Uitzendbureau ziet acteur en discrimineert

Het Sociaal en Cultureel Planbureau gebruikte allochtone acteurs om werk te zoeken. Wat bleek? Discriminatie.

Is er een rapport verschenen waarin staat dat Turkse en Antilliaanse Nederlanders worden gediscrimineerd op de arbeidsmarkt? Ömer (16) en Batuhan (17) zijn niet verbaasd. Ja, hè hè, daar hoef je geen onderzoek naar te doen. Dat hadden zij zo wel kunnen vertellen.

Ömer en Batuhan – ze willen niet met hun volledige naam in de krant – zitten achter de studieboeken in de Rotterdamse bibliotheek. Ömer doet dit jaar examen havo en wil economie studeren aan een hogeschool. Batuhan doet de opleiding vestigingsmanager groothandel op mbo-niveau. Ömer en Batuhan zijn vrienden; hun ouders komen uit Turkije.

Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) deed onconventioneel onderzoek en stuurde twintig acteurs (autochtoon, Marokkaans, Turks, Antilliaans, Surinaams) langs 460 uitzendbureau’s voor werk.

Een relatief klein aantal, beaamt SCP-onderzoeker Jaco Dagevos. Maar de acteurs zijn zorgvuldig gekozen, kregen een uitgebreide training en leerden zo representatief mogelijk over te komen. Daardoor zijn de uitkomsten representatief voor de hele groep, zegt Dagevos.

Wat bleek? Van de niet-westerse werkzoekende acteurs kreeg 28 procent een baan. Van de autochtone acteurs met precies hetzelfde cv had 46 procent beet. Best een verschil.

Mohamed Bourik, begeleider bij een reïntegratiebedrijf, herkent het beeld. Hij weet van sommige bedrijven dat ze geen Marokkanen en Antillianen aannemen, al zullen ze dat zelden hardop zeggen. „Het gaat echt niet alleen om jongens die moeilijk te plaatsen zijn, die een strafblad hebben. Ook nette jongens met hbo-diploma merken het. En als ze 100 sollicitaties hebben verstuurd, dan is het lastig om optimistisch te blijven.” Hij houdt jongeren voor dat ze zich niet moeten laten kisten. „Er zijn er ook die het als excuus gebruiken om niet te solliciteren. Dat is mij veel te makkelijk.”

Antilliaanse mannen kregen het minst makkelijk werk. Marokkaanse werkzoekenden sprongen er gunstig uit: zij hebben evenveel kans als autochtonen op een baan van het uitzendbureau. Dat is opvallend omdat Marokkaanse Nederlanders wel veel vaker werkloos zijn dan autochtonen. Daarnaast wordt er in het publieke debat vaker negatief over ze gesproken.

Een mogelijke verklaring is subtyping, zeggen de onderzoekers. Dat betekent dat mensen een bepaald stereotiep beeld hebben van een groep mensen. Wanneer iemand afwijkt van dat beeld wordt deze persoon niet meer beschouwd als behorend tot de groep. Bijvoorbeeld: ‘Alle Marokkanen zijn onbetrouwbaar, behalve mijn buurman Ahmed, die is goudeerlijk’.

Het is lastig erachter te komen waarom allochtonen minder makkelijk aan werk komen dan autochtonen. Het kan zijn dat werkgevers liever geen niet-westerse werknemers willen. Het kan ook zijn dat werkgevers denken dat hun klanten het vervelend vinden. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat het zo kan werken. Vorig jaar nog bleek uit onderzoek dat meer dan driekwart van de uitzendbureaus bereid was om mensen uit een bepaalde etnische groep uit te sluiten als een (fictieve) werkgever daarom vroeg. Zij gingen dus akkoord met een vraag als: „Ik heb drie mensen in het callcenter nodig. Maar geen Marokkanen alsjeblieft.”

Allochtone jongens, zo blijkt uit het nieuwe SCP-onderzoek, werden vaker gediscrimineerd dan autochtonen en vaker dan (allochtone en autochtone) vrouwen. Waarom vrouwen een streepje voor hebben, is lastig te zeggen. Uit eerder onderzoek blijkt dat intercedenten de productiviteit van jonge vrouwen hoger inschatten dan die van jonge mannen – vrouwen worden als betrouwbaarder gezien. Minder bedreigend.

Allochtone werkzoekenden denken zelf ook dat ze gediscrimineerd worden. Ze zien ook dat opleiding, ervaring en leeftijd een rol spelen.

Dat een Turkse Nederlander minder makkelijk aan een baan komt, staat vast, zeggen Ömer en Batuhan – met hun Turkse ouders – in de bibliotheek. Ze hebben zelf alleen nog bijbaantjes gehad, maar hebben talloze voorbeelden van familieleden die keihard solliciteerden zonder resultaat. Batuhan: „Als ik Kees de Bruin had geheten, zou het een stuk makkelijker zijn.”

Ömer: „Dat is nu eenmaal zo, dat moeten we accepteren.”

Batuhan: „Dat vind ik niet, ik ben geen tweederangsburger.”

Ömer: „Ach, dat we lastiger aan een baan komen, wil niet zeggen dat het niet lukt. We moeten er alleen nóg iets harder voor vechten.”