Speuren naar Bin Laden

Een insiderverslag van de aanval op Osama bin Laden is een bestseller met Hollywoodallure. Ook een andere reconstructie mikt op verfilming.

De dag voordat Osama bin Laden zou worden gedood, speculeerden de elite-eenheden van de Navy SEALs al over wie zijn rol in Hollywood zou gaan vertolken. Op 2 mei 2011 werd Bin Laden in de vroege ochtend door zijn hoofd geschoten in Abbottabad in Pakistan. En een dag later was het al zo ver: een Hollywoodproducent benaderde schrijver Mark Bowden. Of hij een script kon schrijven voor de film over het einde van Bin Laden.

De verfilming uit 2001 van Bowdens boek Black Hawk Down (1999) over de rampzalige Amerikaanse interventie in Somalië was een kaskraker. Na de rampenfilm het heldenverhaal, moeten ze in Hollywood hebben gedacht. De afrekening. Het einde van Osama bin Laden. is een recente geschiedenis van het jarenlang vergaren van minuscule bewijsstukjes. De verbanden daartussen leidden naar een mysterieus huis in Pakistan, waar elke dag een man kort naar buiten kwam om een paar stappen op het erf te zetten. Inlichtingenmedewerkers volgden ‘de Stapper’ zoals ze hem noemden, via drones en satellieten.

De helden in dit boek zijn niet de koelbloedige militaire elite-eenheden, maar bestuurders en data-analisten in tl-verlichte kantoren. Geduldig bleven ze rechercheren op één zinnetje, afgeluisterd van een koerier van Bin Laden. Deze ‘Ahmad de Koeweiti’ verraadde zich toen hij telefonisch tegen familie zei: ‘Ik werk nog steeds voor dezelfde mensen als vroeger’. Al-Qaeda dus. Door nauwgezet informatie te vergaren, te deduceren en te combineren, werd steeds duidelijker dat ‘De Stapper’ wel eens Bin Laden zou kunnen zijn.

Het spannende speurwerk van de inlichtingendiensten is knap door Bowden onder woorden gebracht. Hij interviewde hooggeplaatste generaals, sprak meermalen met president Obama en personen bij de speciale operatie, het Pentagon en het Witte Huis.

In deze aanpak schuilt ook een gevaar. De bronnen zitten wel erg dicht tegen ‘Washington’ aan. De jacht op Bin Laden is zo politiek gevoelig, zo beladen, zo met militair-tactische geheimen omgeven dat betrokkenen er alle belang bij hebben om hun versie van de waarheid te presenteren. Dat maakt het boek kwetsbaar voor politieke spin.

Bowdens bronnen hebben een eigen agenda. Het is naïef om te denken dat een president midden in een spannende verkiezingsrace met een schrijver als Bowden frank en vrij filosofeert over Bin Laden. Bronnen uit de kringen rondom de president hebben last van hetzelfde manco. Een van de architecten van de inval in Abbottabad is Michael J. Morell, na het vertrek van oud-generaal Petraeus nu de baas van de CIA. Iemand zo hoog in de organisatie zal niet snel het achterste van zijn tong laten zien.

Naast het gevaar van de selectieve waarheid is er de verleiding van overmoed bij Bowdens bronnen: mensen die jaren, zestig uur per week of meer, hebben gewerkt aan het vinden van één man, kwamen woorden tekort toen het eindelijk zover was. Neem John O. Brennan, hoofd contraterrorisme. Hij is een van de mensen op de beroemde foto waar Obama en zijn medewerkers via een satellietverbinding met de actie meekijken.

Nadien begon Brennan tegenover journalisten onzin te spuien. Bin Laden zou verzet hebben geboden. Bin Laden zou vrouwen als schild hebben gebruikt. Bowden ontmaskert deze grootspraak als ‘een poging om de leider van Al-Qaeda af te schilderen als laf en hypocriet’. Hoewel Brennan bij Bowden niet zo makkelijk wegkomt met zijn gekwebbel, rijst toch de vraag of niet meer hoge functionarissen een loopje met de waarheid hebben genomen en in hoeverre dat zijn weerslag heeft gekregen in het boek. Beweringen controleren in de archieven is onmogelijk: die zijn gesloten.

Door vooral uit bronnen binnen of in de omgeving van de politiek te putten, breekt Bowden ook met zijn eerdere werkwijze. Blackhawk Down bouwde hij op aan de hand van getuigenissen van militairen die klem raakten in Mogadishu. Interviews met soldaten zijn vaak waardevol, omdat zij minder last hebben van een politieke agenda. Helaas bleven de SEALs in De Afrekening trouw aan hun zwijgplicht.

Of toch niet? Op het moment dat Bowden aan zijn boek begon, kwam hij in contact met Mark Owen (een pseudoniem). Hij was een van de SEALs die Bin Laden aantrof. Bowden trachtte Owen aan de praat te krijgen, zei hij in oktober in een interview met Newsweek-weblog The Daily Beast. Owen weigerde. Achteraf blijkt waarom: hij was met een eigen boek bezig.

Toen Bowden en Owen ontdekten dat ze beiden probeerden zo snel mogelijk het spannende (film)verhaal over Bin Laden op de markt te krijgen, brak er een race los. Dat Al-Qaeda-expert Peter Bergen in mei al Manhunt had gepubliceerd, over hetzelfde onderwerp, deed daarbij niet zoveel ter zake, omdat zijn boek over de politieke en militaire strategie die gevolgd was om Bin Laden te pakken te genuanceerd en gedetailleerd was voor verfilming.

Mark Owen kwam als eerste over de finish. Geen gemakkelijke dag is een persoonlijk verslag van dertien zware en geheime missies in Afghanistan, met Bin Laden als de grote klapper in zijn carrière. De SEALs werden volgens Owen vanwege de geheimhouding pas in het ‘begin van de lente’, en dus vrij laat, bij de opdracht betrokken. Er was al veel voorwerk verricht: toen de voorbereidingen begonnen, stond er in North Carolina al een kopie van Bin Ladens villa waar de SEALs op konden oefenen.

De onvoorspelbaarheid zat ’m in de binnenkant van de deuren. Was ‘de Stapper’ echt Bin Laden? De kans werd geschat op 50 procent. Het bleef een gedurfde gok om midden in de nacht het huis binnen te vallen, met daarin drie van Bin Ladens paniekerige vrouwen, omringd door zijn schreeuwende kinderen midden in het schootsveld.

Geen gemakkelijke dag maakt ons deelgenoot van deze actie. Opnieuw Hollywoodwaardig materiaal. Maar daar blijft het bij. Het boek brengt alleen de militaire apotheose. Het voorwerk van de inlichtingendiensten blijft buiten beschouwing, hoewel dát toch echt het spannendst is van alles: hoe is het mogelijk dat een man wiens onzichtbaarheid een dagtaak was geworden, te midden van een wereldbevolking van zes miljard tóch is ontdekt? En niet in een miserabel hol zoals collega-voortvluchtige Saddam Hussein, maar in een villa niet ver van een Pakistaanse luchtmachtbasis.

Het is niet helemaal fair om de nadruk te leggen op de laatste jaren van de speurtocht naar Bin Laden. Zo gaat De Afrekening (onbedoeld) te veel mee in het verhaal van het Witte Huis: pas met de komst van Obama werd de jacht op Bin Laden topprioriteit. Het kwam Obama goed uit dat een populaire auteur als Bowden zijn boek vlak voor de presidentsverkiezingen zou uitbrengen.

Er valt veel lelijks over Bush te schrijven, maar Bowden stapt wel erg snel over het werk heen dat al onder diens presidentschap is gedaan om Bin Laden te vinden. Essentiële informatie over de koerier van Bin Laden is bijvoorbeeld verkregen dankzij waterboarding. Dat gebeurde onder Bush, die dolgraag zelf staatsvijand nummer één had willen vangen. Bush had in zijn bovenste bureaulade een briefje liggen met de meest gezochte terroristen. Als er een werd gepakt, streepte de president zijn naam door. Bin Laden stond bovenaan.

Onbevredigend is ook het gebrek aan openheid van de CIA. Bowden schrijft zelf dat de CIA ‘niet het hele verhaal’ heeft verteld. De dienst wilde niet zeggen of iemand aanspraak heeft gemaakt op de 25 miljoen dollar die op het hoofd van Bin Laden stond. Zo blijft de mogelijkheid open dat Bin Laden heel gewoon is verraden door een van zijn getrouwen.

Dat alles doet niets af aan de knappe pen van Bowden, die met gevoel voor detail het baanbrekende werk van de inlichtingendiensten blootlegt – of een deel ervan. Het bevat genoeg details voor een kleurrijke verfilming. Of is dat te cynisch? Bowden geeft in elk geval al een regisseursaanwijzing in de tekst. ‘Als Hollywood ooit iemand zoekt om een rol te spelen, zal het niet meevallen het origineel te overtreffen.’

Mark Bowden: De Afrekening. Het einde van Osama Bin Laden. De Bezige Bij, 320 blz. € 19,95 ***

Mark Owen en Kevin Maurer: Geen gemakkelijke dag. Vertaling Jan Bos e.a. De Boekerij, 336 blz. € 19,95 ****

    • Jaus Müller