar vingerafdrukken en sporen zoals haren in het restaurant. Daaruit blijkt dat deze „niet wijzen op de aanwezigheid van een of meer van de veroordeelden op de plaats delict”, aldus Aben. Bovendien zijn twee ontlastende verklaringen door de politie achtergehouden. Ze zaten niet in het dossier dat de rechters onder ogen kregen. Alleen die laatste grond is voor de Hoge Raad aanleiding te beslissen dat er een nieuw proces moet komen. De ‘zes van Breda’ woonden de uitspraak gisteren niet bij. Ze vonden dit „emotioneel te belastend’’, aldus advocaat Geert-Jan Knoops die drie verdachten bijstond.

    • Marcel Haenen