Toen onze paprika's nog de wereld overvlogen

Nederlandse tuinders zien hun inkomen stijgen. Maar het gaat niet overal goed. In de glastuinbouw is door sommigen te veel geïnvesteerd. „We waren een triple-A-klant en werden het slechtste jongetje van de klas.”

Achteraf is moeilijk te zeggen op welk moment de gebroeders Ies en Jan Bos, van Bos Kwekerijen, in de gevarenzone terecht zijn gekomen en de crisis vrij spel kreeg. Ups en downs wisselen elkaar nu eenmaal altijd af in de glastuinbouw. Wel is duidelijk dat de schaalvergroting – 9,5 hectare, verschillende soorten paprika’s – ze kwetsbaar had gemaakt.

Begin 2011 toonde een stijgende lijn. De prijzen trokken aan en de productie piekte. In mei lagen gebroeders Bos al 800.000 euro voor op hun begroting. Hun jaaromzet was gemiddeld 4,25 miljoen euro.

De opleving was een hele opluchting, want anderhalf jaar eerder, in 2009, hadden ze nog een nieuw overbruggingskrediet van 1 miljoen bij de bank moeten afsluiten om paprikaplanten te kunnen kopen voor het nieuwe seizoen. Als gevolg van de kredietcrisis was de export teruggevallen. Eerst naar Groot-Brittannië en toen naar Rusland. Begin 2011 leek het ergste voorbij.

Totdat in Duitsland de EHEC-bacterie uitbrak. In mei 2011 werden mensen doodziek nadat ze rauwkost hadden gegeten. Er vielen 52 doden. Een Duitse minister noemde meteen komkommer, tomaten en paprika’s als mogelijke bron van besmetting – naar later zou blijken ten onrechte. Maar het kwaad was geschied; de paprikamarkt viel in één klap stil.

De financiële buffer die de gebroeders Bos in de eerste maanden hadden opgebouwd was snel verdampt en op het bedrijf in Bleiswijk voltrok zich een welhaast ‘Grieks’ scenario. De Rabobank, waar de familie Bos al 90 jaar zaken deed, begon zich zorgen te maken. Bos Kwekerijen werd onder bijzonder beheer geplaatst. Op hun leningen kwam een opslag van een paar procent. Ze zwommen steeds dieper de schuldenfuik binnen. „Van een triple-A-klant werden we het slechtste jongetje van de klas”, zegt Ies Bos.

In augustus van dit jaar viel het doek. Er zat niets anders op dan al het bezit te verkopen: 9,5 hectare hypermoderne kassen, mét lichtinstallaties – om het paprikaseizoen zo veel mogelijk op te rekken. Zelfs hun woonhuizen moesten ze verkopen.

Een half jaar later zitten we aan de eettafel van Ies Bos (54), in wat eens zijn huis was. Hij heeft het terug kunnen huren van de buurman, aan wie hij een deel van het bedrijf moest verkopen. Een dezer dagen krijgt hij te horen of de bank genoegen neemt met het geld dat de verkoop heeft opgebracht. Anders volgt ook nog een schuldsanering van een paar jaar.

Onbeperkte groei was het toverwoord van de jaren negentig, overal rolde het geld. Ook in de paprikateelt. Eindelijk begon de Nederlandse consument de paprika lekker te vinden. Naast de bittere groene verschenen er ook zoetere rode en gele en oranje paprika’s. Er ontstonden nieuwe markten. In Japan begonnen ze massaal gele paprika’s te eten. De Nederlandse paprika’s vlogen de hele wereld over. De banken steunden de schaalvergroting met kredieten.

De gebroeders Bos gingen van 2,5 hectare glas in 1992 naar 5,5 in 2006 en tenslotte naar 9,5 hectare in 2008. Oude kassen werden neergehaald, nieuwe kassen opgetrokken. „Op papier waren we in die jaren miljonairs” zegt Ies Bos met een nerveus lachje. De broers hadden een hele kerstboom aan bv’s opgetuigd: voor energie, teelt, sortering en verkoop. Het persoonlijk eigendom zat in een aparte bv. Het mocht niet baten.

De bank heeft altijd een hoofdrol gespeeld in Bos Kwekerijen. Zelfs in de hoogtijdagen was het eigen vermogen van de broers nooit meer dan 35 procent. De lasten waren hoog, maar de moderne kassen zouden zorg dragen voor een langdurige en grote productie, was het idee.

De scheidslijn is dun. Ook de gebroeders Van der Valk uit Vierpolders, op Voorne-Putten in Zuid-Holland, hebben volop mee geprofiteerd van de paprikahausse van die jaren. En ook zij hebben de nodige financiering van de bank gekregen. Maar zij bleven dichter bij hun leest en wisten met 4,5 hectare onverlicht glas, en de teelt van één soort – de rood geblokte paprika – wél stand te houden. Ze weerstonden de verleiding van de vette jaren vóór 2008 om het oude bedrijf tegen de grond te gooien en nieuwe kassen neer te zetten, vertelt Leo van der Valk.

Voor paprikatelers is 2012 het vierde matige jaar op rij geweest, zegt Van der Valk. Los van het EHEC-drama was er te veel aanbod en waren de prijzen te laag, terwijl de energieprijzen stegen. De tuinders kwamen van alle kanten onder vuur te liggen. De kostprijs van een kilo rode paprika zoals Van der Valk die verbouwt ligt tussen de 1,10 en 1,30 euro. Zelf heeft hij dit jaar gemiddeld 1,18 euro gekregen, en daar kwam hij mee uit omdat zijn kosten relatief laag waren. De gebroeders Van der Valk laten geen lampen branden om het seizoen te verlengen; ook dragen zij relatief weinig af aan de bank omdat hun bedrijf voor ongeveer 65 procent uit eigen vermogen bestaat.

Wel hebben ze net als de gebroeders Bos een Warmte Kracht Koppeling (WKK) staan, een soort generator die gas omzet in elektriciteit. Warmte en CO2 worden in de kas gebruikt, overtollige stroom verkocht aan het net. Vijf jaar terug leek dat een goed idee: de gasprijzen waren laag en de elektriciteitsprijzen hoog. Maar nu is dat precies andersom. Voor met name Bos, die er zijn kassen mee verlichtte om het seizoen te rekken, bleek de WKK een extra last.

In de glastuinbouw is in één generatie veel veranderd. De vaders van Bos en Van der Valk verbouwden in hun jonge jaren groente in de koude grond, onder plat glas. Ze zetten hun komkommers, sla, andijvie in kratten langs de weg. Vandaar ging het naar de coöperatieve veiling, waar de prijs werd bepaald door vraag en aanbod. Als er geen afzet was draaiden de groenten door tegen een ‘doordraaiprijs’ die weliswaar onder de kostprijs lag, maar wel enige zekerheid bood. Onder de zonen verschenen hoge nieuwe kassen, al dan niet verlicht. De prijs werd niet langer bepaald door de veilingklok, maar door de tussenhandel of grootwinkelbedrijven. En er meldden zich nieuwe markten, zowel qua vraag als aanbod: uit Spanje, Israël, Turkije. De glastuinbouw is geglobaliseerd; de concurrentie komt nu van alle kanten tegelijk.

„De grote les is dat wij de markt zijn vergeten. We hebben onvoldoende oog gehad voor de mogelijkheid dat we onze producten niet verkocht zouden krijgen voor de prijs die we hadden berekend”, zegt Bos achteraf. Op de jaarlijkse ledenvergadering van de glastuinders, waar zowel Bos als Van der Valk aanwezig zijn, gaat het vooral om de vraag hoe de tuinders weer greep kunnen krijgen op hun eigen keten. Hoe ze hun verhaal bij de consument krijgen: dat ze heel gezonde én duurzame producten maken, maar dat daar dan wel een prijskaartje aan hangt.