Harde kritiek op ministerie van Clinton

Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken is ernstig tekort geschoten bij de beveiliging van het consulaat in de Libische stad Benghazi, dat op 11 september doelwit was van een bestorming. Daarbij kwamen vier Amerikanen, onder wie de ambassadeur, om het leven.

Er waren onvoldoende ervaren beveiligers, men vertrouwde voor bewaking te veel op lokale milities en het ministerie in Washington negeerde verzoeken van de ambassade in Tripoli om meer beveiligers voor het consulaat. Een onafhankelijke onderzoekscommissie trekt die harde conclusies en doet daarnaast concrete aanbevelingen om de beveiliging van diplomatieke posten te verbeteren. Minister Clinton heeft meteen laten weten die aanbevelingen over te nemen. Haar departement wil er 1,3 miljard dollar voor uittrekken.

Amerikaanse inlichtingendiensten hadden vooraf geen waarschuwing doen uitgaan over de kans op een aanval. Maar ambassadeur Stevens had zijn superieuren in Washington wel per email gemeld dat er een ‘veiligheidsvacuüm’ in Benghazi was.

Het departement van Clinton wordt verweten dat er onduidelijkheid was over wie verantwoordelijk was voor de veiligheid van de diplomaten en dat de onderlinge communicatie gebrekkig was. Een extra probleem was volgens de commissie dat het consulaat bemand werd door weliswaar toegewijd maar onervaren diplomatiek personeel, dat er bovendien vaak slechts voor zes weken of minder gestationeerd was.

De commissie stelt vast dat er voor de aanval geen protesten tegen een anti-islamfilm in Benghazi waren, anders dan VN-ambassadeur Rice enkele dagen later nog op televisie zei. (AP, Reuters)