Newtown oase van gemeenschapszin

In Newtown doen de mensen graag alles samen. Eenling Adam Lanza verstoorde hun idylle met zijn moordpartij. „Is de school nu niet langer een veilige plek?’

Het duurt een dag voordat de politie de namen bekendmaakt van de twintig kinderen en zes volwassenen die de 20-jarige Adam Lanza op vrijdagmiddag doodschoot in Newtown, Connecticut. Maar de inwoners van het dorp kennen alle namen allang. Ze kennen de gezichten erbij, weten hoe hun stemmen klonken. Bijna iedereen kent wel iemand die is doodgeschoten. „Ik ben op zaterdagochtend door het dorp gaan rijden, en zocht de huizen waar de politieauto’s voor de deur stonden”, zegt Joyce Goldin, een gepensioneerde lerares die bijna naast de school woont. Ze wist: daar is er dus ook eentje omgekomen.

Goldin zoekt, zoals zo veel inwoners, in de dagen na de schietpartij dorpsgenoten op. Sommigen gaan naar de kerk of het buurtcentrum, Goldin is te vinden in Blue Colony, een restaurant dat hamburgers en friet serveert. Ze omhelst de serveersters, en haalt herinneringen op aan de zesjarige Jesse, een vast gezicht in het restaurant. Hij kwam er bijna elke week met zijn vader, een alleenstaande en onder de serveersters populaire man. Ze speelden verstoppertje in de keuken. Als ze haar ogen dicht doet hoort een serveerster Jesses uitgelaten stem nog.

Newtown is een schilderachtig dorp in de heuvels van Connecticut, een uur rijden van New York. Het ademt de sfeer van New England, de noordoostelijke kust van de Verenigde Staten: rustig, landelijk, lieflijk. De nog geen 30.000 inwoners vormen een hechte gemeenschap. Adam Schutter Lanza wist hier nooit een plek te vinden. Ondanks de ‘iedereen kent elkaar’-sfeer in Newtown, zeggen inwoners zeggen dat ze hem nooit zagen op de feesten in het dorp. Sommigen zijn verbaasd dat Lanza al die jaren na zijn schooltijd gewoon in het dorp woonde, bij zijn moeder Nancy.

„Hier doe je alles samen”, zegt David Keane, vader van een vijfjarige dochter die op een andere school in Newtown zit. Op de viering van Columbus Day, in oktober, was het hele dorp bijeen. Lanza was er niet bij. Keane, een aannemer: „De gemeenschap staat erom bekend. Daarom zijn we hier gaan wonen toen mijn dochter geboren was. In het individualistische Amerika is dit een oase van gemeenschapszin.”

Keane werkte vrijdag thuis, op nog geen honderd meter van de school. Hij merkte dat er iets mis was toen hij een politieauto in zijn rustige straat zag. Meteen daarna kwam er nog een, en nog een. Toen zag hij een helikopter boven zijn huis. Keane bedacht zich geen moment, reed naar de school van zijn dochter en stopte haar in de auto. „Ik ben gaan rijden, geen idee waarheen. Ik heb geen woord gezegd.” Tientallen kilometers verder belde hij aan bij een kennis, en vroeg of hij en zijn dochter in de kelder mochten zitten. „We hebben er uren gezeten. Pas ’s avonds durfde ik terug te gaan.”

Keane worstelt, als alle inwoners van Newtown, met twee vragen. Waarom schoot Adam Lanza zes- en zevenjarigen dood, in een (volgens de politie) schijnbaar koelbloedige executie? Tweede vraag: hoe vertel je het de kinderen? Keane schiet vol en wijst naar zijn dochter, een blond meisje. „Ze weet nog van niets. Ik moet haar iets vertellen, andert hoort ze het op school van anderen. Moet ik haar vertellen dat school niet langer een veilige plek is?”

Niet alleen op Sandy Hook Elementary School hebben de overlevende kinderen een levenslang trauma. Megan Olszewski (14) zit op een nabijgelegen middelbare school in de buurt. De kinderen daar moesten vrijdag drie uur lang onder hun tafel of in een kast zitten, terwijl ze hoorden dat er mogelijk een schutter in het gebouw zat. Toen de politie binnenkwam en het sein ‘veilig’ gaf, kon ze het maar nauwelijks geloven. „Ik dacht dat mijn laatste uur geslagen had. Niemand wist iets, behalve dat er een schutter rondliep. Ik ben nog nooit zo bang geweest.”

Nu het dorp is overspoeld met cameraploegen en journalisten, komt Newtwon niet toe aan trauma- en rouwverwerking, zegt pastoraal werker Dave Agnew van de United Methodist Church. De kerk, tweehonderd meter van de school, ontvangt rouwende bezoekers. Een man zit lang stil op de eerste rij. Als de kerkdienst begint, zegt Agnew, gaat de deur op slot. De gemeente, vierhonderd leden, wil rouwen zonder de dwingende blik van tientallen televisiestations. „Het ergste komt nog. Over een paar dagen, als de journalisten weer weg zijn en we twintig kinderen moeten begraven. En de dagen daarna, als we weer gewoon willen leven. Een verjaardag, een normale schooldag: alles zal ons aan dit bloedbad doen denken.”

    • Guus Valk