Obama zinspeelt op aanpak van vrij wapenbezit in VS

De dodelijke schietpartij op de school in Newtown heeft het debat over vrij wapenbezit weer aangewakkerd. President Obama zinspeelde in een rede, die als een van zijn belangrijkste wordt gezien, op maatregelen.

In een emotionele toespraak heeft president Barack Obama vannacht in Newtown aangekondigd „alles te doen wat in mijn macht ligt” om tragedies als de schietp artij van vrijdag op een basisschool te voorkomen. Hoewel hij geen concrete maatregelen voorstelde, maakte Obama duidelijk dat de grens is bereikt aan het vrije wapenbezit in de Verenigde Staten. „We doen niet genoeg om onze kinderen te beschermen. We moeten veranderen.”

Obama sprak op een oecumenische herdenkingsdienst in het plaatsje waar afgelopen vrijdag twintig kinderen en zes volwassenen werden doodgeschoten op Sandy Hook Elementary School. De dader, de 20-jarige Adam Lanza, pleegde vervolgens zelfmoord.

Obama zei dat het de vierde keer was dat hij als president moest spreken na een schietincident met vele doden. „Dit is niet langer te tolereren. Om deze tragedies te stoppen, moeten wij veranderen.” Hij zei dat politieke onenigheid geen reden mag zijn om niets te doen.

Algemeen wordt Obama’s toespraak gezien als een van zijn belangrijkste van de afgelopen jaren. David Maraniss, Obama’s biograaf, was een van de vele analisten die de speech vergeleek met de toespraak van president Abraham Lincoln in Gettysburg (1863) die het einde van de slavernij inluidde.

In zijn eerste termijn was strengere wapenwetgeving geen prioriteit van Obama, maar de tragedie op de school lijkt het startsein voor een poging om het Amerikaanse publiek en de politiek te overtuigen van de noodzaak voor het inperken van zware vuurwapens. „Zijn we bereid te zeggen dat het geweld dat onze kinderen ieder jaar raakt, de prijs van onze vrijheid is?”, vroeg de president gisteren in Newtown.

Obama lijkt voor het eerst bereid om zijn invloed als president te gebruiken voor een herstel van het verbod op zware vuurwapens, dat in 2004 werd afgeschaft. Adam Lanza gebruikte dit soort wapens bij het bloedbad onder zes- en zevenjarige scholieren. Het automatisch machinegeweer en twee semi-automatische pistolen stonden op naam van zijn moeder, die de wapens legaal had gekocht. Lanza pakte de wapens nadat hij zijn moeder vrijdag had doodgeschoten.

De Democratische senator Dianne Feinstein uit Californië wil meteen na het Kerstreces een wetsvoorstel indienen dat het bezit en verkoop van dit soort zware vuurwapens verbiedt.

Ondanks de ferme woorden van Obama en de plannen van is de kans klein dat er om korte termijn werkelijk iets zal veranderen. Voorstanders van vrij wapenbezit houden zich stil, vlak na de schietpartij in Newtown, maar ze zijn oppermachtig. Het debat over wapenbezit is verzand geraakt. De wapenlobby presenteert het als een kwestie van persoonlijke vrijheid. Over de slachtoffers gaat het nauwelijks.

Obama probeert die impasse nu te doorbreken. Daarvoor zal hij eerst het klimaat in Amerika moeten veranderen. Een meerderheid van de bevolking is tegen strengere regels voor wapenbezit. Uit een enquête vlak na de schietpartij in een bioscoop in Aurora, afgelopen zomer, bleek dat Amerikanen dergelijke schietpartijen zien als een incident, uitgevoerd door een eenzame gek. Dat, vinden de meeste Amerikanen, is niet te voorkomen door vuurwapens te verbieden. Circa 47 procent van de Amerikanen bezit een of meer vuurwapens, 310 miljoen in totaal. Dat is bijna net zo veel als het totale aantal Amerikanen (314 miljoen).

Toch is de steun voor vrij wapenbezit niet altijd dominant geweest. Twaalf jaar geleden, in de periode na de schietpartij op Columbine High School, waren nog twee van de drie Amerikanen voor strengere wapenwetten. Langzaam kalfde die steun af naar 44 procent nu, volgens bureau Gallup.

Die verandering komt onder meer doordat Amerikanen wapens zijn gaan beschouwen als cultureel erfgoed. Rick Santorum, een conservatief-christelijke leider, omschreef zichzelf en zijn achterban als mensen die „in de ene hand een vuurwapen en de andere hand de Bijbel” dragen. Deze kijk is de laatste jaren steeds meer gemeengoed geworden, onder meer door de intensieve lobby van de National Rifle Association. De NRA heeft ruim vier miljoen leden, onder wie veel prominente conservatieven. Steun van de NRA is nodig voor Republikeinen (en vaak ook Democraten) die zich verkiesbaar stellen in conservatievere gebieden.

Waar de wapenlobby zich vroeger nadrukkelijk en provocerend in het publieke debat opstelde, mengt de organisatie zich steeds meer in de politiek van staten. Omdat wapenbezit grotendeels een kwestie van staten zelf is, is die aanpak buitengewoon effectief gebleken.

Het debat over wapenbezit is onder invloed van de NRA gekanteld. In dat debat speelt de beweging een dubbelrol: ze pleit niet voor ongebreideld vrij wapenbezit, maar roept op tot ‘verantwoordelijk gebruik’ en zegt dat eerst bestaande wetten moeten worden gehandhaafd voordat er strenge nieuwe wetten komen. Ook Democraten hebben dat jargon overgenomen.

Het is nu aan Obama en andere Democraten om het debat terug te brengen op de tragedies die worden aangericht met zware vuurwapens. Ze moeten apeleren aan de liefde van Amerikanen voor rege ls, zeker als ze de veiligheid vergroten. Columnist Nicholas Kristof van The New York Times schreef dit weekend dat er vijf pagina’s met federale voorschriften zijn voor het gebruik van ladders, terwijl ladders hooguit zorgen voor driehonderd doden per jaar. Vuurwapens doden ieder jaar circa 30.000 Amerikanen.

Obama zal, als hij met voorstellen komt, een zwaar gevecht tegen de publieke opinie moeten leveren. Toch gaf hij vannacht een voorschot op maatregelen tegen wapenbezit. Bij vorige toespraken na een schietpartij bleef Obama altijd apolitiek en vaag over zijn standpunt. Deze keer had hij een veel fellere van toon. Hij zette zijn woorden kracht bij door af te sluiten met het langzaam oplezen van de twintig namen van de omgekomen kinderen.

    • Guus Valk