Warm klimaat slecht voor Golfstroom

Een opwarmend klimaat kan de warme golfstroom toch laten verdwijnen. Dat kan doordat korte, heftige stormen bij IJsland verdwijnen.

Storm voor de kust van IJsland. Foto Biosphoto/Guillaume Bily

Het stelsel van diepe en oppervlakkige stromingen in de Atlantische oceaan is gevoeliger voor klimaatverandering dan wordt aangenomen. De huidige klimaatmodellen negeren totaal de invloed die de vele winterse stormen bij IJsland, Spitsbergen en Groenland hebben op de oceaanstromingen. Die blijkt verrassend groot te zijn.

Als onder invloed van de klimaatverandering de frequentie van die winterse stormen afneemt zal dat een merkbare en meetbare invloed hebben op de sterkte van de warme Golfstroom. Die zal dan ook afnemen, en minder warm water naar Noordwest-Europa voeren. Dat kan de voorspelde regionale opwarming temperen.

Een en ander valt af te leiden uit de resultaten van een modelstudie die de onderzoekers Alan Condron en Ian A. Renfrew zondag in Nature Geoscience publiceerden. De onderzoekers zelf uiten zich behoedzamer. Zij verwachten slechts een ‘aanzienlijk effect’ op de diepe zeestromingen in de Atlantische oceaan.

Condron en Renfrew concentreerden zich op het voorkomen van zogenoemde polar lows in het zeegebied tussen Groenland en Noorwegen. Polar lows zijn diepe stormdepressies van bescheiden uitgestrektheid (vaak minder dan 500 km) en een heel korte levensduur (meestal minder dan twee dagen) die zich vooral in het winterhalfjaar ontwikkelen.

Boven het genoemde zeegebied komen er jaarlijks honderden voor. Hoe kort ze ook duren: ze kunnen de allure krijgen van tropische cyclonen en golven van meer dan 10 meter doen ontstaan. Schepen worden er nog geregeld door verrast en ze bedreigen olieplatforms. Bovendien gaan ze gepaard met zware neerslag, meestal in de vorm van sneeuw.

Van belang is dat de bestaande geavanceerde klimaatmodellen, zoals die ook door het VN-klimaatpanel IPCC worden gehanteerd, deze polar lows niet kunnen nabootsen. Condron en Renfrew hebben ze echter toegevoegd aan een fijnmazig klimaatmodel waarin ook de bekende zeestromingen tot in detail zijn opgenomen. Het blijkt dat de talrijke felle, maar kortdurende winterstormen relatief veel warmte uit het zeeoppervlak kunnen afvoeren.

Het betreffende gebied is daarvoor nu juist zeer gevoelig, want uitgerekend wordt het mondiale stelsel van oceaanstromingen – mede – op gang gehouden. In de omgeving van IJsland kan het oceaanwater door afkoeling en toenemend zoutgehalte zo’n hoge dichtheid (soortelijk gewicht) krijgen dat het ‘vanzelf’ naar de diepte zakt. Dit afzinken is voor een belangrijk deel de motor achter de oceaancirculatie die daarom wel de thermohaliene circulatie heet.

Voor Noordwest-Europa, en dus ook Nederland, is van belang dat de oppervlakkige Golfstroom, die warmte aanvoert uit de buurt van Florida, is gekoppeld aan dit stelsel. Een jaar of twintig geleden ontstond uit modelstudies en geologische observaties de vrees dat de thermohaliene circulatie onder invloed van het broeikaseffect dramatisch zou kunnen afzwakken.

Het paradoxale effect daarvan zou zijn dat het in Noordwest-Europa kouder zou worden, in een overigens veel warmere wereld. Dit was ook het scenario achter de Amerikaanse rampenfilm The day after tomorrow (2004). Later is het beeld bijgesteld, de – geringe – afzwakking van de oceaanstroming zou de opwarming van Noordwest-Europa hooguit wat temperen.

Maar als de studie van Condron en Renfrew wordt bevestigd, moeten de voorspellingen opnieuw worden aangepast. Eerder hebben de onderzoekers Matthias Zahn en Hans von Storch in Nature (16 september 2010) aannemelijk gemaakt dat het aantal polar lows onder de huidige gestage klimaatverandering moet gaan afnemen. Dit betekent dat de thermohaliene circulatie toch weer meer van het broeikaseffect te duchten heeft dan nu wordt aangenomen.

    • Karel Knip