Indonesië ontdekt de welvaartsziektes

Welvaartsziekten groeien volgens nieuw onderzoek in ontwikkelingslanden snel uit tot doodsoorzaak nummer 1. „Maar voor ons is kanker echt te duur.”

Bezorgd staat Iman Setiawan voor de afdeling resusitasi van de Eerste Hulp. Zijn oudere broer van 42 is net binnengebracht na een hartaanval. Verpleegsters brengen elektroden aan om een hartfilmpje te maken. Setiawan is er niet gerust op. In elk geval is zijn broer bij kennis.

De meeste patiënten met een hartaanval komen dood aan, vertelde directeur Suherman van het Streekziekenhuis Syamsudin in Sukabumi net nog. Ze bezwijken in hun dorp en worden in de achterbak van een pick-up naar het ziekenhuis gereden. Soms is het uren rijden. Kleinere ziekenhuizen dichterbij kunnen niets doen. Ook het Syamsudin heeft pas sinds 2005 elektrische defibrillatoren om te reanimeren: apparatuur die je in het Westen koopt voor thuis.

Directeur Suherman vertelt dat hij deze innovatie heeft doorgevoerd nadat hij had gezien hoe snel het aantal hartpatiënten groeide. Net als het aantal kankerpatiënten, de diabeten en andere patiënten met niet-overdraagbare ziektes. „Er is een verschuiving gaande naar stofwisselingsziekten en welvaartsziekten”, zegt Suherman. „We dragen een dubbele last, want infectieziekten hebben we ook nog steeds.”

Indonesië is een sprekend voorbeeld van een wereldwijd probleem: hoe welvaartsziekten oprukken in ontwikkelingslanden. Vergeet malaria, tuberculose en aids, waar de meeste ontwikkelingshulp naar gaat. Alleen in de allerarmste landen – veelal in Afrika – zijn infectieziekten nog de belangrijkste doodsoorzaak.

In andere ontwikkelingslanden sterven ruim twee keer zoveel mensen aan welvaartsziekten. Ze hebben het aan hun hart, krijgen een beroerte, kanker of diabetes. En terwijl het aantal sterfgevallen door dergelijke aandoeningen in rijke landen stabiliseert, zal het in Afrika, Zuidoost-Azië en het Midden-Oosten over acht jaar bijna 20 procent hoger liggen, voorspelt de Wereldgezondheidsorganisatie. In 2030 zijn niet-overdraagbare aandoeningen ook in Afrika doodsoorzaak nummer 1.

Het komt doordat bewoners langer leven, vaker in de stad wonen en de levensstijl van rijken overnemen. Alleen zijn ze zelf nog niet rijk. „Voordat ze de middenklasse hebben bereikt, krijgen mensen al overgewicht en beginnen ze met roken”, zegt coördinator chronische ziekten Shanthi Mendis van de Wereldgezondheidsorganisatie. Ze stappen op de brommer waardoor ze minder bewegen, eten ongezond. Vooral lage middeninkomenslanden (Indonesië, India, China) lopen risico. De epidemie van welvaartsziekten dreigt daar meer te verwoesten dan ooit in het Westen. Ze missen het geld en kennis om ze te behandelen.

Het betekent een doodvonnis voor Ety Nurhayati, een 41-jarige moeder van vier kinderen. Ze ligt in een goedkope kamer van ziekenhuis Syamsudin met onder haar bed wat koffie, tegen de stank. Toen ze acht maanden geleden een knobbel voelde bij haar borst, zei de buurtkliniek dat er niets aan de hand was. In augustus zwol haar borst op, werd rood en begon te bloeden. Stadium 4 borstkanker, fluistert de verpleegster.

In Syamsudin, het beste ziekenhuis in de regio, kunnen ze niets doen. Kanker kan er alleen worden behandeld op de operatietafel. Er is geen oncoloog. Bestralen kan in West-Java (een provincie met 43 miljoen inwoners) alleen in Bandung. En chemotherapie? Niet te betalen.

„Met kanker zitten we vast”, zegt de ondernemende directeur. Door specialistische intensive care-afdelingen in het leven te roepen, heeft hij de sterfte aan hersenbloedingen en hartziekten omlaag gebracht. Binnen twee jaar hoopt zijn enige cardioloog stent- en dotterbehandelingen uit te voeren. Maar kanker is gewoon te duur. „Kijk naar de medicijnen voor HIV: daarvan is de prijs ook heel hoog, maar omdat ontwikkelde landen ze goedkoop produceren, kan iedereen ze krijgen.”

„Westerse landen moeten erkennen dat niet-overdraagbare ziekten een enorme bedreiging zijn voor ontwikkelingslanden”, zegt Mendis van WHO. Deze ziektes zijn een aanslag op de economische ontwikkeling. In deze landen is 30 procent van de mensen die sterven aan welvaartsziektes jonger dan 60. Arme families sluiten leningen af, halen kinderen van school en verkopen alles wat ze hebben om behandeling te betalen.

Eman Sulaiman, een nierpatiënt in het Syamsudin-ziekenhuis heeft een verzekering van de overheid. Hij laat zich twee keer per week dialyseren. Maar daarvoor moet de 56-jarige wel 3,5 uur bij zijn neef achterop de brommer naar het ziekenhuis rijden, en 3,5 uur terug. Dichterbij is geen apparatuur voor nierspoelingen.

Dat is op Java, het meest ontwikkelde eiland van Indonesië. Ghana (24 miljoen inwoners) heeft volgens persbureau Reuters twee apparaten om kanker te bestralen en zes oncologen. Daarmee bedient het ook buurland Sierra Leone. In Nigeria (170 miljoen inwoners) heeft bijna geen patiënt toegang tot nierdialyse.

Toch kunnen arme landen wel iets doen, volgens Mendis. Roken en alcoholgebruik inperken, en voorlichting geven over vet voedsel. Maar ook door vroegtijdig opsporen van hoog bloedsuiker of hoge bloeddruk kan worden ingegrepen. Een goedkoop aspirientje kan al helpen een hartaanval te voorkomen.

Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan in landen waar veel dorpsklinieken niet eens een dokter hebben. En waar verkeerde ideeën over gezondheid diep in het bewustzijn zijn gegrift. Oncoloog Aru Sudoyo ziet in Jakarta veel patiënten verdwijnen na een diagnose ‘beginnende tumor’. „Er is een perceptie dat een tumor kwaadaardiger wordt als je hem opereert.” Die patiënten gaan naar de dukun, de wonderdokter.