2013: wat gebeurt er met mijn hypotheek?

Nieuwkomers op de woningmarkt:

Iedereen die vanaf 1 januari 2013 voor het eerst een woning koopt, moet zijn hypotheek volledig in 30 jaar aflossen om recht te hebben op hypotheekrenteaftrek. Het afsluiten van bijvoorbeeld een aflossingsvrije hypotheek, beleggingshypotheek of spaarhypotheek mag nog wel, alleen krijg je dan geen hypotheekrenteaftrek. In de praktijk zullen twee hypotheekvormen voor starters overblijven: de annuïteitenhypotheek (de maandlast blijft gedurende de looptijd gelijk) en de lineaire hypotheek (de maandlast neemt gedurende de looptijd af).

Starters kunnen ook minder lenen vanaf 2013. Nu mag je nog 106 procent van de waarde van de woning lenen, dat wordt volgend jaar 105 procent. De komende jaren gaat deze verhouding tussen de hoogte van de hypotheek en de woningwaarde verder omlaag, jaarlijks met 1 procent, zodat die in 2018 op 100 procent uitkomt. Een woningkoper moet vanaf dan dus zelf geld meenemen voor bijvoorbeeld de kosten koper en een verbouwing.

Huizenbezitters die blijven zitten:

Voor mensen die op 31 december 2012 een hypotheek hebben, ongeacht welke vorm, verandert niets. Ook niet bij het oversluiten van de hypotheek, bijvoorbeeld aan het eind van een rentevaste periode. Ze kunnen ook zonder problemen overstappen naar een andere aanbieder. Wel moeten ze dezelfde hypotheekvorm houden.

Willen ze hun aflossingsvrije hypotheek omzetten in een andere hypotheekvorm, bijvoorbeeld een (bank)spaar- of beleggingshypotheek, dan kan dat tot 1 april 2013 (bijvoorbeeld om restschuld te voorkomen). Doen ze dat na die datum, dan gelden ze als nieuw geval en moeten ze verplicht aflossen.

Wel mogen ‘bestaande gevallen’, net als starters, op termijn minder aftrekken. Vanaf 2014 wordt het maximum aftrektarief met 0,5 procent per jaar verminderd, totdat de maximale aftrek van 38 procent is bereikt.

Huizenbezitters die gaan verhuizen:

Huizenbezitters die na 1 januari een nieuwe, duurdere woning kopen, krijgen deels met de nieuwe regels te maken. Alleen op het opgehoogde deel van de hypotheek geldt de aflossingsverplichting. Voorbeeld: je bezit een woning met een hypotheek van 250.000 euro en je koopt een woning van 300.000 euro. Dan valt die 250.000 euro nog onder de oude regels, maar die 50.000 extra moet verplicht worden afgelost. Wat ook onder de nieuwe regels valt: als je je hypotheek wilt ophogen voor bijvoorbeeld een verbouwing.