Regulering die de financiële sector efficiënter maakt?

Stel dat regulering de financiële sector meer en niet minder efficiënt zou maken. Hoewel technologische verbeteringen en innovaties de transactiekosten hebben teruggedrongen, nemen de winsten van de sector een steeds groter deel van het Amerikaanse bruto binnenlands product voor hun rekening, aldus Wallace Turbeville, een voormalige bankier van Goldman Sachs die nu bij de denktank Demos werkt. Hij denkt dat ieder jaar ruim 600 miljard dollar nodeloos van de bredere economie naar Wall Street wordt gesluisd. Hierdoor worden ideeën als een belasting op financiële transacties geloofwaardiger.

De markten worden verondersteld op een efficiënte manier de kapitaalbezitters te verenigen met degenen die kapitaal nodig hebben. De tussenpersonen krijgen betaald om dit te laten gebeuren. Zoals in iedere sector zouden nieuwe ontwikkelingen en ideeën moeten helpen de kosten voor de consumenten te verminderen. Maar toch lijken consolidatie, grote hoeveelheden kwantitatieve analyses en een groter handelsvolume, vooral dankzij computers, in de financiële sector niet voor dit effect te hebben gezorgd.

Het aandeel van deze sector in het bruto binnenlands product van de Verenigde Staten is verviervoudigd van ongeveer 2 procent in 1940 tot ruim 8 procent in het afgelopen decennium. Als we de periode 1960-1970 als startpunt nemen, komt Turbeville tot de conclusie dat de cliënten waarschijnlijk onnodig zo’n 635 miljard dollar uitgeven. Dat is geld dat productiever in de economie kan worden gebruikt dan door – bijvoorbeeld – bonussen van bankiers en handelaren te betalen.

Het is niet helemaal duidelijk waarom de afname van de kosten niet heeft geleid tot lagere vergoedingen. Het extra handelsvolume zou zichzelf kunnen voordoen als weldadige liquiditeit. Een deel ervan biedt echter slechts marginale voordelen. Het excessieve gebruik van derivaten kan ertoe leiden dat bedrijven liever geld uitgeven om de winst ‘glad te strijken’ dan dat ze een op zichzelf draaglijke volatiliteit dulden. De oligopolie-achtige aard van Wall Street is vermoedelijk ook een factor. Maar misschien maken de ingewikkeldheden van de moderne financiële wereld de diensten die bankiers bieden ook waardevoller.

Waarschijnlijker is echter dat het bij een groot deel van dit verschijnsel eenvoudigweg gaat om een verkwistend gebruik van geld ten behoeve van zogenoemde ‘rent-seekers’: hebzuchtige bankiers en handelaren. Als dit klopt, is de implicatie dat méér regulering de efficiëntie van de markten feitelijk zou kunnen verbeteren. Belastingen op financiële transacties kunnen bijvoorbeeld onnodige handelsvolumes omlaag brengen. Het is niet makkelijk om het juiste evenwicht te vinden en er is altijd een risico dat de slinger te ver de andere kant op zwaait. Maar de conclusie van Turbeville zorgt er wel voor dat de discussie een nieuw fundament krijgt, waardoor de conventionele wijsheid dreigt te worden ondergraven.