Lam

In een café werd mij een cappuccino gebracht. Ik deed er suiker in. Er lag geen lepeltje op het schoteltje. Ik zwaaide naar de serveerster. Ze kwam aangelopen. „Ik mis het lepeltje”, zei ik geïrriteerd. Ze zocht in haar schort en toonde me een aanvoerdersband.

Respect, stond erop.

Dit was een verzonnen scène. Sorry. Ik zal het niet meer doen. Het komt doordat ik niet meer kan tegen het woord ‘respect’. Het is te veel gebruikt. Het woord is verworden tot een holle, nietszeggende kreet. Je komt ermee weg als je het even niet meer weet en de pijlen op je gericht weet.

Zeg ‘respect’ en de wereld buigt nederig.

Na een week praten over geweld op en rond de voetbalvelden moest iedereen op een voetbalveld zijn beste beentje voorzetten. Dat gold niet alleen voor spelers en trainers, maar ook voor de scheidsrechters.

Tijdens FC Groningen-VVV-Venlo stond trainer Robert Maaskant op van zijn bank. Hij was het niet eens met een beslissing. Hij riep dat hij „een 100 procent overtreding” had gezien. De vierde man – toch al niet de grootste held op het veld – fluisterde de woorden van Maaskant in het oor van scheidsrechter Serdar Gözübüyük.

Maaskant zag de scheidsrechter van verre op zich afkomen. Zou hij een vermaning krijgen? Een gele kaart?

Gözübüyük kwam aan bij de zijlijn. Hij stopte zijn hand in zijn broekzak en toverde een band van blauwe stretchstof tevoorschijn. Hij trok hem een beetje uit: RESPECT. Met witte letters. Een gloednieuw exemplaar. Nog niet eerder gebruikt. Het label was er nog niet afgeknipt en stak eruit.

Maaskant wist niet wat hij zag. Begrijpen deed hij het wel. O ja, de dood van de grens. Respect. Ja, gesnopen. Maar de actie van de scheidsrechter beviel hem niet.

„Een toneelstukje”, zei Maaskant na afloop.

„Jammer dat hij dat zegt”, antwoordde Gözübüyük.

De actie van Gözübüyük zal goedbedoeld zijn geweest. De uitvoering was me iets te potsierlijk. Respect is een lam woord. Het haalt weinig uit.

Gisteren trokken veel spelers van Feyenoord en ADO de registers flink open. Schwalbes, scheldpartijen over en weer, opstootjes. De scheidsrechter kwam ogen tekort. Wat zei hij naderhand? „De spelers moeten nadenken of dat respect naar elkaar is.”

Daar hadden de spelers weinig tijd voor. Lex Immers van Feyenoord: „Het was een lekkere vechtwedstrijd.”

Waar ‘respek’ klinkt is ‘emosie’ nooit ver weg. Ronald Koeman wist te vertellen dat voetbal ‘emotie’ is. Daar wordt veel vuil achter verscholen, achter die drie woorden: sport is emotie. Ik haat de zin. Ik zou graag zo respectloos mogelijk met dat zinnetje om willen gaan, maar weet niet hoe.

Misschien laat ik bij een illegaal naaiatelier een stretchbandje maken met EMOTIE erin geweven. Ze gaan beter verkopen dan de polsbandjes van Lance Armstrong, let maar op. Heerlijk. Niet meer praten met elkaar. Zeg het met je bandje. Emotie en respect. In bed, in de kroeg, in het verkeer. Op het veld.

Gisteravond keek ik naar de samenvattingen van de voetbalwedstrijden. De verslaggever in de Kuip vatte onbedoeld mijn probleem in één zin samen: „De emoties lopen hoog op, van respect is nu weinig sprake.”

Ik kon wel janken.