Zwemmen

Ik zwem tegenwoordig. Het liefst rond lunchtijd. De mensen die ook graag tussen de middag zwemmen, zijn studentes en bejaarde vrouwen. Die studentes, daar heb je weinig last van, mits ze niet twee aan twee zwemmen om bij te kunnen kletsen. Iets wat bejaarde vrouwen wel heel graag doen. Sterker nog: ik denk soms wel eens dat bejaarde vrouwen niet weten dat baantjeszwemmen eigenlijk een solistische hobby is.

Nu heb ik een natuurlijk respect voor oudere mensen. Na een grondige opvoeding waarin respect voor de ander centraal stond, werkte ik tijdens mijn studententijd ook nog eens als portier in een bejaardentehuis. Daar heb ik een levenslange liefde ontwikkeld voor alles wat met zilvershampoo, boterbabbelaars en steunkousen te maken heeft.

Maar de zwemmende bejaarden stellen mijn respect en tolerantie wel op de proef. Want zoals gezegd: ze moeten altijd naast elkaar zwemmen. Dat doen ze heel sloom. Je kunt er met geen mogelijkheid omheen zwemmen. En als je ze vanaf de andere kant nadert en een gaatje probeert te vinden om tussendoor te zwemmen, kijken ze je verwijtend aan. Want dan stoor je in het gesprek. Laatst heb ik bij het passeren een bejaarde geschopt. Per ongeluk, maar toch. Ze hebben al van die broze heupen.

Waar ik tijdens het zwemmen aan dacht: de bejaarden van tegenwoordig kunnen, naast het natuurlijk respect dat ze krijgen, ook nog respect afdwingen met één enkele zin. De zin „ik heb dit land helpen wederopbouwen, mijn kind”. Maar de bejaarden die dat nog kunnen zeggen, zijn aan het uitsterven. Straks zijn er ook geen wederopbouwbejaarden meer.

Wat gaan die nieuwe ouderen eigenlijk voor argument gebruiken? Wat zegt de generatie van mijn ouders, wanneer ze over een jaar of twintig een brutaal kind de mond willen snoeren? „Even dimmen jongen, ik heb wel mooi voor jou de zitkuil en de vrije seks bedacht?” „Tut tut tut, niet zo mopperen, ik heb het pas zwaar gehad. Ik moest wel tien jaar studeren en heel veel blowen en met mijn bakkebaarden in de kaasfondue hangen?”

Dat gaat nog knap lastig worden voor de moderne bejaarde. Nu zeg ik niks tegen mijn zwembadgenotes, omdat ik, bij mijn gemopper op ze meteen denk aan hoe ze vroeger bloembollen hebben gegeten, op de rokende puinhopen van de Tweede Wereldoorlog lange witte onderbroeken schoonschrobden op een wasbord. En dan hou ik mijn mond en laat ik ze het hele bad overnemen.

Maar ik denk dat je met je bakkebaarden-in-de-kaasfondue-anekdote een stuk minder makkelijk het bad voor jezelf krijgt.

    • Nynke de Jong