Niet zielig maar onfatsoenlijk

Na zo’n vijftien jaar politiek getouwtrek zal de Eerste Kamer vandaag vrijwel zeker instemmen met een nertsenfokverbod.

Nederland, Lankhorst, 15-12-12 Nertsenfokker van de Familie Rijkers. © Photo Merlin Daleman

Verslaggever

Landhorst. De penetrante, muffe geur overvalt je direct. De opslagruimte van de nertsenhouderij van Martin Rijkers (50) hangt vol met duizenden pelzen. In een ruimte ernaast zijn de dode beestjes eerst twee of drie dagen gedroogd. De oortjes, ogen en neusgaten van de roofdieren zijn nog zichtbaar, de pels voelt zacht aan.

„Het is goede handel”, zegt Rijkers, die een rondleiding geeft door zijn bedrijf in Landhorst, een dorpje in het oosten van Noord-Brabant. Zijn bedrijf is zeer winstgevend, doordat de prijs van nertsenbont erg hoog ligt. Als Rijkers een pels in zijn handen houdt, glimt hij trots. Hij heeft zo’n 5.000 moederdieren die jaarlijks goed zijn voor 25.000 nakomelingen. Om het terrein, waar negen sheds (stallen) met nertsenkooien staan, hangt schrikdraad tegen dierenactivisten.

Het bedrijf van Rijkers dreigt op termijn te verdwijnen. Na zo’n vijftien jaar politiek getouwtrek stemt de Eerste Kamer vandaag vrijwel zeker in met een nertsenfokverbod per 2024, zo werd vorige week duidelijk bij het debat. Dierenleed is niet de reden. Het dierenwelzijn op de Nederlandse nertsenfokkerijen staat wereldwijd gezien op een goed niveau. Het belangrijkste argument voor het verbod is dat de gevangenschap en het doden van nertsen – enkel voor de vacht – in strijd is met de fatsoenlijke omgang van dieren. Kort door de bocht: dieren moeten niet worden gehouden voor een luxeproduct als een bontjas. De bedrijven worden niet gecompenseerd.

Door het verbod verdwijnt een kleine, maar zeer winstgevende sector (gemiddelde winst van ruim 400.000 euro per bedrijf per jaar). Na Denemarken en China produceert Nederland de meeste pelzen. Er zijn 158 nertsenfokkerijen in Nederland, die samen jaarlijks meer dan vijf miljoen nertsen vergassen. Het Landbouw Economisch Instituut (LEI) berekende dat de sector per jaar een omzet heeft van 360 miljoen euro en een export van 300 miljoen euro. „De afgelopen tien jaar was dit de meest florerende agrarische bedrijfstak”, zegt LEI-onderzoeker Willy Baltussen. In de nertsenhouderij werken zo’n 1.200 mensen.

Tot voor kort was het bedrijf van Rijkers nog zeker zo’n 3 miljoen euro waard, maar nu eigenlijk niks meer. Rijkers is woest op de politiek. „Ik heb nooit hoofdpijn, maar vorige week had ik een hele dag hoofdpijn. Je gaat alles beredeneren, dan begint het door te komen en denk je: nondeju.” Zijn vrouw Hannie (48), die ook in het bedrijf werkt: „Ze hebben het over dierenwelzijn, maar mensenwelzijn is schijnbaar niet van belang. Ik had niet gedacht dat ik zó boos kon zijn. Ik heb de hele dag buikpijn gehad toen ik het op televisie hoorde.” Zagen ze dit niet aankomen? Hannie: „Ja, in zekere zin wel. Maar het is nooit uitgesproken, ze houden ons al jarenlang aan het lijntje. Dat vind ik heel smerig.”

Rijkers begon in 1984 met 150 moederdieren en één shed. In de loop der jaren groeide het bedrijf flink. Er is veel geld geïnvesteerd in welzijnskooien. Ook heeft Rijkers al een opvolger klaarstaan. Zijn dochter Kim (20) wil het bedrijf met haar vriend Roel (24) gaan runnen. Ondanks het slechte nieuws blijven ze bij hun plan, zegt Kim. „We gaan proberen om de jaren tot 2024 jaar vol te krijgen, en dan kijken we wat er op ons pad komt.” Ze willen het bedrijf niet naar het buitenland verhuizen. En in een andere agrarische bedrijfstak beginnen is geen optie, omdat ze dan te hoge startersinvesteringen moeten doen.

Waarschijnlijk nemen andere landen de Nederlandse productie over. Zoals China, Rusland of Oekraïne, zegt Rijkers. „De overheid meent het goed voor te hebben met de dieren, maar het dierenwelzijn is in dat soort landen een stuk minder. Het dier is niet gebaat bij dit verbod.”

De Nederlandse Federatie van Edelpelsdierenhouders stapt naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens om een verbod te voorkomen, zegt directeur Wim Verhagen. „Omdat bedrijven vrij moeten zijn om te produceren wat ze willen. En omdat we geen schadevergoeding krijgen.” In Engeland en Oostenrijk is de nertsenfokkerij ook verboden, maar zijn de bedrijven schadeloos gesteld.

Rijkers kijkt uit over zijn fokkerij. „Eigenlijk wil ik geen Nederlander meer zijn. Je wordt zo te kijk gezet door de maatschappij.”