Nooit was er meer consensus dan nu over Dijsselbloem

Als minister Dijsselbloem eurogroepvoorzitter wordt, kan dat een kentering in het Nederlandse denken over Europa teweegbrengen.

Minister Dijsselbloem, eurogroepvoorzitter? Volgens hooggeplaatste functionarissen, diplomaten en politici in Europese hoofdsteden kloppen de geruchten maar is de race niet gelopen. Er vinden consultaties plaats. Noordelingen zien hem zitten, sommige zuiderlingen houden de kaarten nog tegen de borst. De bedoeling is dat de opvolger van eurogroepvoorzitter Jean-Claude Juncker pas eind januari, op de volgende bijeenkomst in Brussel, wordt bekendgemaakt. Tot dan houdt iedereen de kaken op elkaar.

De Nederlandse minister maakt „een gerede kans”, zegt een hoge functionaris in Brussel. Iemand die direct bij de opvolging betrokken is, zegt: „Dijsselbloem is geen slechte keus.” Dat is op zich al nieuws. Ten eerste omdat die opvolging al ruim een jaar speelt, en er nog nooit zoveel consensus was over een persoon. Ten tweede omdat Nederland daarbij al helemaal niet in beeld kwam.

Het feit dat Dijsselbloem in de ogen van een aantal collega-ministers het juiste profiel heeft om als voorzitter te fungeren, zegt iets over hem en over de veranderende positie van Nederland in Europa. Het land koerst – ongeacht de vraag of Dijsselbloem het überhaupt wil doen – langzaam terug naar de Europese vaargeul, waarvan het afgelopen jaren steeds verder van is weggevaren.

Dat komt niet zozeer doordat Dijsselbloem andere dingen verkondigt dan zijn voorganger De Jager. Integendeel, vertellen betrokkenen in het euro-vergadercircuit, de Nederlandse lijn is inhoudelijk niet veranderd op hoofdpijndossiers: de euro, Griekenland, begrotingsdiscipline.

Het enige echte verschil is dat Dijsselbloem de financiële transactietaks steunt, waar De Jager tegen was. En misschien is zijn steun voor de Europese bankenunie ook ietsje steviger en ietsje minder pro-Duits dan voorheen.Hét grote verschil, benadrukken allen, is de totaal andere stijl waarmee Dijsselbloem opereert.

„De Jager was een drammer”, zegt iemand die wekelijks met hem te maken had. „Die sprong op een kar en kwam er nooit vanaf. Hij was alleen in zijn eigen mening geïnteresseerd en irriteerde velen door constant hetzelfde te roepen. Dijsselbloem opereert anders. Hij is vriendelijk. Luistert. Heeft oog voor het geheel. Daardoor maakt hij het Nederlandse punt sterker dan zijn voorganger: hém moet je serieus nemen. En na een robbertje vechten wil je met hem wél een biertje drinken.” Vorige week won Dijsselbloem respect door een halve nacht te vechten tegen grote landen die meer stemrecht wilden over bankentoezicht.

Kan Dijsselbloem de eurogroep voorzitten? Die vraag is moeilijk te beantwoorden. Sinds de eurogroep in 2005 begon als informeel overlegclubje van euroministers, is er geen andere voorzitter geweest dan Jean-Claude Juncker. Overtuigd Europeaan, ervaren politicus, zeer goed ingevoerd. Maar ook: chaotisch, fysiek zwak, aan de fles.

Ooit was dit een klus die je erbij kon doen. Nu kost het, door de eurocrisis, echt tijd. Dossiers zijn supertechnisch en vereisen veel voorbereiding. Soms overleggen minister twee, drie keer per week – live en per videolink. Tegelijkertijd is de euro politiek Chefsache. Ministers zitten klem tussen nationale en Europese ambtenaren van Financiën die onderhandelingen voorbereiden, en de regeringsleiders die de eigenlijke beslissingen nemen.

Niemand zou De Jager als voorzitter vragen. Dat kwam hem goed uit: hij wilde de handen vrijhouden om stevig van leer te trekken. In Brussel denken sommigen dat Dijsselbloem als voorzitter een kentering in de Nederlandse publieke opinie kan veroorzaken. Dan moet hij parlement en kiezer uitleggen hoe dingen écht zitten – en hoe het Nederlands belang in het Europese belang past. Een diplomaat voorspelt: „Dit gaat een matigende invloed krijgen op de publieke opinie.”

    • Caroline de Gruyter