Wat doen paddo's in je hersenen?

Over de werking van psilocybine, de actieve stof uit paddo’s, tegen clusterhoofdpijn is weinig bekend. In 2006 verscheen een artikel in het gezaghebbende wetenschappelijke tijdschrift Journal of Neurology. Een weliswaar gezaghebbend tijdschrift, maar het onderzoek bestond uit beschrijvingen van 53 patiënten – uit zo’n aanpak rolt nooit wetenschappelijk bewijs voor de genezende werking van paddo’s. Het artikel eindigde in een roep om beter onderzoek, want de onderzoekers zagen wel dat psilocybine een periode met regelmatig terugkerende clusterhoofdpijn voortijdig kan beëindigen. Er zijn geen medicijnen die dat kunnen.

De onderzoekers waren eraan begonnen omdat ze onder de indruk waren van een 34-jarige man die vertelde hoe hij vanaf zijn 16de werd gemarteld door lange perioden van clusterhoofdpijn. De hoofdpijn bleef weg toen hij op zijn 22ste en 24ste regelmatig recreatief lsd gebruikte. Nu eet hij om de drie maanden een portie paddo’s en heeft hij zelden hoofdpijn. Een paar keer miste hij zijn zelfmedicatie – steevast gevolgd door een hoofdpijnaanval.

De Britten lopen voorop met onderzoek naar de medicinale werking van hallucinerende drugs. Het is moeilijk om met verboden middelen onderzoek te doen, maar onderzoekers willen het graag omdat de natuur stofjes in voorraad lijkt te hebben die kunnen wat ontworpen medicijnen niet kunnen.

Hersenwetenschapper Robin Carhart-Harris ziet mogelijkheden voor het gebruik van psilocybine bij de behandeling van depressie. Psilocybine legt de belangrijke kruispunten in de hersenen stil.

Die afname van hersenactiviteit onder paddo-invloed heeft Carhart-Harris gemeten. Hij spoot bij vijftien vrijwilligers – ervaren gebruikers van hallucinerende middelen – de actieve stof uit paddo’s in, en een andere keer fysiologisch zout ingespoten. Daarna gingen ze de MRI-scanner in en moesten daar rustig blijven liggen Carhart zag dat hoe zwakker de hersenactiviteit op de scan was, hoe sterker de gemelde psychedelische ervaring: „Er was een beslist gevoel van soepelheid, van vrijheid, van kennis die werd bevrijd en alle kanten opschoot.”

Voor mensen die ‘te strak’ in hun hersenen zitten, zijn wat lossere onderlinge contacten tussen de hersendelen vast heilzaam, speculeerde Carhart verder. „Psilocybine verbreekt een té sterke samenhang in de hersenen.” De controle vermindert. Dat kan goed zijn voor mensen die lijden aan verstandelijke overcontrole. Carhart-Harris kwam ook met een waarschuwing: „Psilocybine laat de connectiviteit in het algemeen afnemen. Die toegenomen wanorde geeft een gevoel van vrijheid, maar ook van onzekerheid. Er is een paradox. Het bevrijdt, maar de vroege toestand van een psychose wordt er misschien door versneld. Niet de echte psychose, maar de vervreemding, of onthechting.”

Wim Köhler