Als de gemeente de burger maar serieus neemt

De Tweede Kamer spreekt vandaag met minister Plasterk over zijn plannen voor grotere gemeenten. Daar zit geen visie achter, vindt de oppositie.

Groot of klein, het maakt amper uit. Als burgers een rapportcijfer moeten geven over de kwaliteit van hun bestuur, krijgen álle gemeenten maar net een zes. De kleinste, tot 20.000 inwoners, scoren 6,05 gemiddeld. De grootste, van 100.000 inwoners of meer, een 6,06.

Deze cijfers komen uit onderzoek van de Twentse hoogleraar regionaal bestuur Marcel Boogers. En desondanks gaat de politieke discussie vandaag, bij de behandeling van de begroting van Binnenlandse Zaken, over de grootte van gemeenten.

Het tweede kabinet-Rutte is vóór grotere gemeenten. Schaalvoordelen en minder dubbele taken zouden miljoenen euro’s moeten opleveren. In 2017, aan het einde van deze kabinetsperiode, zou Nederland 75 gemeenten minder moeten hebben dan de huidige 415.

Na boze reacties van onder andere de Vereniging van Nederlandse Gemeenten werd al gauw na de presentatie van het regeerakkoord bekend dat minister van Binnenlandse Zaken Ronald Plasterk (PvdA) de gemeenten niet zal dwíngen te fuseren. Maar de vele taken die gemeenten erbij krijgen, zal ze vanzelf de samenwerking laten opzoeken, zei hij ook. Jeugdzorg, langdurige zorg, sociale werkvoorziening; gemeenten moeten het allemaal zelf gaan regelen. Dus moeten ze wel opschalen.

En dat is precies verkeerdom geredeneerd, vinden tegenstanders van de afspraken uit het regeerakkoord. „Hier zit totaal geen visie achter”, zegt Tweede Kamerlid Madeleine van Toorenburg (CDA). Als het kabinet nou zou herindelen omdat het vindt dat dat bestuurlijk beter zou zijn, alla. „Maar het is volgens mij zo gegaan: we hevelen taken over naar de gemeenten, en geven er flink minder geld voor dan het Rijk ervoor had. Oh, die gemeenten kunnen het niet aan? Nou, dan moeten we afspreken dat ze groter worden.”

Zo’n semigedwongen manier van opschaling gaat eraan voorbij dat „de burger niet alleen maar klant is van de overheid”, zegt Van Toorenburg. „Dit is miskenning van historisch gevoel dat in een gemeenschap leeft.”

Alsof de overheid niet al genoeg voorbeelden heeft van mislukte schaalvergroting, zegt Ronald van Raak, SP-Kamerlid. In onderwijs en gezondheidszorg bleek het ook niet te werken, vindt hij. „Waarom moet het hier dan weer groter, groter, groter? We moeten niet herindelen, maar de menselijke maat terugvinden.”

Volgens voorstanders van schaalvergroting, waaronder D66, hoeft samengaan helemaal niet ten koste te gaan van de ‘eigenheid’ van gemeenten. Kijk naar de gemeente Westland, zegt Gerard Schouw (D66): „De Naaldwijkers voelen zich daar echt gewoon nog Naaldwijkers, hoor.”

Volgens het onderzoek van hoogleraar Boogers, uit juli van dit jaar, doen vooral buurtgerichtheid, kwaliteit van de leefomgeving en de manier waarop ambtenaren reageren ertoe als burgers hun gemeente beoordelen. Kort en goed gaat het hierom: als de gemeente maar aandacht heeft voor veiligheid en leefbaarheid in de buurt. Als de wegen maar goed zijn, en de parkeergelegenheid ruim. En de belangrijkste eis: de gemeente moet klachten van haar burgers serieus nemen – of de gemeente nu groot is of klein.

Voor de tevredenheid van haar inwoners doet de omvang van een gemeente er dus amper toe. De ideale grootte bestaat niet.

    • Annemarie Kas