Oskar Fischinger, pionier van de abstractie, in Eye

Beeld uit film van Fischinger

Oskar Fischinger: Experiments in Cinematic Abstraction In: Eye, Amsterdam. T/m 17 maart. Dagelijks 11-18u. Inl eyefilm.nl

In een vitrine van het Filmmuseum ligt een opmerkelijk briefje. Er wordt in gesteld dat arme mensen kunst meer nodig hebben dan rijke. „Europa is zo arm dat het nog gevoel voor kunst heeft.” En dus wil de schrijver terug naar Europa, hij is zelfs van plan zich in Nederland te vestigen. „Want het is veel fijner om te verhongeren met de hongerige mensen daar dan om je eigen kinderen te zien verhongeren op een plek zo rijk dat hij niet rijker kon zijn.”

De brief werd in 1949 geschreven door de Duitse kunstenaar Oskar Fischinger. Hij had Duitsland in 1936 verruild voor Hollywood, waar hij maar moeilijk aan werk kwam. Hij inspireerde Disney tot Fantasia, maar zijn ontwerpen werden door de studio steeds vereenvoudigd en figuratiever gemaakt.

Abstracte films zoals die van Fischinger zijn nog steeds niet mainstream, althans niet in de bioscoop. Toch is Fischinger een voorloper, want beeld beweegt op steeds meer plekken, van musea tot disco’s tot gevels. Je zou hem een van de eerste vj’s kunnen noemen.

Fischinger (1900-1967) maakte sinds begin jaren twintig tekenfilms die louter uit abstracte vormen bestonden, waaronder één die helemaal uit cirkels bestond. Meestal zijn het allerlei vormen die over het doek buitelen, paraderen of wervelen, eerst in zwart-wit, later in kleur, vervaardigd met behulp van allerlei vaak door Fischinger uitgevonden of vervolmaakte technieken. Ook maakte Fischinger als een van de eersten een multimediale installatie die de bezoeker volledig in beeld en geluid onderdompelt. Fischingers Raumlichtkunst uit 1926 werd door het Center for Visual Music uit Los Angeles onlangs opnieuw gecreëerd en is nu te zien in de Tate Modern in Londen. De installatie ontbreekt „om technische redenen” op de grote Fischinger-tentoonstelling die zondag openging in Eye in Amsterdam. Maar misschien is deze hele tentoonstelling, mede door de inrichting, wel als één betoverend raumlichtkunstwerk te beschouwen. In de donkere zalen lichten de vaak fel gekleurde vormen zó op dat ze lijken te gloeien. Vuurwerk. In elke zaal zijn meerdere films te zien, niet tegelijk, maar om de beurt, zodat je de bijbehorende muziek kunt ondergaan.

Fischingers werk staat ook bekend als visuele muziek, al was hij zelf niet altijd gelukkig met deze term. De mensen mochten eens denken dat zijn kunst niet op zichzelf kon staan. Het was geen illustratie, het was hoge kunst.

Misschien zou het spannend zijn om voor Fischingers films nieuwe muziek te laten maken, want die muziek is nu nogal belegen. Bekende stukken Bach en Liszt, een foxtrot, een mopje jazz, de muziek maakt de films nog truttiger dan het af en toe ook wel onnozele beeld. Fischinger had zelf liever dan muziek „een tapijt van geluid” bij zijn films gehad, is te lezen in de goed gevulde catalogus. Een geluidstapijt „geweven uit ritme en dynamiek, een soort negermuziek zonder melodie (...) die een dans extase op kan roepen.” Fischinger had wel contact met moderne componisten als John Cage, maar het is er niet van gekomen een film met hen te maken.

    • Bianca Stigter