Nooit meer praten over het schuldenplafond

Van een afstandje lijkt de politieke crisis in Washington over de begrotingsafgrond op een wedstrijd wie het eerst met zijn ogen knippert: Democraten of Republikeinen. Niemand wil toegeven, maar als niemand toegeeft, verliest iedereen. In die zin zijn de gesprekken tussen tussen president Barack Obama en de Republikeinse voorzitter van het Huis van Afgevaardigden, John Boehner, politiek én psychologisch interessant.

Voor 31 december moeten ze eruit zijn: wordt het begrotingstekort bestreden met een belastingverhoging voor de rijken (wat Obama wil) of een bezuiniging op voorzieningen voor armere Amerikanen (Boehners voorstel). Zonder akkoord komen er automatisch zulke harde maatregelen, dat iedereen het gaat voelen.

Dit spel is bloedstollend en tegelijkertijd doodsaai, merkte de Amerikaanse Slate-journalist Dave Wiegel vorige week op. Pas na afloop komen de details naar buiten.

Zo ging het ook in de zomer van 2011, toen dezelfde hoofdrolspelers onderhandelden over het ophogen van het ‘schuldenplafond’. De kwestie dreigde de Verenigde Staten onbestuurbaar te maken, totdat Boehner en Obama op het laatste moment een compromis sloten.

Dat spel is nauwgezet gereconstrueerd door journalist Bob Woodward, in zijn boek The Price of Politics (2012). Woodward houdt van het genre van de politieke reconstructie. Hij werd beroemd door Watergate, en legde in lijvige boeken de mechanismen bloot die in de Bush-jaren tot de oorlogen in Irak en Afghanistan leidden. In zijn laatste boek concentreert hij zich op de relatie tussen Boehner en Obama. En dat is relevant voor de huidige crisis. Volgens Woodward ontstond er een grote rivaliteit tussen beide mannen, die aanvankelijk veel van zichzelf in de ander herkenden. In juni 2011, aan het begin van de crisis, gingen ze samen golfen. Obama mocht de Republikein wel. „Ik voel sympathie voor hem”, zei hij. „Het is een golfende, sigaretten rokende, country club Republikein, die resultaten wil behalen. Hij komt me bekend voor.”

Zoals veel mensen zich in de hardheid van Obama vergissen, schrijft Woodward, zo vergiste Obama zich in Boehner. De Republikein moest rekening houden met een activistische achterban, en voelde zich gedwongen voet bij stuk te houden. Een compromis werd op het laatste moment ingetrokken. Woodward beschrijft een uit de hand gelopen telefoongesprek waarin een razende Boehner de president de les leest, en de president de telefoon zo stevig vasthoudt dat een medewerker bang is dat die in tweeën breekt.

Uiteindelijke kwam er een halfbakken compromis: een commissie met leden uit beide partijen zou verkennen waarop bezuinigd kon worden. Het werd niets, en daarmee werd de basis gelegd voor de crisis van vandaag. Voor Obama moet het een nachtmerrie zijn. Volgens Woodward zei hij vorig jaar nog, wanhopig en uitgeput, tegen zijn medewerkers: „Dit doen we nooit meer. We gaan nooit meer over het schuldenplafond onderhandelen.”

    • Guus Valk