Sportverkiezing ook gala van frustratie

Verliezen bij de sportver-kiezing doet zeer. Omdat de sporters het resultaat niet eigen hand hebben. Maar het adagium is: blijven lachen.

De pijnlijkste nederlaag lijden sporters tijdens het Sportgala. Word je, zoals wielrenster Marianne Vos, olympisch én wereldkampioen, maar verlies je de verkiezing tot sportvrouw van het jaar. De voorkeur van sporters en vakjury ging gisteren in de Amsterdamse RAI uit naar tweevoudig olympisch zwemkampioene Ranomi Kromowidjojo.

Zoals alle verliezers incasseerde Vos haar nederlaag met een glimlach. Zo is de erecode: niets van frustratie laten blijken. Maar de geschiedenis leert dat een gemiste Jaap Eden er dieper inhakt dan sporters willen toegeven. Van zwemster Inge de Bruijn was bekend dat zij er moeite mee had ‘altijd maar’ van wielrenster Leontien van Moorsel te verliezen. Maar wat kan een verslagen sporter er aan doen? Niets. En daarin schuilt een deel van de ergernis: ze hebben het niet in eigen hand.

Of wat te denken van dressuuramazone Anky van Grunsven. Zij heeft de meeste olympische medailles voor Nederland gewonnen, maar is slechts één keer gekozen tot sportvrouw van het jaar. In 1994, toen ze nog olympisch kampioen moest worden. Daarom school er veel rechtvaardiging in de Fanny Blankers-Koen Carrièreprijs die Van Grunsven gisteravond ontving. Zij schaart zich daarmee in een rijtje grote sportnamen zoals Sjoukje Dijkstra, Anton Geesink, Johan Cruijff, Ard Schenk en Pieter van den Hoogenband.

Zeker pijnlijk was de nederlaag van Jacco Verhaeren bij de verkiezing van coach van het jaar. Sinds de Spelen van 2000 heeft hij olympisch kampioenen afgeleverd, met de twee gouden plakken voor Kromowidjojo in Londen als laatste bewijs van vakmanschap. Maar de man die aantoonbaar de beste resultaten heeft geboekt, werd verslagen door Daniël Knibbeler, de coach van turner Epke Zonderland. Een gevolg van het Epke-effect? Het lijkt een plausibele verklaring, want sinds de Friese turner olympisch kampioen is geworden, kent de adoratie voor hem geen grenzen. Overigens had Knibbeler het normaal gevonden als Verhaeren de prijs had gewonnen.

En hoe rechtvaardig was de verkiezing van atlete Marlou van Rijn tot gehandicapte sporter van het jaar? Kwam die titel niet tennisster Esther Vergeer toe? Zij is bijna 500 wedstrijden op rij ongeslagen en won tijdens de Paralympics in Londen in het enkelspel haar vierde gouden medaille op rij. Bovendien werd ze met Marjolein Buis ook olympisch kampioen in het dubbelspel. Beter had Vergeer niet kunnen presteren.

Maar waarom ging de voorkeur van sporters en vakjury uit naar Van Rijn, die vorig jaar als introducé het Sportgala bijwoonde, omdat ze als sporter nog niet de A-status had? Het zou te maken kunnen hebben met het niet-weer-Vergeer-gevoel. In dat geval is het helemaal onrechtvaardig dat Vergeer niet is gekozen. De tennisster was afgelopen jaar aantoonbaar de beste gehandicapte sporter, ook al verdient Van Rijn respect voor het goud (200 meter) en zilver (100 meter) dat ze in Londen won.

Minder gevoelens van onbehagen waren er bij de verkiezing van Epke Zonderland tot sportman van het jaar - zijn derde titel. Hij had in windsurfer Dorian van Rijsselberghe weliswaar een geduchte concurrent, maar de olympische titel van de turner heeft zo veel losgemaakt in Nederland, dat zijn uitverkiezing in grote meerderheid werd gesteund.

Dat de hockeyvrouwen voor de tweede keer op rij de sportploeg van het jaar werd leidde evenmin tot gefronste wenkbrauwen. Zij werden in Londen ook voor de tweede keer op rij olympisch kampioen.