Het lustobject

De Victoria’s Secret Fashion Show, gisteravond op Net 5 uitgezonden, is een parade van playmates, waarin de mooiste modellen ter wereld een hele avond voorbij komen in sexy ondergoed.

Ik werd erop geattendeerd door een opiniestuk van actrice Anna Drijver die zich in de Volkskrant opwond over de hypocrisie van de marketing van het lingeriemerk; die „laat ons geloven dat het toppunt van vrijgevochten en zelfverzekerd zijn, het showen van je lichaam in lingerie is. Ergens heeft het feminisme een afslag genomen waardoor het vrouwelijk zelfbewustzijn is omgevormd in geil en sexy zijn”.

Emancipatie gaat kennelijk in slingerbewegingen. Op het feminisme volgde een bimboisering. De zelfstandige carrièrevrouw-van-de-wereld die het imago van lustobject van zich af heeft geworpen, stort zich ineens en masse op de onderdanige sm-fantasieën van Fifty Shades of Gray. En ze spiegelt zich aan de sexy meisjes die hier kirrend en kontwiegend op de catwalk lopen.

Tegelijkertijd mag de man weer fout zijn, of hij nu z’n testosteron de vrije loop laat op Geenstijl en PowNed, of zich verplaatst in de foute-mannen-romans van P.F. Thoméses J. Kessels-reeks.

Merken zijn al lang geen handelsmerken meer maar levensstijlen. Inclusief een morele houding. Dat begon al toen Apple met de Think Different-campagne historische helden als Gandhi, Churchill en John Lennon postuum voor het commerciële karretje spande. Merken kopen begint een daad van morele steunbetuiging te worden. En morele opwinding doet het goed. Vooral morele verontwaardiging mobiliseert titanische krachten, die alle redelijkheid en rationaliteit compleet wegvaagt. Zie de klucht rond bultrug Johannes. En morgen is het weer iets anders.

Redde je het vroeger nog met ‘because you’re worth it’, nu moet je met je aankoop op z’n minst een regenwoud redden of het postfeministische zelfbewuste-vrouw-beeld ondersteunen. Naar eigen zeggen wil het lingeriemerk vrouwen neerzetten die vooral andere vrouwen aantrekkelijk vinden. Ze doen het voor elkaar. Alle consumenten vormen één grote Sex and the City-vriendinnengroep.

Er was al een klein relletje rond de Victoria’s Secret Show ontstaan omdat bij de opnamen in New York één model in een indianentooi liep. Sinds Joan Franka weten wij dat zo’n speelgoeduitdossing kennelijk een open zenuw raakt. Het lingeriemerk ging diep door de knieën met excuses aan de ‘Native Americans’. Die tooi is onder druk van de morele verontwaardiging uit de tv-uitzending geknipt, maar de comeback van de rol als lustobject verwelkomen de kijksters juichend.

Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat ergens een groep mannen heel hard in hun vuistjes staat te lachen. CEO’s en marketingstrategen strijken de poen op voor die flinterdunne lapjes stof, en spelen het intussen klaar om vrouwen zich geëmancipeerd te laten voelen door er als sloeries bij te lopen.

Christiaan Weijts schrijft op deze plek een wisselcolumn met Margriet Oostveen.

    • Christiaan Weijts