Column

Net geen rock-’n-roll

Kees van Kooten geeft een moeilijk dictee.

De vraag wie de Jaap Edens voor de beste sportman, -vrouw, -team enzovoorts dit jaar zouden winnen was niet zo spannend. Turner Epke Zonderland en zwemster Ranomi Kromowidjojo prolongeerden hun titels, en ook de dameshockeyers zorgden niet voor een erg grote verrassing.

Wat er wel te melden valt over het NOC*NSF Sportgala (NOS) zijn de problemen die zich voordoen bij het opzetten van een populaire show op Nederland 1. Ook die zijn niet nieuw.

Toen de AVRO dit programma nog produceerde, lang geleden, hing er altijd een waas van oubolligheid omheen. Sport was immers een aangelegenheid van morsige oudere heren met sigarenas op het vest. Restanten van de diepe verbondenheid tussen sport en een zekere regentenmentaliteit vind je nog altijd terug in de besturen van veel bonden, vooral wanneer er stress aan de knikker is (doping! geweld op het veld!) en men met gewichtige woorden stuurloosheid probeert te maskeren.

Bij de eerste rechtstreeks uitgezonden sportgala’s viel op met hoeveel ongemak de avondjurken over gespierde lijven werden gedragen. Glamour en glitter pasten slecht bij Nederlandse topsport. Maar het wende snel en nu zien de jongens en meisjes het feestje in de RAI als een hoogtepunt van het jaar. En wat zien ze er goed uit: surfer Dorian van Rijsselberghe in een ruitjespak, alle hockeydames in mini volgens afspraak en Blade Babe Marlou van Rhijn op twee kunstbenen in zilverpumps.

Topsport wordt overwegend beoefend door mensen van onder de dertig en die houden van heel andere dingen dan een beschaafde combo of een snaakse speech. Een blad als Helden of een programma als Holland Sport (VPRO) begrijpt dat en is populair bij de sporters zelf, omdat daarin hun taal gesproken wordt.

De NOS heeft besloten om de show dus ook te verjongen, maar je bent er nog niet als deejay Armin van Buuren de laatste prijs mag uitreiken of je The Voice of Holland-winnares Leona Philippo sprintatleet Churandy ‘ik-ben-blij’ Martina laat toezingen. De NOS heeft geen grote kennis op het gebied van amusementsprogramma’s en het gala is net geen rock-’n-roll.

Men doet wat men kan, de lipdub van Call Me Maybe door de sporters had enige knullige charme. Maar het ging ook gruwelijk mis, in een poging om zonder veel talent tot twee keer toe een Koefnoen-sketch te imiteren, met een dikke prins in een marine-uniform en een sloverige koningin. Niemand lachte, temeer daar de olympiërs net die middag ten paleize geluncht hadden.