'Richt monument op om aan geweld te herinneren'

Het amateurvoetbal likt zijn wonden na de dood van een grensrechter. Maar het gevaar bestaat dat het incident over drie weken is vergeten.

Ingeklemd tussen de A27 en het braakliggende terrein van de voormalige Veemarkthallen in Utrecht ligt het complex van voetbalclub Sporting ’70. Deze zaterdagochtend kijken zo’n twintig toeschouwers, voornamelijk ouders, naar de wedstrijd tussen Sporting ’70 D1 en VRC D1 uit Veenendaal.

Scheidsrechter is de 55-jarige Hiek Grootendorst. Hij fluit al tien jaar voor de club. In 2009 werd hij bij een wedstrijd tussen de lagere seniorenelftallen van Sporting ’70 en tegen Batavia ’90 uit Lelystad door zeven spelers van de Flevolanders geschopt en geslagen. Hij besloot een tijdje te stoppen, maar fluit inmiddels weer elk weekend.

Na de dood van grensrechter Richard Nieuwenhuizen, twee weken geleden, is de discussie over geweld op de amateurvelden weer opgelaaid. Grootendorst betwijfelt of het incident echt een verandering in gang zet. „Over drie weken is iedereen dit weer vergeten. De KNVB zou ervoor moeten zorgen dat het onder de aandacht blijft. Maak bijvoorbeeld een monument, of zorg ervoor dat iedereen er op een andere manier vaak aan herinnerd wordt.”

Ook de clubs moeten verantwoordelijkheid nemen, vindt Grootendorst. Bijvoorbeeld met een geweldsprotocol. „Zet vier man standby die langs de lijn gaan staan als een wedstrijd onaangenaam wordt. Zo zijn er in ieder geval vier getuigen, en bovendien kunnen ze ingrijpen als het uit de hand loopt.”

Volgens Grootendorst is de agressie op het veld een maatschappelijk probleem, maar zeker ook een voetbalprobleem. „Bij hockey of andere sporten gebeurt dit niet, en het is ook niet iets van de laatste jaren. Het zeuren tegen de scheidsrechter is eigenlijk een vorm van voetbalhumor. Grove humor, een beetje pesten, zuigen, proberen je uit de tent te lokken. Ze menen het serieus, alsof ze zelf bij Barcelona spelen.”

De jeugdwedstrijd deze ochtend tussen is gemoedelijk. Het commentaar van de toeschouwers blijft beperkt tot het aanmoedigen van de jonge tieners. Even is er kritiek als de grensrechter twee keer achter elkaar een gevaarlijke aanval afvlagt, maar even later is de conclusie langs de lijn toch dat „we niet mogen mopperen met deze scheidsrechter”.

De toeschouwers vervullen een belangrijke rol volgens scheidsrechter Grootendorst. „Net als de profvoetballers hebben zij een belangrijke voorbeeldfunctie. Als ouders of trainers dingen gaan roepen naar de scheidsrechter nemen spelers dat over. Na een tijdje wordt elke beslissing in twijfel getrokken en voelen ze zich consequent benadeeld.”

Het protesteren tegen de scheidsrechter en het geweld is bij de jeugd een stuk minder dan bij de ouderen. „Bij de senioren zijn elke wedstrijd wel twee of drie spelers die om alles zeuren”, zegt Grootendorst. „Bij de jeugd is dat bij de helft van de wedstrijden zo.”

Geweld maakt hij in de jeugd zelden mee, bij de senioren wat vaker. „In de afgelopen vijf jaar heb ik zes of zeven wedstrijden gefloten waarbij gevochten werd. Niet altijd een massale vechtpartij, maar wel een speler die iemand slaat.”

Probleemwedstrijden zijn de duels tussen twee verschillende soorten elftallen. Grootendorst: „Bijvoorbeeld autochtonen tegen allochtonen of oudere senioren op hun retour tegen jongere spelers. Dat mengt niet, spelers voelen zich onbegrepen of gediscrimineerd. De ‘kutmarokkanen’ tegen de ‘kazen’, dat botst en loopt in een wedstrijd soms uit de hand.”

De wedstrijd tussen Sporting en VRC eindigt in 2-2. „Bedankt scheids”, zeggen de spelers in het voorbijgaan. Na afloop is er patat in de kantine.

    • Matthijs Keuning