Niet om te lachen

Buitenlandse acquisities zijn vaak killers voor een bedrijf, en dus voor ons. Het zal twintig jaar geleden zijn geweest dat de toenmalige kredietenbaas van ABN Amro Hans Foppe zijn praktijkles formuleerde.

De les van Foppe wordt steeds opnieuw geleerd en elke generatie blijkt hardleerse topmanagers, commissarissen én aandeelhouders te herbergen. Het rapport van de firma American Ap-praisal (van 20 oktober dit jaar) over de overname van een Duits gasleidingnet in 2008 door staatsbedrijf Gasunie kan aan de lange rij economische post mortems worden toegevoegd. Gasunie betaalde 2,2 miljard euro en moest vervolgens 1,8 miljard euro afboeken. Foetsie.

De les van Foppe uit 1993 is een gouwe ouwe. Tien jaar daarvoor waren RSV (Amerikaans kolengraverproject) en conglomeraat Ogem (overname Duits bouwbedrijf Beton- und Monierbau) al bankroet gegaan. Foppe maakte zelf debacles als vrachtwagenfabrikant Daf (overname British Leyland) en HCS Technology (overname Amerikaanse Savin). Tien jaar later zagen Getronics, Numico en KPN (Duitse belbedrijf E-Plus) miljarden verloren gaan met buitenlandse overnames.

Het Gasunie-rapport en de brief daarover aan de Tweede Kamer van minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem (PvdA) zijn leerzaam om drie redenen. De eerste is de tekortschietende informatie en de lachwekkende conclusies. Onbedoeld waarschijnlijk. Zo ontbreekt een feitelijke tijdslijn met de beslissing per datum, zoals de inschakeling van de externe adviseurs. Ook hun namen ontbreken. Lachwekkend is de zinsnede in de brief van Dijsselbloem dat de verkopers van het Duitse net „mogelijk een eenzijdig en rooskleurig beeld” hebben verstrekt. Iedereen die wel eens een huis heeft gekocht weet dat de verkoper altijd een rooskleurig en eenzijdig beeld schetst. Daarom: neem een goeie makelaar/adviseur.

Twee. De Gasunie én het kabinet waren gulzig. Dit was de Europese doorbraak voor onze industriepolitiek als draaischijf voor gas(transport) onder het motto ‘buurmans land komt slechts éénmaal te koop’.

Drie. Dit was de eerste grote buitenlandse overname van Gasunie. Maar het bedrijf miste c.q. negeerde informatie over een mogelijke verlaging van de transporttarieven op last van de Duitse mededingingsautoriteit. Dit zogeheten reguleringsrisico was cruciaal, schrijft Dijsselbloem nu. Oh ja? In 2007 repte minister Maria van der Hoeven (Economische Zaken, CDA) mede namens minister Wouter Bos (Financiën, PvdA) van twee grote risico’s. Die waren klein. Regulering noemden zij niet. Dijsselbloem neemt zijn voorganger Bos, die het fiat voor de overname gaf, in bescherming. De overheid werkte toen als aandeelhouder op afstand. Dat mag officieel beleid zijn geweest, maar het bijna-bankroet en de staatsinterventie bij KPN in 2001 zorgden ervoor dat het ministerie overvloedige kennis en ervaring had. Dat maakt de naïviteit en nonchalance van de Gasunie-top, de commissarissen én de eigenaar hier extra stuitend.

De redacteuren Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze wisselcolumn over economische ontwikkelingen.

    • Menno Tamminga