Karin Bloemen en het Kamerkoor mengen niet

Ned. Kamerkoor/ Karin Bloemen. 16/12 Muziekgebouw a/h IJ. Herh. 18/12. 19, 20/12 Eindhoven , 23/12 Leeuwarden. Radio 4 18/12 20.15 u.

De dappere pogingen van veel klassieke ensembles om hun publiek te verjongen en te verbreden leveren vaak interessante mengvormen op. Het Nederlands Blazersensemble, Noord Nederlands Orkest en Amsterdam Sinfonietta bewijzen regelmatig dat versmeltingen heus mogelijk zijn. Kerncriterium? Kruisbestuiving. Het ene genre moet iets wezenlijks aan het andere toevoegen.

De samenwerking van het Kamerkoor met Karin Bloemen zal vooral bijblijven omdat er geen enkele sprake was van synthese. ‘Genre blocking’ was de term die zich opdrong. A cappella koorzang, fraai in Morten Lauridsens O magnum mysterium en Mendelssohns Psalm 100, werd door de Bloemenfans stoeldraaiend uitgezeten. Omgekeerd werden haar luisterliedjes en lange conferences door de achterban van het Kamerkoor begroet met massage van de neusbrug.

Waar Bloemen meer diepgang zocht, zoals in haar virtuoze dyslectische variant van het Kerstverhaal („Jindeke Kezus, goon van Zod”), kreeg ze de zaal wel even mee. En uiteindelijk zong iedereen gebroederlijk mee met de inventieve Kerstmedley van Wijnand van Klaveren.

Maar de intermezzi met Bloemen als Surinaamse Kerstengel („Kiekeboe! Ben ik al aan de beurt?”) of ingesnoerde Kerstboom met lichtjes – het vormde een melancholiek stemmende slotsom van het jubeljaar van het geplaagde 75-jarig Kamerkoor.

    • Mischa Spel