Sterke tableaus van de Belgen

NL/B – deBuren door KCO o.l.v. Otto Tausk. Gehoord: Concertgebouw Amsterdam, 14/12

Het Concertgebouworkest zocht bekend Belgisch werk, maar vond niets. Orkestdirecteur Jan Raes wist zelfs te vertellen dat het KCO in een kwarteeuw geen Belgische componist op de lessenaar heeft gehad. Vandaar het jongste thema in de AAA-serie: waarom kennen wij de muziek van onze zuiderburen amper? Dit programma, ook in Antwerpen gespeeld, telde er twee, beide met Nederlandse premières: Frédéric Devreese (1929) en Luc Brewaeys (1959).

Devreeses Pianoconcert nr. 4 heeft op papier een boeiende vorm, maar miste als klinkend geheel overtuigingskracht; dit ondanks de goede uitvoering, met name door de excellente solist Ralph van Raat. Een werk van momenten in een melange van stijlen, met een weergaloos slot.

Dat Brewaeys in Nederland nauwelijks wordt uitgevoerd is doodzonde. Zijn KCO-opdrachtwerk bleef wegens ziekte onvoltooid, zodat men teruggreep op Along the shores of Lorn (2005), vernoemd naar de tekst op een whiskyfles. Die lichtvoetige verwijzing, evenals het gerijpte karakter van een single malt, typeert Brewaeys’ muziek. Veel klanknuance – klarinetten die tegen paukenvellen blazen, met didgeridoo-effect –, maar ook vormbesef en verbeeldingskracht in ieder gebaar. De vertraagde wereldpremière van Brewaeys’ opdrachtwerk …sciolto nel foro universale del vuoto… is iets om naar uit te kijken.

Zeer geslaagd was ook Down the rabbit hole, het nieuwe opdrachtwerk van Mayke Nas (1972). Evocatieve Alice-muziek in een reeks sterke tableaus, met liggende vioolflageoletten, dopplerende blazers en eruptietjes van percussieve, briljante klank.

Nederlander Otto Tausk maakte zijn officiële debuut bij het orkest met kenmerkende zwier en klasse. De enige Belg op het podium, fluitist Vincent Cortvrint, ontving extra applaus.