De straat als podium voor de jeugd

‘When you’re a Jet you stay a Jet’: klassiek versus streetdance in West Side Story

West Side Story (rerelease). Regie: Robert Wise en Jerome Robbins. Met: Natalie Wood, Richard Beymer, Russ Tamblyn, George Chakiris, Rita Moreno. In: 6 bioscopen.

Toen Leonard Bernstein begin jaren tachtig terugkeek op het enorme succes van West Side Story, waarvoor hij de muziek componeerde, kon hij niet anders dan constateren dat de musical tijdloos was. Dit speet hem een beetje, want het betekende immers dat de bendeoorlogen van de film geen verleden tijd zijn.

Ook in veel andere opzichten is West Side Story tijdloos, zoals nu weer te constateren is dankzij Filmmuseum Eye, dat de klassieker in een nieuwe gerestaureerde kopie digitaal heruitbrengt – in Eye draait de 70mm-versie. De choreografie van Jerome Robbins staat dicht bij wat tegenwoordig ‘streetdance’ heet: vitaal, dynamisch, intens. Robbins creëerde een intrigerende mengvorm van ballet en moderne dans. In de schitterende openingsscène gaan de alledaagse bewegingen van de bendeleden vrijwel ongemerkt over in dans en verandert de straat voor eventjes in een podium waarop de jeugd zich laat gelden. Robbins’ choreografie van het nummer Cool kan hun energie en agressie nauwelijks in toom houden. De dans is letterlijk laag-bij-de-gronds en weerspiegelt zo hun basale emoties.

In de opwindende (Jet Song, America, I Feel Pretty) en lyrische (Tonight, Somewhere) liedjes verenigt Bernstein populaire en klassieke muziek. Zo draagt Bernsteins muzikale smeltkroes bij aan het thema van West Side Story: het ideaal van het vredig samengaan van diverse etnische bevolkingsgroepen. Anno 2012 nog steeds brandend actueel.

De liedteksten van Stephen Sondheim bezitten ook een tijdloze kracht die nog steeds weet te emotioneren. Of doen glimlachen, zoals het amusante Officer Krupke, waarin de ‘jeugd van tegenwoordig’ alle oorzaken de revue laat passeren waarom ze zo ontspoord is: mislukte opvoeding, gebrek aan liefde, werkloosheid, luiheid, het gevoel onbegrepen te zijn – een sociale analyse die nog steeds opgeld doet.

In 1957 maakte West Side Story zijn debuut op Broadway. Het was een artistiek en commercieel succes, maar geen enorme hit. Dat veranderde door de filmbewerking uit 1961. Deze was wereldwijd een enorme blockbuster en kreeg in 1962 maar liefst tien Oscars, waaronder die voor beste film en beste regie. De 70mm-versie van West Side Story draaide 93 weken in het Amsterdamse Du Midi-theater. In Nederland zagen 2,7 miljoen mensen de film, die vooral op de jeugd een onuitwisbare indruk maakte. Eindelijk zagen zij hun generatie terug op het witte doek.

Het idee om een update te maken van Shakespeares Romeo & Julia, maar dan gesitueerd in de moderne wereld, kwam van Jerome Robbins. In West Side Story is dat het New York van de jaren vijftig. Hier vechten de uit Puertoricanen bestaande Sharks tegen de blanke Amerikanen van The Jets. Maar als Tony, voormalig leider van The Jets, verliefd wordt op Maria, de zus van Sharks-aanvoerder Bernardo, is er de tijdelijke wil het conflict tussen de twee bendes op te lossen. Totdat een gevecht uit de hand loopt, er doden vallen en de haat weer opflakkert.

Vakman Robert Wise maakte van West Side Story een echte film. In de proloog wordt een abstract patroon langzaam een deel van New York, waarna prachtige luchtopnames volgen. Wise voert ons zo langzaam mee naar de wijk waar het drama zich gaat afspelen. Zijn stijl is rustig. De camera filmt de actie en dansnummers meestal in lange opnames. Als er gemonteerd wordt, benadrukt dat altijd een (verandering van) emotie. Echt expressieve technieken bewaart Wise voor de finale. Aan het eind van een dodelijke vechtscène staat de camera opeens scheef, en in de slaapkamer van Maria knallen op de achtergrond felrode en blauwe lichtbronnen op elkaar, die haar verwrongen geest reflecteren. Want kan zij nog van de man houden die haar broer heeft gedood?

    • André Waardenburg