Ik laat er geen levertraan om

De opwinding rond de dood van bultrug Johannes toont de afkalving van het respect voor de wetenschap, stelt bioloog Stephan van Duin.

Johannes is dood. Voor wie geen bijbel leest of The Voice kijkt, is Johannes tegenwoordig een twaalf meter lange bultrug. De opwinding de afgelopen week om de woensdag op een zandplaat bij Texel aangespoelde walvis, vind ik als bioloog onbegrijpelijk. De tranen die om de bultrug werden verspild staan voor mij voor de afkalving van het respect voor wetenschappelijke expertise, en voor een beperkt idee van wat natuur inhoudt.

Om bij het laatste te beginnen; is het erg als een bultrug sterft? Staat de populatie nu op inklappen? Nee hoor, bultruggen zijn een gezonde walvissoort, met flinke populaties die net zo hard groeien als de economie van China. Die dieren sterven dus allemaal een keer, maar dat gebeurt maar af en toe in Nederland. Heláás gebeurt dat hier maar zelden, al was het maar omdat we het ons dan niet kunnen permitteren om er telkens vijf dagen fulltime vol van te zijn. In gebieden waar een paar keer per jaar zo’n beest aanspoelt krijgen ze geen naam, geen stille tocht, geen hoogstpersoonlijke complottheorie.

De reacties die zo’n absoluut non-event oproept tonen Nederland op zijn smalst. Het is helemaal geen gek idee om een aangespoelde bultrug proberen te redden. Maar dan moet je er wel bij kunnen komen met een sleepboot of kraan, en dat is in de ondiepe Waddenzee lastig. Overigens is het de vraag of een verzwakt dier niet meteen weer een zandbank op zwemt, of überhaupt niet al te veel kracht heeft verloren om te overleven. Daarnaast kan het stranden zelf al een teken zijn van een zwak gestel, als de sonar of het evenwichtsorgaan het niet goed meer doet. En hoe lang ligt hij er al? Walvissen ademen dan wel lucht, maar drogen toch uit, bezwijken onder hun enorme gewicht en oververhitten – en sterven daardoor vaak binnen een tot enkele dagen.

Er speelt dus een hoop mee, en dan moet je je afvragen of je hem niet gewoon moet laten liggen. Een gestorven walvis is namelijk een fantastische kans voor de natuur daaromheen. Waarom zet je er niet een paar webcams naast en laat je iedereen meegenieten van de lange stoet aaseters die een stuk blubber mee komen pikken? Maak er desnoods een tv-programma omheen en iedereen ziet de schoonheid van een voortdaverende natuur.

Maar nee. Hij krijgt een naam, hij krijgt medelijden, en het onderwerp wordt behandeld alsof er geen leven is na de dood van Johannes. Hoe komen we nou op zo’n emotionele helling terecht, terwijl dit bij uitstek een (populair-)wetenschappelijk verhaal had kunnen zijn?

Wellicht omdat we ons niets meer aantrekken van de ratio van de expert. Elke bioloog die iets verstandigs te zeggen had, zoals de altijd redelijke Kees Moeliker maandag in de Volkskrant, werd steevast ondergesneeuwd of tegengesproken door iemand die op gelijk niveau werd gezet, maar dan met emotionele argumenten.

Als bioloog en wetenschapsjournalist heb ik een broertje dood aan deze obsessieve hoor en wederhoor; als de wetenschappelijke consensus niet in balans is, moet de verslaglegging daarvan dat dan wel zijn?

Ik zou graag zeggen dat dit de enige keer is dat zoiets gebeurt, maar het gebeurt steeds vaker. Een tijdje terug verkondigde bakker Menno dat volkorenbrood slecht zou zijn. De wetenschap grinnikt even, doet zijn plicht en reageert. Maar wat zegt RTL 4 na een item waarin de top van de Nederlandse voedingswetenschap de vloer aanveegt met deze eenzame roeper? „De meningen blijven verdeeld.” Alsjeblieft zeg. De nuance van de wetenschap legt het weer eens af tegen de brute botheid van het populisme.

Goed, terug naar Megaptera novaeangliae, de eigenlijke naam die we al lang geleden voor Johannes en zijn 30.000 soortgenoten bedachten. Áls we dan eenmaal hebben besloten hem te laten liggen, is het not done over zijn lotsbestemming te praten als hij nog leeft, aldus de Partij voor de Dieren. Dat het Leidse natuurmuseum Naturalis het specimen – zo vers mogelijk – wil gebruiken om kennis te vergaren die de soort alleen maar ten goede kan komen, én ook nog eens het publiek van dichtbij kennis wil laten maken met deze prachtige dieren, maakt allemaal niet uit.

Lenie ’t Hart, die de Waddenzee volperst met zeehonden, sloot zich meteen aan bij de hetze tegen de ‘lijkenpikkers’. Over de ethiek van het tentoonstellen van zieke zeehonden horen we natuurlijk niets. Evenmin van de mensen die deelnemen aan de stille tocht, uit protest tegen „de geheime beslissing om het dier niet te redden, omdat het skelet al aan Naturalis was beloofd”. Leve de onderbuikconclusie!

Ik hóóp eigenlijk gewoon dat die geheime afspraak is gemaakt – we hebben in Nederland nog veel te leren over de fascinerende, harde wetten van de natuur, en elk tentoongesteld skelet kan daarbij helpen. Als Naturalis op het bordje dan maar geen ‘Johannes’ zet.

Stephan van Duin is bioloog en wetenschapsjournalist.