‘Europa mag niet afhankelijk zijn’

Werkloze jeugd en de Europese schulden zijn de grootste zorgen van kanselier Merkel. „Ik zeg niet wat men moet doen.”

„Ik ben een gesloten persoonlijkheid”, zegt Angela Merkel. De vraag was of de Duitse bondskanselier niet veel pragmatischer omgaat met het thema Europa dan oud-bondskanselier Helmut Kohl, haar politieke peetvader. Heeft ze wel hart voor Europa? „Mijn hart wordt voortdurend gebruikt opdat mijn verstand iets kan bedenken. Hart en verstand, of hart en hand, alles hoort tezamen.”

Haar poging om passie voor de Europese zaak te verwoorden, wordt vanzelf een demonstratie van rationeel optreden. Maar meteen ook presenteert zij zich, zonder vlagvertoon maar zelfbewust, als de informele president van Europa.

Merkel nodigde gisteren, zoals gebruikelijk aan het eind van het jaar, de buitenlandse pers uit in het Bundeskanzleramt om vooruit te kijken en terug te blikken. Ze onderstreept dat voor Duitsland Europese politiek „bijna binnenlandse politiek is geworden”. Ze licht toe: „Alles wat wij voor Europa doen of voor afzonderlijke landen in de muntunie besluiten, heeft uiteindelijk ook invloed op Duitsland.”

Merkel staat op het toppunt van haar macht na twaalf jaar partijleiderschap van de CDU en zeven jaar bondskanselierschap. En uit haar antwoorden blijkt dat zij zich daarvan terdege bewust is. En dat zij beseft dat zij voorzichtig moet zijn met het tonen van Duitse macht. Als haar gevraagd wordt of zij de Spaanse premier Mariano Rajoy heeft afgeraden aan te kloppen bij het Europese steunfonds en de Italiaanse premier Mario Monti heeft aangeraden zich te kandideren, reageert zij afgemeten. „Kijk eens, ik neem hier in Duitsland zelf mijn eigen beslissingen en ik ga ervan uit dat andere Europese regeringen hetzelfde doen. Maar als iemand mij vriendschappelijk om advies vraagt, bespreken we natuurlijk dingen. Ik doe geen aanbevelingen en zeg niet wat men niet moet doen. Ik geef slechts mijn inschattingen.”

En dat doet zij ook dit uur met de buitenlandse pers, waarbij alleen de antwoorden op de eerste vier vragen mogen worden geciteerd. Merkel gaat in op kwesties van Ierland tot Turkije, van Oekraïne tot Gibraltar. Als ze geen zin heeft om in te gaan op een gedetailleerde vraag wrijft zij in haar handen, alsof ze de woorden van de vragensteller verwerkt tot gehaktballetjes.

Twee kwesties baren haar speciaal zorgen: de Europese jeugdwerkloosheid en de afnemende betekenis van Europa in de wereld. Wat het eerste betreft bepleit Merkel dat Europa harder moet werken om echt een gemeenschappelijke arbeidsmarkt tot stand te brengen, ook met het oog op de toenemende vergrijzing in Duitsland. „Want wat helpt ons een binnenmarkt als we een totale immobiele arbeidsmarkt hebben? Dat betekent dat we meer vreemde talen moeten leren en onze sociale systemen compatibeler moeten maken.”

De belangen van Portugal, Griekenland en Spanje lopen parallel aan die van Duitsland, betoogt Merkel. „Ik weet niet of iedereen doorheeft wat om ons heen in de wereld verandert. Europa was in 1980 maatgevend maar dat is niet automatisch het geval in het jaar 2030. We moeten die positie steeds bevechten.”

De Duitse bondskanselier vreest het moment dat het vertrouwen in Europa als economische macht wegvalt. „Ik herhaal steeds maar weer deze drie cijfers: Europa heeft 7 procent van de wereldbevolking, 25 procent van het bnp van de wereld en ergens tussen de 45 en 50 procent van de sociale uitgaven van de wereld. Als we op een dag zoveel schulden hebben dat niemand meer gelooft dat we dat ooit kunnen terugbetalen, zitten we in Europa in een heel moeilijk parket.

Ik wil niet dat we afhankelijk worden van andere werelddelen. Ik wil dat we op eigen kracht onze toekomst vormgeven.”

    • Frank Vermeulen