De bank en haar koppige klant

Een man stak een ton in Lehman Brothers, verloor het geld – en nu moet de bank hem terugbetalen. Advocaten zien in de zaak munitie om ook andere gedupeerde beleggers te helpen.

Op een dag in oktober, zeven jaar geleden inmiddels, loopt een 71-jarige man binnen bij zijn bank. Hij wil graag de winst op de verkoop van zijn flat beleggen, maar zegt dat hij „geen enkele ervaring” heeft met investeren, en dat hij dit „defensief” wil doen. Tegelijk wil hij het volledige bedrag in één beleggingsproduct stoppen, zogeheten ‘Lehman Brothers Steepener Notes’, bedrijfsobligaties. De bank adviseert hem dat niet te doen en zijn beleggingen te spreiden. Maar de man wil er niet aan: alles moet in deze Lehman-notes. Aan het einde van hetzelfde gesprek tekent de man het contract. Drie jaar later wordt het crisis en valt de bank om – de man verliest nagenoeg zijn hele inleg. Nu beslist het financiële klachtenorgaan Kifid dat de man zijn geld terug moet krijgen van de bank. De verliezer wordt weer winnaar.

1 Waar komt de zaak op neer?

De klant verwijt de bank dat die hem geen bekwaam advies heeft gegeven. De bank zegt echter dat de klant door zijn koppige gedrag zelf verantwoordelijk is. In een interne notitie van het gesprek schrijft de bank: „Obligatiefondsen spreken hem niet aan omdat deze vooraf niet bepalen welke uitkering er per jaar volgt.” En: „Belanghebbende vertrouwt op het feit dat deze Amerikaanse zakenbank al decennia bestaat.” De man zegt: „al 130 jaar”.

2 Dan heeft de bank toch aan haar zorgplicht voldaan?

Dat vonden de tuchtrechters in eerste aanleg ook, vooral omdat de man toch niet te overreden zou zijn geweest een andere beleggingsstrategie te volgen. Maar in hoger beroep concluderen ze dat er „geen grond” isom dat laatste aan te nemen. De bank had strenger moeten zijn. „Zij had haar klant nadrukkelijk en in niet mis te verstane bewoordingen duidelijk moeten maken dat zijn wens om in één product te beleggen [...] niet strookte met zijn risicobereidheid.” Met ander woorden: Ze hadden dus nee moeten zeggen tegen de klant.

3 Waarom is deze zaak van belang voor anderen dan de 71-jarige man?

Advocaten die gedupeerde beleggers vertegenwoordigen, zien in de uitspraak jurisprudentie die ze voor hun zaken kunnen inzetten. En daarvan zijn er nogal wat. Bij het Kifid liggen er honderden, zegt advocaat Paul van Straaten van de stichting Vermogensmonitor. „Banken zijn als de dood voor een waterval van claims.”

4 Banken hebben dus een grotere verantwoordelijkheid dan de vragende klant?

Kifid vindt van wel. Een woordvoerder: „De jurisprudentie ontwikkelt zich steeds verder. Dat gaat nu zo ver dat als de klant een eigen wil heeft, en de bank zich te slap opstelt, de bank uiteindelijk toch verantwoordelijk is. Banken moeten bereid zijn indringend tegen een klant in te gaan.”

Jurjen Lemstra van advocatenkantoor Lemstra Van der Korst zegt dat het „ook opvallend is dat het hier om een ‘adviesrelatie’ gaat”. Als banken voor klanten beleggen, ligt de verantwoordelijkheid traditioneel merendeels bij hen. Als banken alleen advies geven, ligt die verantwoordelijkheid meer bij de klant. Dat is nu dus aan het veranderen. Lemstra: „Een handtekening onder een document dat je je bewust bent van de risico’s is niet meer genoeg.”

5 Waar kunnen gedeputeerden terecht?

Bij het Kifid, maar ook bij de reguliere rechter. Voor het gerechtshof in Den Haag diende eind vorig jaar een kort geding tegen Staalbankiers en bij de rechtbank van Amsterdam lopen ook drie zaken. Daar is de claim dat gesteld is dat de beleggingsproducten veilig waren.

6 Hoe reageren de banken?

Ze gaan in beroep. En zeggen sowieso weinig vertrouwen te hebben in de uitspraken. „Bankiers hadden hun hoofd tijdelijk deemoedig gebogen”, zegt Hendrik-Jan Bos van advocatenkantoor Bos & Partners, dat ook namens gedupeerden procedeert. „Maar ze gaan weer gewoon op de oude voet verder.”