Een goede burger heeft een wapen

Na een schietpartij zoals in Newtown neemt de steun voor strengere wapenwetten af, niet toe. Waarom zijn Amerikanen toch zo verknocht aan hun wapens?

Photographer Gordon Murray, foreground, takes a picture of Ron Ingram, top, and Barbara Ingram, right, as they pose with Santa at the third annual "Santa and Machine Guns" event at the Scottsdale Gun Club Dec. 2, 2012, in Scottsdale, Ariz. (AP Photo/Ross D. Franklin) AP

Het was een kenmerkende reactie in juli dit jaar na de schietpartij in een bioscoop in Colorado. James Holmes schoot tijdens de première van de nieuwe Batmanfilm twaalf mensen dood in Aurora in Colorado, onder meer met een semi-automatisch geweer. Zoals elke keer werd de vraag gesteld: is het niet tijd voor strengere wapenwetten? Juist niet, reageerde een wapenhandelaar uit Colorado toen: „Had maar iemand een wapen in de bioscoop gehad, dan hadden ze hem neer kunnen schieten.”

Dit is de reactie die nu opnieuw klinkt na de schietpartij in Newtown, waarbij afgelopen vrijdag twintig kinderen en zeven volwassenen omkwamen. Oké, de te soepele wapenwetten werden door een aantal prominente Amerikanen en lobbygroepen veroordeeld. Maar meer en meer Amerikanen kiezen voor de omgekeerde reactie. Liever soepelere wapenwetten, zodat we ons tegen schutters als die in Newtown kunnen beschermen.

Waarom zijn Amerikanen toch zo verknocht aan hun wapens? Waarom denken ze er zo anders over dan wij?

De Amerikaanse voorliefde voor vuurwapens gaat ver terug. Aanvankelijk waren ze vooral bedoeld als bescherming tegen rondstruinende indianen, vertelt Eduard van de Bilt, docent Amerikanistiek aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) en de Universiteit Leiden. In de achttiende en de eerste helft van de negentiende eeuw was de federale overheid zwak georganiseerd: een leger was er niet en lokale rechtbanken evenmin. Burgers moesten zichzelf kunnen verdedigen – er was niemand anders die het voor ze deed. Dit recht werd vastgelegd in het Tweede Amendement van de Amerikaanse Grondwet, toegevoegd in 1791.

Ook al hebben de Verenigde Staten inmiddels een leger en een functionerende rechtsstaat, het recht op zelfverdediging is belangrijk gebleven. En dan gaat het niet alleen om verdediging tegen boeven en indringers, maar juist ook tegen de overheid. Van de Bilt: „Amerikanen denken: elke overheid kan tiranniek worden, ook de onze. Zeker na de Tweede Wereldoorlog, toen de staat zijn taken sterk uitbreidde, zag je deze angst toenemen.”

Hoogleraar geschiedenis aan de UvA en geboren Amerikaan James Kennedy beaamt dit. „Amerikanen vinden de overheid óf niet effectief, óf juist te machtig. In beide gevallen moeten ze zichzelf zien te beschermen.”

Kennedy stelt daarnaast dat wapens worden gezien als onderdeel van een gezonde levensstijl – met name jagen. „In Wyoming lunchen cowboys met hun pistool op tafel voor als er toevallig een beer langskomt.” Ook Eduard van de Bilt wijst erop dat sommige Amerikanen in plattelandsgebieden leven van de jacht.

De derde reden voor de Amerikaanse vuurwapenverslaving klinkt in de huidige context ironisch: wapens worden in Amerika gezien als cruciaal voor goed burgerschap. Kennedy: „Vergelijk het met de Nederlandse schutterij in de achttiende eeuw. Die vormde een maatstaf voor actief burgerschap.” Van de Bilt: „Al vanaf het begin van de Verenigde Staten bestond daar het idee van de citizen soldier: de burger die bereid is het hoogste offer te brengen voor zijn land. Het hebben van wapens hangt hiermee samen.”

Zelfverdediging, jagen, offers brengen voor het vaderland – deze fenomenen zijn lang niet meer voor alle Amerikanen relevant. Toch hebben vuurwapens zich weten te nestelen in de Amerikaanse cultuur. Van de Bilt: „Het is een vast onderdeel van de samenleving. Kinderen groeien op met schietverenigingen en vaste wapenafdelingen in winkels. Zolang hier geen tegenwicht aan wordt gegeven, blijft wapenbezit natuurlijk en logisch.”

Sterker nog: de steun voor strengere wapenwetten neemt bij elke grote schietpartij verder af. Na de schietpartij in Columbine, twaalf jaar geleden, waren twee op de drie Amerikanen voor strengere wapenwetten. Inmiddels is dat, volgens peilbureau Gallup, nog maar 44 procent. Hoe komt dat?

James Kennedy wijst op een aantal incidenten aan het begin van de jaren negentig waarbij de overheid buitensporig geweld gebruikte. In 1992 schoten FBI-agenten in een langdurig gevecht de vrouw en zoon van de racist Randy Weaver dood. Een jaar later deed de FBI een inval bij de sekte Branch Davidians in Waco, Texas – in de brand die daarbij ontstond, kwamen 76 mensen om het leven..

Deze gebeurtenissen versterkten het in Amerika toch al grote wantrouwen ten opzichte van de federale overheid, zegt Kennedy. „En alleen een gewapende burgerij kan zich verweren tegen een agressieve staat.”