Burgemeester zwerft, burger zit thuis

Molenwaard, een nieuwe fusie van drie gemeenten, is te groot voor een raadhuis. Koeriers leveren er thuis paspoorten af, de raad vergadert in een café.

nieuw lekkerland voormalig gemeentehuis foto rien zilvold

Stel, drie gemeenten fuseren. En die fusiegemeente zal bestaan uit dertien ver uit elkaar gelegen dorpskernen. Waar komt dan het gemeentehuis te staan?

Nergens.

Dat is het antwoord van Nieuw-Lekkerland, Graafstroom en Liesveld, drie gemeenten in de Alblasserwaard, met samen zo’n 30.000 inwoners. Per 1 januari gaan zij op in Molenwaard, de eerste Nederlandse gemeente die vrijwillig zal opereren zonder gemeentehuis.

Molenwaard strekt zich uit over een kilometer of 25 van west naar oost. „Hoe moet de gemeente het contact onderhouden met burgers in zo’n uitgestrekt gebied? Die vraag hebben wij ons gesteld”, zegt Dirk van der Borg (57), nu burgemeester van Graafstroom, straks waarnemend burgemeester van Molenwaard. „Geen gemeentehuis bouwen lijkt ons het beste antwoord.”

Van der Borg ontvangt in het tijdelijke gemeentehuis dat in 2009 werd opgericht in een van de dorpskernen. Hier werken de ambtenaren en bestuurders van de drie gemeenten alvast samen. Een eigen kamer heeft Van der Borg niet, hij noemt zich nu al een „zwervende burgemeester”.

Medio 2014 wordt dit pand neergehaald. Ook de drie ‘oude’ raadhuizen verliezen hun functie. Dat van Graafstroom wordt bistro, in Nieuw-Lekkerland wordt het een school. Het gemeentehuis van Liesveld wordt ‘backoffice’, met werkplekken voor een ambtenaar of tachtig.

Alle andere ambtenaren, ongeveer honderd, moeten gaan zwerven – net als de burgemeester. „Er komen aanlandplekken in de dorpskernen”, zegt Van der Borg. „Kantoorplekken in bestaande gebouwen.” Gemeenteloketten verdwijnen. Koeriers in een busje leveren paspoorten af.

Burgers in de drie fusiegemeenten krijgen nu al ambtenaren op bezoek. Zoals Leo Waaijer (57), inwoner van Ottoland, gemeente Graafstroom. Hij is arbeidsongeschikt, onder meer vanwege een aandoening aan zijn gewrichten en spieren. Via de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) krijgt hij gratis busvervoer, een rolstoel, binnenkort een traplift. Voor die gemeentelijke hulp hoefde Waaijer de deur nooit uit. Hij toetst zijn inlogcode op de gemeentewebsite in en legt contact met de WMO-ambtenaar. Die bezoekt hem een paar keer per jaar. Praktisch, vindt Waaijer. „De ambtenaar heeft mij altijd in mijn eigen omgeving meegemaakt en kan zo beter inspelen op mijn behoeften.” Waaijer wijst op een nieuw, houten afstapje tussen zijn tuin en zijn terras. „Het viel de ambtenaar op dat daar een hoogteverschil zat, waar ik weleens moeite mee zou kunnen krijgen. Nu staat daar dat trapje. Ik had dat hoogteverschil niet eens gezien. Bij een WMO-loket op het gemeentehuis had ik dat zelf dus nooit genoemd.”

De raadsvergaderingen van Molenwaard vinden straks plaats in de dorpen, in een verzorgingshuis, café of buurthuis. „Zolang de mobiele geluidsapparatuur maar op zo’n plek past, en er ruimte is voor publiek”, zegt burgemeester Van der Borg. „Het mooist zou zijn als de raad samenkomt in het dorp waar het díé vergadering over gaat. Dan komt de gemeente echt dicht bij de burger.”

Geldgebrek heeft de plannen ook beïnvloed. De laatste jaren hebben de drie gemeenten samen 6 miljoen euro moeten bezuinigen, op een begroting van 60 miljoen. De komende jaren moet daar nog eens 1 tot 1,5 miljoen euro vanaf. Een nieuw gemeentehuis zou naar schatting 15 miljoen euro kosten. „Dat geld is er niet”, zegt Van der Borg. „En we kwamen er al moeilijk uit waar het pand zou moeten komen. Waarom dan een duur pand bouwen, ver van de burgers af?”

Voor het ‘nieuwe werken’ van Molenwaard stellen de raden van Graafstroom, Liesveld en Nieuw-Lekkerland 3 miljoen euro beschikbaar. Van der Borg: „Dat geld zal vooral opgaan aan de inrichting van aanlandplekken en aan technologie als iPads.”

Niet alle burgers zijn enthousiast over de digitale plannen. Van der Borg kreeg onlangs een handgeschreven brief van een oudere bewoner. Die schreef dat hij geen computer heeft, een ook niet bereid is zo’n onding aan te schaffen. Hoe moest hij straks in contact komen met de gemeente? De burgemeester: „Voor mensen als hij moet de mogelijkheid blijven bestaan naar het gemeentekantoortje te komen, in zijn eigen dorpskern.” Maar daar is toch geen loket meer? „Klopt. Maar een afspraak maken met een ambtenaar moet altijd mogelijk blijven.”