Obama's wapenbeleid

Amerika was dit weekeinde een land in rouw en verbijstering, een land van huilende politiemannen, een snikkende president en massaal verdriet over kinderen, nog maar zes en zeven jaar oud, die vrijdag in een krankzinnige schietpartij op hun school werden doodgeschoten. Ook zes volwassenen kwamen daarbij om.

Een Amerikaanse president moet verschillende rollen kunnen spelen. Bij nationale rampen en tragedies moet hij de natie troosten. Van die taak heeft president Obama zich gisteren uitstekend gekweten, met de ontroerende en tegelijk vastberaden rede die hij uitsprak op een gebedsdienst voor de slachtoffers van het bloedbad. Zelfs aan de andere kant van de oceaan is het moeilijk die toespraak te zien, te horen of te lezen zonder opnieuw tranen in de ogen te krijgen over het drama dat zich op de basisschool in Connecticut heeft afgespeeld.

Maar hoe wezenlijk het op zulke momenten ook is dat een president het land kan troosten en moed inspreken, belangrijker is het dat hij het land kan leiden. En na de zoveelste massale schietpartij is overduidelijk dat Amerika nu dringend politiek leiderschap nodig heeft om het taboe te doorbreken dat rust op regulering en beperking van het vuurwapenbezit.

Vier jaar lang heeft Obama vermeden om de omstreden kwestie aan te pakken. Net als zoveel andere politici beseft hij maar al te goed hoe sterk de vuurwapenlobby is. Maar nu hij is herkozen hoeft hij zich daar veel minder van aan te trekken.

Doen we wel genoeg om onze kinderen te beschermen, vroeg hij gisteren in zijn rede. „Als we eerlijk zijn is het antwoord nee.” Om een eind te maken aan dit soort tragedies zullen we moeten veranderen, zei hij tegen zijn land.

Dat is een grote opgave. Obama zei niet met zoveel woorden dat hij het bezit van vuurwapens wil aanpakken, maar hij lijkt daar wel op te doelen. Als het hem ernst is, zal hij zelf het initiatief moeten nemen en bereidheid moeten tonen om politiek kapitaal te spenderen.

Het is een goed teken dat hij beloofde alles te doen wat in zijn macht ligt om herhaling van dit soort drama’s te voorkomen. Als we onze kinderen niet kunnen beschermen, zei hij, zullen we daar als samenleving op beoordeeld worden.

Maar ook hijzelf zal erop beoordeeld worden, als het opnieuw bij mooie woorden blijft. Een president die zo duidelijk belooft een urgent probleem van zijn land aan te pakken, kan zich geen passiviteit meer veroorloven. Dat zou zijn aanzien, en daarmee zijn macht, ernstig ondergraven – in eigen land, en ook in de rest van de wereld. Het is een test van zijn leiderschap.