Bedwantsen en de gooi naar een volwassen leven

Soms als ik bij iemand op bezoek ben, zeg ik: “Professioneel huis heb je.” Ik ga er vanuit dat iedereen begrijpt wat ik daarmee bedoel, toch vraagt degene met het professionele huis: “Wat bedoel je daar precies mee?” Dat is op zich een goede vraag. Er worden over het algemeen te weinig vragen gesteld. De

Soms als ik bij iemand op bezoek ben, zeg ik: “Professioneel huis heb je.” Ik ga er vanuit dat iedereen begrijpt wat ik daarmee bedoel, toch vraagt degene met het professionele huis: “Wat bedoel je daar precies mee?”

Dat is op zich een goede vraag. Er worden over het algemeen te weinig vragen gesteld. De vraag wat iemand bedoelt met wat hij zegt is een prima vraag waar, vrees ik, helaas geen antwoord op is.

Ik zeg dat ik met professioneel volwassen bedoel. Ik weet ook niet wat het woord volwassen nou eigenlijk inhoudt. Misschien omdat ikzelf nog niet volwassen ben. Ik ben net dertig jaar geworden, in de ogen van de meeste mensen ben ik nu een vrouw. Maar ik voel me, en ik besef dat dit pathetisch klinkt, een kind in een meisjeslichaam met een volwassen leeftijd. Het leven is al met al toch moeilijk serieus te nemen? Met professioneel bedoel ik denk ik: de mensen die het wél weten.

Omdat ik soms een gooi doe naar een volwassen leven besloot ik om in Berlijn niet in een hostel te slapen waar jongeren van achttien dronken van de absinth de hele dag videogames spelen, elkaars kleren uittrekken en oorlog voeren door gezouten pinda’s en stukken kleffe pizza op een zo hoog mogelijke snelheid in je nek te smijten, nee, in plaats daarvan huurde ik een hotelkamer in een echt hotel waar je veel geld voor moet betalen en waar mensen daadwerkelijk gaan slapen onder kraakheldere witte lakens in een professioneel bed en waar ze een schoonmaker hebben en roomservice en een bordje waarop staat: “Do not disturb”, die je altijd voor de deur hangt omdat het anders lijkt dat je een hotelkamer huurt zonder te neuken en je mag dan wel aan je professionele leven begonnen zijn; seks heb je nog altijd iedere dag.

De eerste avond had ik toen ik in bed lag in plaats van seks last van een ongekende jeuk. In het bed bleken bedwantsen te zitten. De manager van het hotel ver excuseerde zich. Hij zei dat de bedwantsen uit New York kwamen, dat waren zijn vermoedens. “Er is daar een plaag”, zei hij. “Ze zijn moeilijk te bestrijden, ze overleven alles en iedereen.”

Direct verliet ik het hotel nu vluchten nog kon. Dit stukje tik ik in een hostel terwijl er pinda’s naar me gegooid worden. Het professionele leven kan wel wachten.

    • Maartje Wortel