Schrapt de nieuwe premier van Japan het verbod op oorlog?

Japan's main opposition leader Shinzo Abe of the Liberal Democratic Party (LDP) marks on the name of one of those elected in parliamentary elections at the party headquarters in Tokyo Sunday, Dec. 16, 2012. Prime Minister Yoshihiko Noda has resigned as chief of the Democratic Party of Japan to take responsibility for the party's loss in the elections. Abe's LDP won between 275 and 300 seats in the 480-seat lower house of parliament in Sunday's election, NHK exit polls projected. (AP Photo/Junji Kurokawa)

De Liberaal-Democratische Partij (LDP) onder leiding van voormalig premier Shinzo Abe is gisteren teruggekeerd als de grootste partij van Japan. De officiële uitslag van de Japanse parlementsverkiezingen wordt vandaag verwacht. De Japanse premier Yoshihiko Noda stapt op als leider van de Democratische Partij.

De Liberaal-Democratische Partij won gisteren mogelijk 300 van de 480 zetels in het lagerhuis. De verwachting is dat Shinzo Abe, die in 2006-2007 ook al premier was, het voor een tweede keer mag proberen.

Hoewel de conservatieve LDP voldoende zetels heeft gekregen om alleen te kunnen regeren, wordt er waarschijnlijk een coalitie gevormd met Komeito, een boeddhistische partij. Waarschijnlijk zal het parlement Shinzo Abe op 26 december als nieuwe premier aanwijzen.

Abe wil de defensie-uitgaven verhogen, het verbod op oorlog voeren uit de grondwet schrappen en het mogelijk maken dat Japan zijn bondgenoten militair steunt, iets wat nu nog grondwettelijk verboden is. China en Noord-Korea vormen volgens Abe de grootste bedreiging voor Japan.

Abes angst wordt gedeeld door Shintaro Ishihara, voormalige gouverneur van Tokio en leider van de onlangs opgerichte nationalistische Restoratie Partij van Japan, die volgens de exitpeilingen de derde partij zal worden. „Wilt u soms dat Japan een tweede Tibet wordt?” is de retorische vraag die Ishihara in elk interview stelt.

Abe en Ishihara zijn afgelopen week op hun wenken bediend. Noord-Korea schoot woensdag een raket af en een dag later drong een Chinees vliegtuig het Japanse luchtruim binnen – althans volgens Japan. Ze vlogen over de door China opgeëiste Senkaku-eilanden.

Verschuift Japan, met de opkomst van China, steeds verder naar rechts? The Washington Post kwam eerder deze maand tot die conclusie. Maar volgens de Japanse ambassadeur in de Verenigde Staten, Ichiro Fujisaki, was dat „sterk overdreven”, zoals hij schreef hij op de nieuwswebsite Huffington Post. „Het is niet onze bedoeling om de spanningen te vergroten.”

Yukihiro Hasegawa, politiek commentator van het dagblad Tokyo Shinbun maakt zich geen zorgen over nationalisme in Japan. „Niemand wil dat Japan een militaristische grootmacht wordt”, schrijft hij. De discussie over het verwijderen van grondwettelijke beperkingen voor de Japanse strijdkrachten is voor de meeste Japanners bijzaak. „Het belangrijkste onderwerp is het afschaffen van het gecentraliseerde systeem waar ambtenaren het initiatief nemen in het opstellen van overheidsbeleid.”

Ook Koichi Nakano, hoogleraar politieke wetenschappen aan de Sophia Universiteit in Tokio, relativeert het nationalisme. Hij wijst erop dat in opiniepeilingen, zelfs in een rechtse krant als de Yomiuri, een meerderheid tegen aanpassing van artikel 9 van de grondwet is, waarin het voeren van oorlog expliciet is verboden. Volgens Nakano is het huidige nationalisme een reactie op de globalisering die je ook in andere landen ziet. Hij ziet golfbewegingen: „De eerste [nationalistische golf] was onder premier Nakasone in de tijd van Thatcher en Reagan. Daarna had je Hashimoto, eind jaren negentig en later Koizumi. Dat waren altijd reacties op wat de rechtse politiek ervoer als hopeloos linkse regeringen.”

Correspondent Japan