Voor Qatarezen is zelfs Parijs te koop

PSG staat na een 1-0 thuiszege op Lyon bovenaan in de Franse competitie, met dank aan de oliedollars uit Qatar.

Ze kochten een chique hotel in Parijs. En nog een. En nog een. En toen nog vijf. Daarna kochten de Qatarezen een paar shopping malls, ze kochten banken, ze kochten bioscopen, ze kochten monumentale panden, ze kochten theaters, ze kochten een handbalteam, ze probeerden zelfs een paar Parijse achterbuurten te kopen om ze weer een beetje toonbaar te maken.

En o ja, tussendoor tikten ze ook nog een voetbalclub op de kop.

Parijs wordt de laatste jaren in hoogt tempo ‘geqatariseerd’. Sinds 2011 is ook voetbalclub Paris Saint-Germain in handen van Qatar Investment Authority, de investeringsmaatschappij van de Qatarese staat. De Qatarezen betaalden er een slordige 40 miljoen voor – een schijntje voor een fonds dat een zesde van de Londen Stock Exchange in bezit heeft en lachend bijna twee miljard neerlegt voor warenhuis Harrods.

PSG in Qatarese handen – het was even wennen voor de supporters, maar je kunt er niet meer omheen. In het stadion is aan alles te zien dat PSG een stukje Qatar is. Op de shirts, op de reclameborden langs het veld, op de grote schermen in het stadion: overal wordt reclame gemaakt voor Emirates – de luchtvaartmaatschappij van Qatar. Een stewardess van Emirates verricht zelfs de aftrap voor het duel met Olympique Lyon.

Het is niet voor niets dat Qatar – een oliestaatje met het hoogste BNP ter wereld – alles koopt wat los en vast zit. Het probleem met olie: het raakt ooit op. Voor dat moment aanbreekt willen de Qatarezen genoeg andere manieren hebben om geld te verdienen. Maar ze willen meer dan alleen investeren in een toekomst zonder olie. Ze willen zichzelf op de kaart zetten. Het merk Qatar moet worden gebrand op ieders netvlies, vooral in landen die internationaal iets in de melk te brokkelen hebben. Dé manier om dat te doen is sport. Zo heeft Qatar het WK voetbal (2022) en het WK wielrennen (2016) al binnengehaald, kocht het de Spaanse voetbalclub Málaga en sloot het een sponsordeal met FC Barcelona (166 miljoen euro voor vijf jaar). PSG is het volgende stapje in de pr-campagne van de Qatarezen.

Sinds de overname is Sjeik Nasser Al-Khelaifi de voorzitter van PSG. In een donkerbruin verleden heeft hij nog eens een paar potjes als professioneel tennisser gespeeld en hij is ook directeur van het sportkanaal van de Arabische tv-zender Al Jazeera. Al-Khelaifi stond nog niet aan het roer of hij gooide trainer Koumbouaré eruit – en verving hem door Carlo Ancelotti (ex-Chelsea). Bovendien vertelde Al-Khelaifi tegen technisch directeur Leonardo dat hij mocht winkelen met een portemonnee zonder bodem.

Dat liet de Braziliaan Leonardo zich geen twee keer zeggen.

PSG gaf in de afgelopen anderhalf jaar 257 miljoen euro aan 16 nieuwe spelers, onder wie Lavezzi (Napoli), Motta (Inter), Maxwell (Barcelona) , Ibrahimovic (Milan) en Gregory van der Wiel (Ajax). Van der Wiel: „Ik volgde het voetbal in Frankrijk niet zo, maar PSG kende ik wel. Ik wist dat ze bezig waren veel goede spelers aan te trekken omdat er veel werd geïnvesteerd. De club wordt snel beter door al die nieuwe spelers. Daar ben ik er één van.”

Er staan nog wel een paar spelers op het verlanglijstje van PSG. Wesley Sneijder bijvoorbeeld. En Cristiano Ronaldo. Volgens de Franse sportkrant L’Equipe bereidt PSG een bod van 123 miljoen euro voor op het wandelende wasbord uit Portugal. En ook Real Madrid-coach José Mourinho is een potentieel doelwit voor de Qatarezen, zo bevestigde Al-Khelaifi’s rechterhand Sjeik Saoud Bin Abdulrahman Al Thani in de aanloop naar de wedstrijd tegen Olympique Lyon tegen sportzender Canal Plus.

Voorlopig is Zlatan Ibrahimovic de enige echte ster van PSG. De spits verdient in Parijs veertien miljoen euro per jaar. Netto, en exclusief bonussen. Jérôme Cahuzac, de Franse minister van Financiën, bestempelde het salaris als „onbeschoft”. Niet dat Ibrahimovic daar mee zit. Hij neemt het ervan. De eerste maanden in Parijs bracht hij met mevrouw Ibrahimovic door in de suite van hotel El Bristol – tegen 17.000 euro per nacht. Dat beviel hem zo goed dat hij tegen L’Equipe zei: „We zoeken naar een appartement. Maar als we niks vinden, koop ik gewoon dit hotel.”

Ibrahimovic en de andere huurlingen moeten PSG kampioen maken. En snel ook. Want de Parijse club wacht al achttien jaar op een Franse titel. Vorig jaar greep PSG er naast omdat het nietige Montpellier te sterk was; dit jaar móet het gebeuren; de sjeiks willen waar voor hun geld.

Deze zondagavond is lijstaanvoerder Olympique Lyon de tegenstander in Parc des Princes. Bij winst neemt PSG de koppositie over. Het stadion zit vol, er is een bataljon Franse journalisten uitgerukt om verslag te doen van de kraker en de speaker van dienst gilt zijn stembanden schor – maar het wil in de eerste helft niet echt lukken met PSG. Het team is niet meer dan een verzameling individualisten die allemaal bij iedere actie willen scoren of de beslissende voorzet willen geven.

Ibrahimovic speelt op z’n Ibrahimovic. Hij sloft, zeurt tegen de scheids, staat zes keer buitenspel in vijf minuten, maakt wegwerpgebaren en schopt een tegenstander als die op de grond ligt – tot hij op slag van rust de bal vanuit het niets op het hoofd van zijn ploeggenoot Blaise Matuidi legt: 1-0. Daarbij blijft het – na rust kan Lyon geen vuist meer maken. Na het eindsignaal daalt er een huilend gejuich neer vanaf de tribunes: PSG staat weer bovenaan. Niemand heeft het nog over het bij elkaar gekochte huurlingenlegioen. De sjeiks wrijven in hun handen.

Goodwill, macht, het kampioenschap, Parijs – alles is te koop.

Als je maar genoeg betaalt.