‘Nederland moet actiever bijdragen aan vredesoperaties Afrika’

Voormalig staatssecretaris Ben Knapen in juni van dit jaar in gesprek met een politie-officier bij de politiepost van het provinciestadje Muramya in Burundi. Foto ANP / Frank van Beek

De Nederlandse krijgsmacht moet veel actiever worden met militaire vredesoperaties in Afrika. Dit zegt de Nederlandse oud-politicus Bert Koenders die momenteel namens de VN de internationale vredesmissie in Ivoorkust leidt. “We staan erom te springen”, aldus Koenders.

Volgens hem kan gedacht worden aan militaire beschermers, het beschikbaar stellen van helikopters, verkenningscapaciteit, hulp bij de opbouw van politie en leger, ontwapening, mensenrechtentrainingen en ziekenhuizen. Het pleidooi van Koenders komt op de dag dat de Tweede Kamer debatteert over de bezuiniging op ontwikkelingssamenwerking en de vraag of ontwikkelingsgeld ook gebruikt mag worden voor militaire missies.

‘Nederland kan in Afrika samenwerken met buurlanden’

Hoewel het in Afrika economisch beter gaat In Afrika gaat en de conflicten verminderen blijft naar de mening van Koenders de komende jaren de situatie in de Hoorn en Centraal- en West-Afrika “risicovol”. Dit komt “omdat de grens tussen internationale criminaliteit, mensenrechtenschendingen en conflict flinterdun is.” In nrc.next zegt Koenders dat Nederland onder de vlag van de EU of de VN goed zou kunnen samenwerken met de Scandinavische landen of de buurlanden.

Aanleiding voor zijn opmerkingen is het speciale fonds van 250 miljoen euro per jaar voor vredesoperaties dat in het regeerakkoord van VVD en PvdA is afgesproken. Dit van de defensiebegroting afkomstige geld komt bij het budget van ontwikkelingssamenwerking. De PvdA’er Koenders was van 2007 tot 2010 minister voor ontwikkelingssamenwerking.

‘Door meedoen weer achter de dijken vandaan’

Eenzelfde pleidooi voor meer Nederlandse betrokkenheid in Afrika komt van oud generaal-majoor Patrick Cammaert tevens voormalig militair adviseur vredesoperaties bij de Verenigde Naties in New York. De VN-missies in Afrika zouden de helikoptercapaciteit waarover Nederland beschikt volgens hem zeer goed kunnen gebruiken.

Cammaert acht het ook politiek van groot belang als de Nederlandse krijgsmacht actiever wordt in Afrika:

“Nederlandse militairen kunnen helpen in Congo, Ivoorkust, Mali. Ethiopië. Dan plant je als land je vlaggetje, heb je invloed en kom je weer achter de dijken vandaan.”

Volgens hem doen Nederlandse militairen nu nauwelijks nog iets voor de VN. “En als je niet meer meedoet, word je ook nergens meer voor uitgenodigd en speel je in de internationale politieke besluitvorming geen rol meer.”

Het is de militaire component in ontwikkelingshulp die het Rode Kruis juist grote zorgen baart. “Militairen die noodhulp verlenen kunnen het werk van humanitaire organisaties bemoeilijken, of soms zelfs onmogelijk maken”, stelde de organisatie afgelopen week in een verklaring. Daarom is het Rode Kruis voorstander van een duidelijk onderscheid tussen hulpverlening en militaire assistentie:

“Het is van essentieel belang dat de politieke en militaire beleidsmakers serieus de verstrekkende gevolgen wegen van de vermenging van humanitaire hulp en militaire operaties.”

    • Mark Kranenburg