Honderden makelaars zien het eind van hun bedrijf naderen

De crisis op de huizenmarkt treft makelaars hard. Sommige van hen verkopen helemaal geen woningen meer, blijkt uit een enquête waaraan ruim 600 makelaars meededen. Ze proberen verkopers te bewegen de vraagprijs te verlagen, maar dat advies wordt vaak genegeerd.

Een scherpe prijs, een realistische prijs, een marktconforme prijs, een niet te hoge prijs. De woorden van makelaars zijn anders, de boodschap dezelfde: huizenbezitters die willen verkopen, vragen nog altijd te veel geld voor hun woning. Kansloze zaak. Of zoals een makelaar zegt: „Accepteer een verlies, want u koopt ook weer voordeliger.”

Ruim 90 procent van de makelaars zegt geregeld tegen klanten dat ze hun vraagprijs moeten verlagen. Maar bij slechts 8 procent van de makelaars wordt naar dat advies altijd geluisterd, blijkt uit een onderzoek van NRC Handelsblad en onderzoeksbureau OverheidinNederland.nl. Bijna vijfduizend makelaars werden aangeschreven, 620 reageerden.

Veel huizenverkopers willen er niet aan, een lagere vraagprijs, omdat ze op meer hadden gerekend. Of omdat ze anders met een restschuld blijven zitten. Bij 700.000 woningen is de hypotheekschuld hoger dan de waarde van het huis, zei minister Blok (Wonen, VVD) vorige maand in de Tweede Kamer. In woningmarkt-jargon: deze mensen ‘staan onder water’.

Blok verdedigt deze week zijn eerste begroting. De Tweede Kamer zal van hem willen weten hoe hij de woningmarkt gaat stimuleren. Het kabinet-Rutte II heeft al een reeks maatregelen aangekondigd. Onder meer worden mensen met een restschuld ontzien. Zo blijft de rente over die schuld niet vijf, maar nog tien jaar aftrekbaar. Ook wordt de hypotheekrenteaftrek vanaf 2014 beperkt om huizenbezitters te stimuleren af te lossen. Extra startersleningen moeten nieuwelingen op de woningmarkt helpen bij de koop van hun eerste huis.

Het kabinet verwacht dat hiermee de woningmarkt van het slot gaat. De makelaars zijn ook enthousiast. De helft van hen vindt de beperking van de hypotheekrenteaftrek – jaarlijks met een half procent – een goed idee, 86 procent steunt de extra startersleningen. Het overgrote deel stemde VVD, de partij die het langst weigerde iets aan de hypotheekrenteaftrek te veranderen.

De makelaars vinden wel dat het kabinet meer moet doen. „De overheid en politiek zijn zich op dit moment niet bewust van de urgentie van de problemen”, zegt een van hen.

Want de urgentie is hoog. Driekwart van de makelaars zit al meer dan tien jaar in de makelaardij dus heeft ook de goede jaren van voor de crisis meegemaakt. En die lijken ver weg; 70 procent zegt dat de economische situatie van hun bedrijf de afgelopen twee jaar (veel) slechter is geworden. In Groningen, Overijssel en vooral Drenthe ligt dat percentage nog veel hoger. Voor de crisis verkocht ruim 40 procent van de makelaars drie tot zes huizen per maand, nu komen veel van hen niet verder dan een of twee. Voor de crisis deed 17 procent van de makelaars maandelijks meer dan tien woningen van de hand, nu haalt drie procent dat. En nog dramatischer: 16 procent van de makelaars verkoopt helemaal geen huizen meer.

Een op de zeven makelaars acht het „waarschijnlijk” dat zijn kantoor de komende twee jaar stopt. Alleen rijtjeswoningen zijn nog redelijk te verkopen, de andere woontypes doen het aanmerkelijk slechter.

Wat te doen? Makelaars noemen een veelvoud aan maatregelen: banken moeten soepeler zijn bij het verstrekken van hypotheken, starters verdienen meer hulp, pensioenfondsen moeten in de hypothekenmarkt stappen en de overheid moet zekerheid bieden voor de langere termijn. Meer werkgelegenheid en een aantrekkende economie helpen ook. En de media moeten minder praten over de ingestorte woningmarkt. Een makelaar: „Mensen zijn kuddedieren! Lieg maar eens in de krant dat er een run op huizen is, dan is de woningmarkt zó uit het slop.”

Huizenverkopers moeten niet alleen de prijs laten zakken, maar ook blijven opknappen. De opmerking ‘kopers kijken er maar doorheen’ is niet van deze tijd, zeggen makelaars. „Zorg ervoor dat de woning in topconditie is en de prijs een snoepje. Alleen dan maakt men kans om de woning in deze markt te verkopen.” Of creatiever geformuleerd: „Zorg dat het een rode appel is tussen alle groene.” Ze waarschuwen: als een huis niet binnen drie maanden is verkocht, wordt het heel moeilijk.

Over lokale overheden zijn makelaars ronduit negatief. Die doen niets. Een makelaar schrijft op de vraag wat hij van bijvoorbeeld gemeenten verwacht: „Zucht. Net zoveel als van Den Haag; heel veel, maar het blijven slechts woorden.”

En wat doen de makelaars eigenlijk zelf?

Ze proberen hun kosten te verlagen. Ze „werken hard” en doen hun „stinkende best”. Ze verkopen woningen via een veilingsysteem, verhuren huizen, of regelen een woningruil. Een derde van de makelaars zegt niets speciaals te doen en de tijd uit te zitten: „Een kwestie van uitzieken en rust in de tent.” Opvallend detail: daar waar makelaars aanraden de vraagprijs te verlagen, schroeven zijzelf hun courtage juist omhoog, ook al neemt de vraag naar makelaars af. Logisch? Toch wel, vinden ze: „Immers, het wordt steeds moeilijker een huis te verkopen.”

    • Oscar Vermeer