Hollande wil wonden Algerije helen

President Hollande geeft namens Frankrijk deze week de stadssleutels van Algiers terug aan Algerije, nu 50 jaar onafhankelijk. Zijn bezoek ligt gevoelig.

Als een Franse president Algerije bezoekt noemt zijn entourage dat op voorhand „historisch”. Aan de vooravond van de reis van François Hollande naar het voormalige overzeese gebiedsdeel, morgen en overmorgen, speculeren Franse kranten of hij het er beter van af zal brengen dan zijn voorgangers, die de spanningen tussen de twee landen na hun bezoeken zagen oplopen. Vijftig jaar na de onafhankelijkheid van Algerije wil Hollande de relaties normaliseren.

De in mei verkozen president heeft de reis minutieus voorbereid, verzekeren zijn adviseurs. ‘Hollande de Algerijn’ noemen kranten hem. Als student aan de Ecole Nationale d’Administration, de Franse beroepsopleiding voor ‘hoge functionarissen’, liep hij acht maanden stage op de ambassade in Algiers. Hij bezocht Algerije vaak, en veel van zijn adviseurs hebben Algerijns bloed.

„Alleen een objectieve lezing van de geschiedenis” geeft beide landen de kans „uit te stijgen boven de pijnlijke nasleep van het verleden”, zei de sinds 1999 regerende Algerijnse president Abdelaziz Bouteflika enkele dagen na de verkiezing van Hollande tot president. Maar wat in Algerije objectief is, kan in Frankrijk, waar het koloniale verleden nog altijd tot felle discussies leidt, makkelijk tot politieke averij leiden.

Typerend voor Hollandes nieuwe omgang met de geschiedenis was zijn aanwezigheid bij de herdenking van het gewelddadig neerslaan van een demonstratie van Algerijnen in Parijs in 1961, tijdens de onafhankelijkheidsoorlog, waarbij de Franse politie tientallen Algerijnen de Seine inknuppelde en naar schatting 70 tot 200 mensen om het leven kwamen. Daags na zijn verkiezing tot socialistische presidentskandidaat in 2011, woonde Hollande de gebeurtenis al bij en twee maanden geleden kwam hij terug als president, waarmee Frankrijk 51 jaar na dato de bloedige episode alsnog officieel erkende.

Dat dit geen alledaagse gebeurtenis was bleek uit de felle reactie van oppositiepoliticus François Fillon, premier onder Hollandes voorganger Sarkozy. Die had „genoeg van” de „permanente schuld” die Frankrijk in de schoenen kreeg geschoven terwijl het land toch al onder een „quasipermanente zenuwinzinking” gebukt gaat. Ook de leider van het extreemrechtse Front National, dat veel pied noirs, (nakomelingen van) blanke Fransen uit Algerije) in de gelederen heeft, veroordeelde de geste van Hollande krachtig.

Jacques Chirac bracht in 2003 als eerste Franse staatshoofd een officieel bezoek aan Algerije. Honderdduizenden Algerijnen stonden in de straten om hem te verwelkomen. Maar het symbolische effect van een ‘Verklaring van Algiers’, die politieke, economische en culturele samenwerking beoogde, werd teniet gedaan door een diplomatieke rel over een wetsvoorstel om scholen ook de „positieve rol” van de kolonisatie te laten onderwijzen. Die wet getuigde volgens Bouteflika van „geestelijke blindheid grenzend aan negationisme en revisionisme”.

Per decreet zwakte Chirac de wet af, maar dat voorkwam niet dat de Algerijnen duidelijker dan ooit excuses voor de excessen van de Franse overheersing eisten. Dat Chiracs opvolger Sarkozy vijf jaar terug zonder die verontschuldigingen maar mét een forse handelsmissie naar Algerije trok en slechts verklaarde dat Frankrijk en Algerije zich moesten „richten op de toekomst” lag niet goed. De interventie in buurland Libië onder Sarkozy al evenmin.

Ook nu spelen geopolitieke verhoudingen een belangrijke rol. Frankrijk steunt het verzoek van de organisatie van West-Afrikaanse landen om te militair in te grijpen in Mali, de zuiderbuur van Algerije, waar islamisten het noorden van het land bezet houden. Bouteflika hamert net als bij het ingrijpen van Sarkozy in Libië op de Mali’s soevereiniteit en wenst geen inmenging.

Hoewel er een handelsmissie meereist en het Franse bedrijfsleven in Algerije de hete adem van Chinese ondernemers in de nek voelt, is het bezoek voor de president volgens zijn adviseurs in de eerste plaats „niet geostrategisch, zelfs niet economisch” maar een poging wonden uit het verleden te helen.

Maar de gevoeligheden zijn groot. Hollande neemt voor Bouteflika de stadssleutels van Algiers uit het Musée d’Orsay in Parijs mee. Maar een Algerijnse diplomaat protesteerde dat de sleutels in 1830 door de Fransen bij de inname van de stad waren „gestolen”. En wat wil Hollande zeggen als hij sleutels overdraagt van een stad „die in 1962 door het Algerijnse volk bevrijd is”?

    • Peter Vermaas