Weekers spreekt Van Rey tegen over vriendendienst

Staatssecretaris Frans Weekers (Financiën, VVD) weerspreekt dat hij een vriendendienst heeft aangenomen van partijgenoot Jos van Rey. Deze zou slechts een bijdrage geleverd hebben „aan de regionale campagne van de VVD”. Weekers zei dit gisteren in het tv-programma Nieuwsuur.

Deze lezing staat haaks op een verklaring van Jos van Rey zelf hierover. Die sprak begin september over een vriendendienst voor Weekers, zijn oud-medewerker. Deze zei in november tegen deze krant dat Van Rey hem had benaderd. „Hij heeft mij gebeld en aangeboden om een billboard in het kader van mijn persoonlijke campagne te bekostigen. Daarmee heb ik ingestemd.”

De oppositie in de Tweede Kamer wil opheldering, mogelijk al vandaag. De steun van Van Rey, ex-wethouder in Roermond, ligt politiek gevoelig omdat Weekers ten tijde van de sponsoring in twee dossiers met Van Rey en Roermond van doen had.

Zo wilde Weekers kantoren van de Belastingdienst van Venlo naar Roermond verplaatsen. Ook blijkt Van Rey in maart de hulp van Weekers ingeroepen te hebben in een persoonlijke belastingzaak.

Weekers verwees Van Rey niet terug naar de Belastingdienst, maar regelde een gesprek met een topambtenaar van zijn departement. Volgens de woordvoerster van Weekers heeft de staatssecretaris, zoals de regels voorschrijven, zich niet bemoeid met de persoonlijke belastingkwestie van Van Rey. „Hij heeft het verzoek alleen doorgestuurd.”

De belastingkwestie hield verband met een advies van de commissie-Sorgdrager. Die wilde dat Van Rey zijn vastgoedbelangen op afstand zette. Dat zou volgens Van Rey leiden tot een aanslag overdrachtsbelasting. Om dat te voorkomen vroeg Van Rey in een brief aan Weekers diens „,zienswijze en advies”. Binnen anderhalve week kon Van Rey zijn probleem bespreken met een topambtenaar op het departement.

Volgens de woordvoerder van premier Rutte is deze kwestie niet aan de orde geweest in het ‘kennismakingsgesprek’ bij de kabinetsformatie. Wel hebben ze gesproken over de campagnedonatie.

Eerst zeg hij dit, dan dat: pagina 6