Zo'n VN-overleg helpt het klimaat

Snel resultaat heeft een klimaatconferentie meestal niet. Wel is er gestage vooruitgang, schrijft Pieter Pauw.

Iedereen weet dat een conferentie van de Verenigde Naties over het klimaat de wereld niet zal behoeden voor verregaande klimaatverandering, maar dat is ook een valse verwachting. In de echte wereld, buiten het klimaatcircus, wordt het succes van de afgelopen ‘Doha’ afgemeten aan afspraken over vermindering van CO2-uitstoot, maar zo simpel is het niet. Klimaatverandering los je niet even op. De onderhandelingen gaan over de huidige en toekomstige economische belangen van 200 onderling sterk verschillende landen.

Resultaten zijn er wel. Na de vorige klimaatconferentie hadden alle geïndustrialiseerde landen en 49 ontwikkelingslanden – waaronder China – plannen om hun CO2-uitstoot te beperken. Samen zijn zij goed voor 80 procent van de mondiale uitstoot. In Doha maakte de Dominicaanse Republiek bekend om haar CO2-uitstoot fors te verminderen. Eerdere afspraken zijn verder uitgewerkt, zoals die over het Groene Klimaatfonds om ontwikkelingslanden te ondersteunen. Ook is het Kyoto Protocol voortgezet, zij het in afgeslankte vorm.

Juist omdat de conferentie in Doha was, wagen voor het eerst ook diverse golfstaten zich aan duurzame energie. Brazilië kwam rond die tijd trots met de mededeling dat de ontbossing in zijn Amazonegebied in het afgelopen jaar is afgenomen met 27 procent, tot het laagste niveau sinds 1988. Toen werd er met de vinger gewezen: als Brazilië zoiets kan, dan mag ook van rijkere grootvervuilers als de Verenigde Staten en China meer geëist worden.

Het zijn te kleine stappen en het duurt te lang, klagen velen. Ik ben het met hen eens, maar vergelijk de voortgang eens met eerdere diplomatieke onderhandelingen tussen staten op gelijk niveau. Met de vrede van Westfalen van 1648 kwam er een einde aan zowel de Tachtigjarige als de Dertigjarige Oorlog. Hiervoor werd maar liefst vijf jaar lang ononderbroken onderhandeld, hoewel er slechts vijf staten deelnamen. Een recenter voorbeeld is het verdrag van Dayton. Ondanks internationale druk tekenden Bosnië-Herzegovina, Kroatië en Joegoslavië pas na drie jaar onderhandelen in 1995 voor het einde van de Bosnische oorlog.

De Vrede van Westfalen en het Verdrag van Dayton werden pas gesloten toen de strijdende partijen begrepen dat er geen winst te behalen was met voortzetting van de strijd. Dit vormt ook de achtergrond voor het tempo van de klimaatonderhandelingen.

Er bestaat geen twijfel over de sleutelrol van de VN-klimaatconferenties bij de aanpak van het klimaatprobleem. Wanneer komen alle onderhandelende landen er eindelijk achter dat er niets te winnen valt bij verdere vertraging?

Pieter Pauw is onderzoeker bij het Deutsches Institut für Entwicklungspolitik in Bonn.