Er moeten in het land dingen gebeuren. Daar wil ik bij zijn

Lodewijk Asscher hield de boot lang af, maar is nu toch minister. Hij moet een regeerakkoord uitvoeren waaraan hij geen deel had, en samenwerken met ‘rechtse corpsbal’ Rutte die hij eerder oppervlakkigheid verweet. En dan al die hoge verwachtingen. „Straks denken ze nog dat ik er zelf zo over denk.”

Lodewijk Asscher in zijn werkkamer op Sociale Zaken: „Alles wat ik zeg, heeft nu veel meer gewicht.” Foto Roger Cremers

Zes weken na de beëdiging van het kabinet dat mede zijn naam draagt, geeft Lodewijk Asscher pas zijn eerste interview aan een krant. Bewust. „Ik wilde eerst gewoon aan het werk. Dossiers lezen. De Tweede Kamer ontmoeten en vertellen wie ik ben. Dat helpt om de verwachtingen te temperen.”

Lodewijk Asscher (38) is het afgelopen jaar vaak opgehemeld. Door zijn achterban, en door de media. Hij was de grote belofte uit Amsterdam. De verlosser van de PvdA.

Al die hoge verwachtingen, zegt hij, vindt hij „verschrikkelijk”. „Er komt iemand van buiten naar Den Haag, en die wordt zó op het schild gehesen. Dat maakt toch een ongelooflijk onsympathieke indruk? Straks denken ze nog dat ik er zelf zo over denk.”

Drie keer sprak deze krant dit jaar met Asscher. Het ging over de hoge verwachtingen. En over de vraag: gaat hij naar Den Haag, of niet? Bij de eerste twee gesprekken is Asscher stellig: hij wil in Amsterdam blijven. Bij het laatste gesprek, twee dagen geleden, zitten we toch in Den Haag, op de werkkamer van de vicepremier en minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Hebben die journalisten die steeds zeiden ‘Asscher is op weg naar Den Haag’, niet toch gelijk gekregen?

„Nee, ik was niet op weg naar Den Haag. Ik heb ook lang gedacht dat ik nooit naar Den Haag zou gaan. Deze zomer heb ik er uitgebreid over gepraat met mijn vrouw. En met Wouter Bos. Uiteindelijk kwam ik tot de conclusie: dit is toch het moment om het te doen. Je kunt wel denken: ik wil later nog eens vicepremier worden, als ik 45 ben, of 55. Maar toen het zo concreet aan de orde kwam, dacht ik: er moeten zulke ingrijpende dingen gebeuren in Nederland, daar wil ik bij zijn.”

Wat vindt u van de Haagse politiek, zes weken na uw komst?

„Wat ik positief vind, is het contact met de Tweede Kamer. De Kamerleden zijn goed voorbereid en geïnteresseerd in een inhoudelijk debat. De spookbeelden die ik had – hijgerigheid, debatten die ontsporen, op de man spelen – blijken niet te kloppen.”

En wat valt er tegen?

„Waar ik aan moeten wennen, is de enorme mediahectiek. Zoals bij de crisis over de zorgpremie. Bij de ingang van het Torentje werd ik overlopen door journalisten. Ik wist niet wat me overkwam! In Amsterdam stonden er misschien twee of drie – hier is het een soort muur. Ik kwam bijna te laat op mijn sollicitatiegesprek bij formateur Rutte. Tijdens de wandeling ernaartoe liep ik keurig alle vragen van journalisten te beantwoorden. De woordvoerders zeiden: je moet wel blijven lopen!

„Alles wat je zegt, heeft nu veel meer gewicht. Laatst had ik overleg in de Tweede Kamer. Ik zei tegen de Kamerleden: staatssecretaris Klijnsma laat zich excuseren. Ze is dit weekend van haar tandem gevallen, en ze heeft te veel pijn om hier te zijn. Toen ik even later mijn telefoon optilde, stond er op teletekst: Klijnsma van tandem gevallen.”

Terug naar april dit jaar, het eerste gesprek. De wereld van – dan nog – wethouder Asscher ziet er heel anders uit. Job Cohen is net afgetreden als PvdA-leider, Diederik Samsom gekozen tot opvolger. In het Catshuis proberen VVD, CDA en PVV een akkoord te bereiken over extra bezuinigingen.

Asscher heeft andere dingen aan zijn hoofd dan Den Haag, zegt hij. De meerjarenbegroting van de gemeente. De taalachterstand van jonge Amsterdamse kinderen. De bezuinigingen die op de hoofdstad afkomen. Hij verzet zich met hand en tand tegen de plannen van Rutte I.

Toch is zijn contact met het rechtse kabinet, zegt Asscher, „heel erg goed”.Premier Rutte noemt hij „sympathiek” en „enthousiasmerend”. Maar hij heeft ook stevige kritiek. „Ik zie geen agenda. En ik vind hem teleurstellend in de oppervlakkigheid waarmee hij het doet. Zelfs als je in ogenschouw neemt dat Rutte in een lastige situatie zit, vind ik het mager.”

Rutte en u lijken op elkaar: jong, ambitieus, toegankelijk. Voelt u verwantschap?

Asscher ontwijkt de vraag. „Toen Rutte nog geen premier was, heeft hij een keer in een tv-programma iets geroepen over mijn aanpak van de Wallen. Wat een onzin, gezellig toch die hoeren – zoiets. Toen heb ik hem uitgenodigd. We hebben geluncht in Brasserie Flo bij het Rembrandtplein. Daar bewaar ik positieve herinneringen aan.”

Nog geluncht sinds Rutte premier is?

„Nee. Hij heeft wel iets anders te doen.”

Hij heeft, zegt hij tijdens het eerste gesprek, moeite om enthousiast te zijn over zijn PvdA-collega’s in Den Haag. Anderhalve maand daarvoor is Job Cohen ten val gebracht als fractievoorzitter, met een fluistercampagne in de media. Cohen was Asschers leermeester in Amsterdam, ze hebben nog steeds veel contact.

„Dit is voor een PvdA’er heel moeilijk. Ik wil trots zijn op mijn club, en me er niet voor schamen. Als PvdA’ers moeten we de samenleving beter maken. Maar als mensen in de krant anoniem negatieve dingen over elkaar gaan zeggen, dan schaam ik me.”

De oppositie tegen het kabinet-Rutte, zegt Asscher, is tot dan toe weinig overtuigend geweest. „Als je wil dat mensen op je stemmen, moet je laten zien waar je naartoe wil. Waarom zou je op iemand stemmen van wie je denkt: hij kiest niet, hij durft niet, hij zegt niet wat hij echt vindt? Als je de hele tijd denkt: we moeten De Telegraaf pleasen, dan wordt het een heel lange route.”

Als een mogelijke transfer naar Den Haag ter sprake komt, is Asscher vrij resoluut. Expliciet uitsluiten doet hij het niet. Maar hij noemt het Binnenhof ook een „circus”, en houdt een lofzang op de Amsterdamse gemeentepolitiek.

U bent behoorlijk negatief over Den Haag.

„Ja, inderdaad. Het is verschrikkelijk belangrijk dat daar goed werk wordt gedaan. Maar ik geloof niet dat het in Den Haag zoveel leuker is dan hier in Amsterdam. Ik geloof niet dat het landsbelang daar altijd bovenaan de agenda staat.”

Half juni volgt een tweede gesprek, nu per telefoon. Rutte I is inmiddels gevallen. Er is een Lenteakkoord over de begroting van 2013, waar de PvdA niet aan heeft meegedaan. Er is een datum voor verkiezingen. Alle partijen zijn druk met verkiezingsprogramma’s en kandidatenlijsten. In de peilingen staat de PvdA op een zetel of 15.

Erg rouwig was Asscher niet om het einde van Rutte I. „Ik had wel de zorg: wat betekent dit voor Nederland? Maar ik vond het prima dat het kabinet uitgeregeerd was. Ik heb er nooit veel warme gevoelens voor gekoesterd.”

Via Twitter heeft Asscher laten weten dat hij – op dat moment – geen ambities heeft om PvdA-leider te worden: „Ik doe niet mee aan de lijsttrekkersverkiezing. Ik steun @dieriksamsom en wil vanuit 020 helpen de PvdA dit najaar de grootste te maken.” Die tweet, zegt Asscher, verstuurde hij op de zondagavond na de kabinetsval – om een einde te maken aan alle speculaties.

„Het was vrij extreem. Ik had al een miljoen keer gezegd dat ik geen PvdA-leider wilde worden. Toch begonnen de journalisten er wéér naar te vragen. Dus heb ik Diederik Samsom gebeld en gezegd: ik wou nog maar eens bekendmaken dat ik geen PvdA-leider wil worden. Wat vind je daarvan? Dat vond hij wel een goed idee.”

Al die gekke journalisten blijven maar geloven dat u wél Haagse ambities heeft.

„Niet alleen de journalisten. Meer mensen denken het: binnen de partij, ambtenaren op de gang, mensen bij mij in de buurt. Er leeft een enorm sterke verwachting dat iedere politicus in zijn hart eigenlijk op weg is naar Den Haag.”

Enig idee waar die hardnekkigheid vandaan komt?

„Nee, dat weet ik niet precies. Het kan best zijn dat ik nóg duidelijker had moeten zijn. Voor mijn eigen gevoel ben ik die boodschap al vrij lang consistent aan het afgeven. Maar ja, ik heb nooit een been afgezet om het duidelijk te maken. En mensen zijn eraan gewend politici niet te geloven – zeker in dit soort zaken.”

In de zomer van 2013, zegt Asscher, beslist hij over zijn toekomst. Niet eerder. Alle opties liggen open – ook opnieuw wethouder worden in Amsterdam. „De kans is niet groot, maar ik sluit het niet uit.” En als er aan het einde van de formatie een telefoontje van Diederik Samsom komt: of hij minister wil worden? Stilte. „Nee, ze weten daar in Den Haag heel goed dat ik mijn termijn in Amsterdam graag wil afmaken. Volgens mij is dat prima. Ook voor de Haagse PvdA-top. Die vinden het ook belangrijk dat ik het in Amsterdam goed doe – voor zover dat in mijn vermogen ligt.”

De Vraag kwam toch, vertelt Asscher tijdens het derde gesprek. Het was midden juli, twee dagen voor het begin van de zomervakantie. Hij had een „lange bijpraatafspraak” met Diederik Samsom. Ze hadden het over de campagne. „En toen zei Diederik: ik moet je nog iets anders vragen. Ook al staan we er nu heel beroerd voor, er is een kans dat we moeten gaan regeren. Dan wil ik dat jij vicepremier wordt. Als het zeker nee is, dan wil ik dat graag horen.” Gniffelend: „Er zat al een licht dwingende beweging in, ja. Ik vroeg: wat is je deadline? Diederik zei: voor verkiezingsdag moet ik het weten.”

Wat was uw eerste reactie?

„Nou, ik schrok er wel een beetje van. Ik vond het prettig dat ik lekker vanuit Amsterdam mijn werk kon doen. Het was de eerste keer dat het zo’n concreet, klemmend verzoek was. Ik vond dat wel heftig. In het weekend voor de verkiezingen heb ik Samsom laten weten: als er een regeerakkoord komt waarin ik me kan vinden, zal ik geen nee zeggen. Toen wist ik: nu ik dit heb gezegd, is het moeilijk om nog terug te krabbelen.”

Heeft u nog getwijfeld: kán ik het wel?

„Natuurlijk. Ik heb altijd de neiging om mezelf in twijfel te trekken. Doe ik de dingen wel goed genoeg? Bij deze vraag had ik dat ultiem. Wat scheelde, is dat Diederik Samsom er goed over had nagedacht. Hij vroeg me niet zomaar.”

Asscher was betrokken bij de formatie. Hij belde en sms’te regelmatig met Samsom. Drie keer praatte de PvdA-leider hem persoonlijk bij – in het diepste geheim. Dat gebeurde thuis bij een medewerker van Samsom, in Den Haag. „We konden niet tegelijkertijd arriveren. Diederik kwam uit de onderhandelingen, ik zat alvast te wachten in dat huis. Ik kende die jongen die er woonde ook niet. Van tevoren hadden ze me gevraagd: heb je nog speciale wensen? Ik had laten weten: alléén blauwe M&M’s, zoals sommige sterren doen. Geintje. Maar er stond inderdaad een schaal blauwe M&M’s.”

Heeft u eisen gesteld aan het regeerakkoord?

„Die positie had ik niet in de onderhandelingen. Ik heb wel aangegeven wat ik belangrijk vond, maar het was duidelijk dat ik daar niet aan tafel zat. De hand van Asscher is in het regeerakkoord niet direct aanwijsbaar. Die zal de komende tijd zichtbaar moeten worden.”

U heeft Samsom dus carte blanche gegeven?

„Zeker. Maar als ik ongelukkig was geweest met het regeerakkoord, was ik niet gekomen. Die exit-optie was er.”

De dag na de presentatie van het regeerakkoord is Asscher wezen eten met Mark Rutte. Locatie: het deftige Amrath Hotel in Amsterdam. „Daar kon je apart zitten. We hebben ontzettend leuk zitten praten. Hoe gaan we dit kabinet leiden? Wat doen we als er problemen zijn?”

Hebben jullie het nog gehad over uw opmerking, twee jaar geleden, dat hij zich gedroeg als een „rechtse corpsbal”?

„Nee. Later heb ik hem nog een keer gevraagd, omdat iedereen er steeds weer over begon, of hij er mee zat. Dat was niet zo.”

Hij doet een aardige Rutte-imitatie. „Nee man!”

In april zei u dat Rutte zijn kabinet leidde met „oppervlakkigheid”. Vindt u dat nog steeds?

Dit is het enige moment dat Asschers zinnen er niet vloeiend uitkomen. „Kijk, ik kan niet van binnen zien hoe hij het toen deed. Maar nu vind ik het leuk en inspirerend om met Rutte te werken. Ik vond dat het kabinet-Rutte I in alles iets van een gelegenheidscombinatie had. Het straalde weinig passie uit. Nu zijn we pas net uit de startblokken, het is misschien te vroeg om te zeggen, maar ik heb er veel vertrouwen in…”

Met dezelfde man die een gelegenheidscombinatie runde, met weinig passie?

„Ik zeg niet dat hij het met weinig passie deed, op mij kwam het zo óver. Vermoedelijk deed hij het heel bekwaam en enthousiast.”

U zei ook: zelfs als je in ogenschouw neemt dat Rutte in een lastige situatie zit, vind ik het mager. Is dat veranderd?

„Politiek gezien is onze samenwerking misschien ingewikkeld omdat VVD en PvdA zulke verschillende wereldbeelden hebben. Maar de ministers vormen een ontzettend collegiale, professionele ploeg. Ze willen wat dóén. Ik denk dat dit voor Rutte een prachtig kabinet is om voor te zitten.”

Mooier dan het vorige kabinet?

Lachje. „Dat vind ik wel.”

    • Thijs Niemantsverdriet