Twee Renoirs delen roodharige muze

Renoir. Regie: Gilles Bourdos. Met: Michel Bouquet, Christa Theret, Vincent Rottiers. In: 7 bioscopen.

Na het zien van Renoir had ik een onweerstaanbare behoefte om La grande illusion (1937) te herzien, de film waarin cineast Jean Renoir terugkijkt op de Eerste Wereldoorlog. Of op zoek te gaan naar een van de stille films die hij maakte met de vrouw die zowel zijn muze was als die van zijn vader, schilder Pierre-Auguste: Andrée oftewel Catherine Hessling. Over de periode waarin de roodharige, onberekenbare Andrée het leven van de twee Renoirs binnen fladderde, gaat de film Renoir.

Het is 1915, Jean is met ziekteverlof terug uit de oorlog en zijn stokoude, door reuma geplaagde vader resideert aan de Côte d’Azur omgeven door huishoudsters, minnaressen, modellen en andere nimfen. Vader Renoir omringde zich met schoonheid om schoonheid te schilderen. De wereld bevatte al genoeg ellende.

Over welke Renoir het gaat, laat deze film wat in het midden. Een kunstenaarsportret is het niet, meer een zonnige lentedag die je met wat historische figuren doorbrengt. De oude Renoir komt slecht uit de verf en een ‘portret van de filmmaker als jonge man’ van Jean is het ook niet. Dat betreur je, want in de liefde voor de ongetemde Andrée had, nu ja, een mooie film gezeten.

    • Dana Linssen