‘Alsof God je zegt deze film te maken’

Life of Pi moest niet te uitsloverig ogen, vindt de Taiwanese regisseur Ang Lee. Het is immers een spirituele reis.

Scène uit de film Life of Pi, met in de hoofdrol de Indiase acteur Suraj Sharma.

Kotszakjes mogen thuisblijven. „Ik heb mijn best gedaan om ervoor te zorgen dat het publiek niet zeeziek wordt”, zegt regisseur Ang Lee (58). Toch zijn de boot, de golven, de jongen en de tijger in Life of Pi levensecht.

Vier jaar had Ang Lee nodig om Yann Martels boek over de Indiase jongen Pi, die 227 dagen samen met een tijger op de oceaan dobbert, in 3D te verfilmen. „Die techniek had ik nog nooit gebruikt, dit is veruit de moeilijkste film die ik ooit gemaakt heb.” En dat wil wat zeggen, want de Taiwanees-Amerikaanse regisseur heeft een uiterst gevarieerd aanbod (Brokeback Mountain, die hem een Oscar voor beste regie bezorgt, Hulk, Crouching Tiger Hidden Dragon, Sense and Sensibility) op zijn film-cv staan. „Er zijn een paar ongeschreven regels in de filmindustrie”, zegt Lee. „Werk niet met kinderen, werk niet met dieren en werk niet met water. In deze film zitten alle drie die elementen.” En oh ja, hoofdrolspeler Suraj Sharma (19) had nooit eerder geacteerd en kon niet zwemmen.

U heeft flink wat risico genomen met deze film.

„Ja, maar als je heel erg geobsedeerd bent door het verhaal, krijg je het gevoel dat God je vertelt om die film te gaan maken. Als het niet de God-god is, dan wel een filmgod. Ik heb altijd het gevoel dat een film zijn publiek wil ontmoeten, en jij de uitverkorene bent om dat te bewerkstellingen. Ik voel die band altijd. Ik hoor bij die film en die film hoort bij mij. Net als ik en Suraj.”

Suraj was gecast op zijn zestiende en had geen enkele acteerervaring. Hoe was het om met hem te werken?

„Hij moest in heel korte tijd een heel goede acteur worden. Het makkelijke aan beginnen vanuit het niets is dat je geen slechte gewoontes hoeft kwijt te raken. Je hebt al zijn onschuld, en zijn bereidheid en toewijding om te geloven wat je tegen hem zegt, dat is goud. Daarbij is hij een ongelofelijk talent.

„Voor het laatste deel van de film moest Suraj veel afvallen en in dat deel van het verhaal verliest Pi zijn besef van de werkelijkheid. Zijn ogen stralen spiritualiteit uit. In die laatste maanden van de opnames heb ik iedereen verboden om met hem te praten en gaf ik hem muziek om naar te luisteren. Die tijd was heel emotioneel. We filmden drie maanden niets anders dan Pi. Een Pi die grip op de werkelijkheid verliest, midden op de oceaan.”

Hoe hebt u de oceaan geregisseerd?

„Ik zag de oceaan als een visualisatie van Pi’s gemoedstoestand. Dus ik maakte tekeningen die aangaven wat voor golven we moesten produceren. Het was een uitdaging om de oceaan na te bootsen, omdat we alles opnamen in een watertank waarbij de golven terug klotsten, terwijl deze in een echte oceaan doorgolven en uit het beeld verdwijnen. Wat je uiteindelijk in de film ziet, is dat de boot reageert op het water uit de tank, maar het grotere plaatje van de oceaan is digitaal gemaakt in 3D.”

Waarom koos u voor 3D?

„Ik wilde dat de ervaring van de film net zo uniek zou zijn als Yann Martels boek. En dat betekende dat ik de film moest maken in een andere dimensie, in een nieuwe filmische taal.”

Is die filmische taal anders dan in Avatar?

„Ja, toen James Cameron Avatar maakte, wilde hij een belangrijk punt maken: 3D gaat er niet zozeer om dat je je hand uit het scherm kunt steken. Dus hij stopte heel voorzichtig alles ‘achter het scherm’. Alsof je door het raam naar binnen kijkt. Ik denk dat het grootste verschil is dat we nu veel meer dingen uit het filmdoek durven laten komen. Maar 3D-technologie gaat zo hard vooruit, over een jaar zullen mensen naar mijn film kijken en zeggen dat ik te voorzichtig was.”

Vindt u dat besef moeilijk?

„Nee, dat is juist spannend! Er wordt nu een nieuwe filmische taal gecreëerd tussen de film en het publiek. Het is een taal die niet bestaat en we zijn hem nu allemaal tegelijk aan het leren.”

Hoe leert u die taal dan?

„Er is een belangrijke les die ik mezelf heb geleerd: laat niemand je vertellen wat 3D is. Je moet zelf uitvinden wat je ogen leuk vinden. En de volgende stap is dat ik mijn eigen ogen niet meer kan vertrouwen, want 3D is een illusie waar je ogen zich aan aanpassen. Het engste is dat het publiek de taal van 3D nog niet kent, dus je tast in het donker. Maar we zijn nog in een stadium waarin niemand weet hoe het moet. Daarom is het goed dat ik de vele verleidingen heb weerstaan van mensen die mij probeerden te vertellen wat 3D is. Daarvoor geef ik mezelf een schouderklopje, want dat heeft het verschil gemaakt voor Life of Pi.”

Bent u bang dat het visuele de aandacht van de kijker van de essentie van het verhaal wegtrekt?

„Nee. Ik ben eigenlijk ook niet getraind om dingen te visualiseren, wel om te dramatiseren. Ik moest me eerder zorgen maken over de emotionele flows en uitkijken dat ik de extravagante scènes niet overdreef. Ik had de golven nog meer tekeer kunnen laten gaan, en de horizon mee laten deinen met de boot, maar dan hadden we inderdaad kotszakjes in de bioscoopstoelen moeten stoppen. Het moest niet te uitsloverig overkomen, het is immers een spirituele reis.”