Het lijkt Guantanamo Bay, maar het is Den Haag

In het Internationaal Strafhof in Den Haag zitten drie Congolese mannen al bijna twee jaar gevangen zonder te zijn aangeklaagd. Ze kwamen om te getuigen, maar vroegen asiel aan.

Den Haag. Getuige nummer 228, nummer 236 en nummer 351 van het International Criminal Court (ICC) kwamen in maart vorig jaar aan op Schiphol om voor het strafhof te vertellen over de daden van de Congolese rebellenleiders Germain Katanga en Matthieu Ngudjolo Chui. Volgens de aanklager van het internationale hof trokken die verdachten in 2003 met hun mannen het dorp Bogoro in Oost-Congo binnen en vermoordden en verkrachtten iedereen die zij tegenkwamen. Honderden bewoners werden levend verbrand in hun huizen en vrouwen als seksslavinnen toegewezen aan kindsoldaten. De drie getuigen waren door de verdediging opgeroepen om die lezing te ontkrachten.

Gisteren werd Ngudjolo door het ICC vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs. Maar zijn getuigen hebben geen enkel uitzicht op vrijlating. Mede dankzij het gerechtshof in Den Haag dat, ook gisteren, heeft bepaald dat hun cel in Scheveningen voorlopig de beste plek voor ze is. „Een kafkaëske situatie”, zegt Göran Sluiter, een van hun advocaten.

De legitimiteit van het internationale strafhof in Den Haag staat of valt met het horen van getuigen uit door oorlog verscheurde landen. Zowel de slachtoffers en de nabestaanden als de daders en hun medestanders. Deze drie getuigen waren zelf leidende figuren van milities in het oosten van Congo en zaten al jaren vast in de beruchte Makala gevangenis. Ze zouden onder meer betrokken zijn bij het doden van negen VN-soldaten, maar waren nooit formeel beschuldigd of vervolgd, zeggen hun advocaten. Congo was bereid de gevangenen ‘uit te lenen’ aan het ICC. Het strafhof zou hen vastzetten in de gevangenis in Scheveningen en na hun verhoor zorgen voor hun terugkeer. Zo was het plan althans.

Maar zodra de mannen hun getuigenissen hadden afgelegd, besloten ze in Nederland asiel aan te vragen. In hun verklaringen voor het ICC hadden zij de Congolese president Joseph Kabila aangewezen als de hoofdschuldige voor het bloedbad in Bogoto. „Daarom zijn ze hun leven in Congo niet zeker”, zegt Flip Schüller, hun andere advocaat.

Het resultaat van hun getuigenis bracht niet alleen de drie mannen, maar ook het strafhof én Nederland in een lastige positie. Het ICC heeft volgens haar eigen statuten de plicht om getuigen te beschermen, maar ook de taak om ze na hun verklaring onmiddellijk terug te bezorgen aan het land van herkomst.

Nederland profileert Den Haag als juridische hoofdstad van de wereld, maar vreest de aanzuigende werking als getuigen met een bezoek aan het strafhof permanent verblijf kunnen krijgen. Daarom wilde de overheid de asielaanvragen in eerste instantie niet in behandeling nemen. De ICC-cellen in Scheveningen staan formeel niet op Nederlands grondgebied, zo was de redenering, dus zouden de drie niet voor asiel in aanmerking komen.

Inmiddels wordt er ruim anderhalf jaar juridisch met de mannen gepingpongd. Een jaar geleden besloot de rechtbank in Amsterdam dat de asielaanvraag tóch door Nederland behandeld moest worden. Een asielzoeker mag de procedure normaal gesproken hier afwachten, al dan niet in vreemdelingendetentie. Maar gisteren oordeelde het gerechtshof in Den Haag dat Nederland nú niet verantwoordelijk voor ze is. Tot er uitsluitsel is over hun asiel moet het ICC ze in hun Scheveningse cel laten zitten.

„De staat probeerde deze mensen moedwillig buiten de Nederlandse wet te houden”, zegt Schüller. „Het lijkt Guantanamo Bay wel.” Zijn collega Sluiter legt uit: „Er is bij het ICC geen rechter waar ze hun detentie kunnen aanvechten. En geen mensenrechtenhof houdt er toezicht op.”

Inmiddels is duidelijk dat aan twee van de drie geen asiel wordt verleend en zal een beslissing voor de derde snel volgen, laat een woordvoerder van het ministerie van Veiligheid en Justitie weten. Schüller heeft de afwijzing al aangevochten. Dat proces, en dus de detentie, kan nog jaren duren.

De asielaanvragen zijn verworpen omdat de mannen mogelijk oorlogsmisdadigers zijn. Op basis van het zogeheten 1F-criterium van het Vluchtelingenverdrag mag Nederland asielzoekers weigeren als er „een ernstige veronderstelling is dat zij betrokken zijn bij geweest bij oorlogsmisdaden of misdrijven tegen de menselijkheid”, zegt criminoloog Joris van Wijk van de VU.

Van Wijk noemt dit een „strategisch belangrijke zaak”, omdat ongeveer hetzelfde straks kan spelen voor de vrijgesproken Ngudjolo. „Als hij na hoger beroep inderdaad wordt vrijgelaten, kan hij ook zeggen dat hij niet terug durft naar Congo. En dan begint het hele circus opnieuw.”

Opvallend is de bijrol die minister Frans Timmermans (Buitenlandse Zaken, PvdA) speelt in de zaak. Als Kamerlid zei hij over de drie getuigen eerder dit jaar tegen Trouw: „Iemand die met belastende verklaringen over Kabila komt, overleeft het geen dag als hij wordt teruggestuurd naar Congo.” Of de minister daar nog steeds zo over denkt, kan zijn woordvoerder niet zeggen.