Zelfverrijking

Op de garderobebalie van het museum waar ik als student werkte, stond een fooienbak. Van het opgespaarde bedrag gingen we af en toe uit eten. Volgens een ongeschreven regel was al het fooiengeld voor de groep bestemd, maar in de praktijk lag dat anders. De mensen die het langst in het museum werkten en de meeste uren maakten, voelden zich beter dan het voetvolk dat slechts één dag per week jassen ophing. Het hoogst in de hiërarchie stond de commissie die de fooienbak bestierde. Die commissie, zo bleek toen ik ertoe toetrad, kocht voor zichzelf sigaretten en andere lekkernijen van het fooiengeld.

Aanvankelijk schrok ik hiervan, maar al snel ging ik het zelf ook doen. Ik zag mijn gedrag niet als immoreel. Ik werkte langer en vaker in het museum dan veel anderen, dus eigenlijk was het míjn geld. Bovendien deden de anderen het ook. Als ik niet af en toe iets uit de bak graaide, was ik een dief van mijn eigen portemonnee. Hetzelfde denkpatroon zie ik bij kennissen die privé-etentjes en -treinreizen bij hun werkgever declareren en grote hoeveelheden kantoorartikelen achteroverdrukken. Iedereen doet het en niemand controleert het, dus waarom zou je het laten? Het geld is van iedereen en daarmee van niemand.

De laatste maanden is er veel aandacht voor fraude en zelfverrijking bij politici en bestuurders. Hier wordt met verontwaardiging op gereageerd. Maar de manier van denken die aan dit handelen ten grondslag ligt, is alom aanwezig. Als je van een anonieme gemeenschap iets kunt nemen zonder dat anderen er zichtbaar op achteruitgaan, is het verleidelijk daarvan gebruik te maken. Het probleem beperkt zich niet tot fraude en zelfverrijking. Ook het zorgeloos omspringen met publieke voorzieningen komt voort uit deze denkwijze. Als je een uitkering kunt krijgen, waarom zou je dan een stom baantje nemen? Als je een gratis MRI-scan kunt krijgen, waarom zou je je dan afvragen of die noodzakelijk is?

Om zelfverrijking, misbruik en verspilling tegen te gaan, wordt nu gepleit voor meer regels en toezicht. Moeilijker te bewerkstelligen, maar minstens zo belangrijk, is een andere mentaliteit: meer verantwoordelijkheidsgevoel en betrokkenheid bij de anonieme gemeenschap.

    • Floor Rusman