Knap gedaan, simpel van geest

Life of Pi. Regie: Ang Lee.Met: Suraj Sharma. In: 104 bioscopen.

Life of Pi is geen slechte film, maar doet onwillekeurig toch hevig terugverlangen naar de tijd dat regisseur Ang Lee zich vooral onderscheidde met films over volwassen mensen met volwassen problemen. In zulke fraaie , complexe drama’s als The Ice Storm, Brokeback Mountain en Lust, Caution heeft hij daar min of meer zijn specialiteit van gemaakt. In een filmindustrie die zich vooral concentreert op een publiek van pubers, heeft hij ook niet al te veel concurrentie te duchten op dat vlak.

Ang Lee krijgt als regisseur misschien niet helemaal de waardering die hij verdient, omdat veel van zijn beste films boekverfilmingen zijn. Dat wordt toch vaak als minder bijzonder en hoogstaand gezien dan het werk van filmmakers die hun eigen materiaal ontwikkelen. Maar Life of Pi, een simplistisch verhaal met een behoorlijk sentimentele strekking, past helaas niet in het illustere rijtje van zijn beste films.

Ook de 3D helpt niet. Bij alle technische vooruitgang heeft de techniek toch nog steeds het nadelige effect van het kijken naar een kijkdoos, gevuld met rigide achter elkaar geplaatste decorstukken. De digitale tekentafel is wel ver genoeg geavanceerd om Life of Pi van een levensechte, vervaarlijke tijger te voorzien, maar de 3D-effecten leiden in feite alleen maar af van de film.

De schrijver Yann Martel verklaarde tevreden dat de film naar zijn succesroman een van de zeer zeldzame Hollywoodfilms is die religieuze vragen serieus neemt. Maar dat is maar de vraag. Life of Pi is een treffend voorbeeld van de stelling van de filosoof Charles Taylor dat religie en secularisering geen twee van buitenaf op elkaar botsende krachten zijn, maar dat de secularisering religie van binnenuit uitholt. In een seculiere tijd redeneren ook veel gelovigen eigenlijk seculier. Zo ook hier.

De hoofdpersoon van de film, de Indiase jongen Pi, zwerft na een schipbreuk over de oceaan in gezelschap van een Bengaalse tijger. Je kunt dat zien als een test van zijn geloof in ‘iets hogers’. Maar dan wel een geloof dat geen enkele aanspraak maakt op waarheid. Uiteindelijk gaat het alleen om de verbeeldingskracht en de hoop, die zijn quasireligieuze noties Pi bieden. Hollywoodfilms met die vagelijk hoopvolle strekking zijn bepaald niet zeldzaam te noemen.

Life Of Pi is technisch en dramaturgisch zeker heel wat beter gemaakt dan het rommelige, kleffe Cloud Atlas, een magisch-realistische vertelling die wel enigszins vergelijkbaar is. Life of Pi is eveneens gebaseerd op een boek dat lange tijd als ‘onverfilmbaar’ is beschouwd. Maar vergeleken met Ang Lee op zijn best is deze film teleurstellend doorzichtig: het is beter om in iets te geloven dan in niets. Tja. Dat is het type waarheid als een koe waar de gekwelde cowboys in Brokeback Mountain of de verwaarloosde buitenwijkkinderen in The Ice Storm geen steek verder mee zouden komen. Dat zegt wel iets.