Je komt er niet meer in

Het grote nieuwe grensbewakingssysteem Eurosur moet illegale migranten weghouden uit Europa. Op beeldschermen in Warschau speuren ambtenaren naar bootjes in de Middellandse Zee. Straks komen de drones. Critici zeggen: dit project gaat levens kosten. Wilmer Heck en Carola Houtekamer, Warschau

TOPSHOTS A would-be immigrant is helped to get on board a Spanish emergency services (Salvamento Maritimo) boat off the Spanish coast, on December 3, 2012. Spanish emergency services and the Moroccan navy intercepted three inflatable boats carrying sub-Saharan would-be immigrants accross the Strait of Gibraltar. AFP PHOTO / MARCOS MORENO AFP

Fort Europa is als een zandkasteel aan de Middellandse Zee. Golf na golf klotsen migranten tegen de zwakke muren op. Soms slaat er een golf overheen. Die muren moeten sterker, vindt de Europese Commissie, en hoger. Liever nog: de golven moeten de muren helemaal niet kunnen bereiken.

Daarom is er nu Eurosur, een reusachtig, technologisch geavanceerd surveillancesysteem. Het project haalt zelden de voorpagina’s, maar is eind vorige maand goedgekeurd door de justitiecommissie van het Europees Parlement. Begin volgend jaar stemt het voltallige Europees Parlement erover.

Eurosur, voluit het European Border Surveillance System, moet Europa ogen en oren geven. Niet alleen om de migrantenstroom in te dammen en mensensmokkelaars sneller te pakken, maar ook om zinkende bootjes eerder te redden.

Neem het rubberen bootje, volgepakt met gelukszoekers, dat op zondag 4 november van de Libische kust vertrekt. Aan boord: 115 vluchtelingen, de meesten uit Somalië en Eritrea. Al snel maakt het bootje water. De Italiaanse kustwacht vindt hen na zeven uur, onderkoeld, zich vastklampend aan het half leeggelopen bootje. Onder de doden: acht vrouwen en een jongetje. Amnesty International schat dat vorig jaar zo’n 1.500 mensen de dood vonden op weg naar de Europese Unie. Als Eurosur werkt, dan zou het niet zo lang duren voordat het Libische bootje gevonden zou zijn. Sterker nog: dan zou het al in de haven tegen zijn gehouden.

Dat is het idee althans.

Gregorio Ameyugo tikt op een groot beeldscherm. „Kijk, nu net weer”, zegt de Spanjaard, wijzend naar een stip in de Middellandse Zee. „Twaalf opvarenden gered bij Lampedusa.” Ameyugo is projectleider bij Eurosur, dat gevestigd is in de Poolse hoofdstad Warschau, in een wolkenkrabber waar ook het Europese grensbewakingsagentschap Frontex huist. Eurosur leek hard nodig toen na de Arabische Lente hordes vluchtelingen werden verwacht, en is al begonnen nog voordat erover is gestemd door het voltallige Europees Parlement.

In de proef die nu draait, zijn zestien lidstaten met buitengrenzen aangesloten. De landen verzamelen informatie van hun eigen diensten – in Nederland wordt dat straks in het Kustwachtcentrum in Den Helder – en delen die met elkaar, via Eurosur. Opgeviste bootjes, noodsignalen, satellietfoto’s en radarbeelden – alles gaat het grote netwerk in. Nu vliegen er al surveillancevliegtuigen boven de Middellandse Zee, nieuwe wetgeving moet straks ook het gebruik van drones, onbemande vliegtuigjes, mogelijk maken.

Op het beeldscherm van Ameyugo lichten overal langs de zuid- en oostgrenzen van de Unie lichtgroene tot donkerrode stippen op. Allemaal ‘gebeurtenissen’: bootjes die zijn onderschept bij de Turkse grens, groepjes Syrische vluchtelingen die zijn gepakt bij de Roemeense grens. Het zijn vooral bootjes die oplichten, de meeste immigranten komen via de Middellandse Zee over. Maar kijk, ook donkerrode stippen in het westen van Frankrijk. Ameyugo: „Dat zijn vluchtelingen die vanuit Calais naar Engeland proberen te komen.” Hoe donkerder het rood, hoe meer illegale migratie.

Door realtime data te verzamelen en te delen, zijn lidstaten beter voorbereid op migrantenstromen, legt Erik Berglund, ‘directeur capaciteitsopbouw’ van Frontex uit. Als de Hongaren veel illegale immigratie van Afghanen uit Oekraïne melden, dan weten de Oostenrijkers wat hun te wachten staat, is het idee. En ook dat Libische bootje kan dan gered worden.

Maar door wie? Nu is het zo dat het land dat een bootje redt, ook de vluchtelingen in dat bootje moet toelaten in de eigen, nationale asielprocedure. En daar zitten landen als Griekenland, Spanje en Italië helemaal niet op te wachten. Zij hebben er al genoeg, vinden ze. Italië had bijvoorbeeld een deal met de Libische dictator Gaddafi. Zolang Libische boten tegen betaling vluchtelingen uit zee visten en terugstuurden, hoefde Italië die niet toe te laten. Die deal is inmiddels veroordeeld door het mensenrechtenhof in Straatsburg.

Nu ruziën landen over wie er verantwoordelijk is voor een dobberend bootje. In 2011 stierven 63 migranten, onder wie twee baby’s, van honger en dorst, terwijl ze wél waren gezien door de Italiaanse kustwacht, door Libische vissers en door schepen van de NAVO. Maar niemand redde hen, ze gingen bijna allemaal dood. Wat heb je dan aan realtime inlichtingen en extra surveillance?

Inderdaad, zegt Jan Mulder (VVD), rapporteur aan het Europees Parlement over Eurosur. Daarom moet je ook zorgen dat die bootjes helemaal niet vertrekken. Eurosur wil niet alleen het toezicht op zee verscherpen, maar ook in de landen van herkomst. Dat betekent toezicht in de havens daar, personeel in Europese ambassades dat doorgeeft welke groepen migranten door het land richting kust trekken en extra patrouilles voor de Noord-Afrikaanse kusten. Idealiter wordt volgens Mulder het Libische bootje met vluchtelingen al in de haven tegengehouden.

Maar waarom zouden ‘derde landen’ daaraan mee willen doen? „Ja, dat is de vraag”, zegt Berglund van Frontex. „Wat is de wortel die we hen voor kunnen houden?” Hij benadrukt dat Frontex trainingen aan grensbewakers en wat materieel kan aanbieden, maar meer ook niet. „Het is aan de lidstaten om bilaterale overeenkomsten te sluiten.” Zo is het, zegt Jan Mulder. En die zijn er al. Bijvoorbeeld met Turkije, Tunesië en Libië. „Derde landen krijgen geld, training en gunstige handelsverdragen. Van de individuele lidstaten, maar ook van de EU als geheel. Alles om te zorgen dat er geen vluchtelingen meer vertrekken.”

Mensenrechtenorganisaties waarschuwen voor die ontwikkeling. Want hoe zorg je ervoor dat mensen die recht hebben op asiel überhaupt een asielaanvraag kunnen doen? Voordat ze een Europese grenspost hebben bereikt, zijn ze al teruggestuurd door een ‘ingehuurde’ Noord-Afrikaanse grensbewaker.

Buiten de EU-grenzen moeten mensen misschien in kampen opgevangen worden, waar dan een voorselectie plaatsvindt, zegt Mulder daarop. Of misschien moeten mensen in het land van herkomst asiel kunnen aanvragen. Maar hoe dat geregeld moet worden, staat niet in het plan. Asielprocedures zijn niet de verantwoordelijkheid van Frontex of Eurosur, zegt Erik Berglund. „Dat is aan de lidstaten.”

Maar die hebben het onderling niet goed geregeld. De landen met buitengrenzen krijgen nu de meeste asielzoekers, en de Europese Dublin-verordening bepaalt daarbovenop dat asielzoekers mogen worden teruggestuurd naar de Zuid-Europese landen, als ze daar voor het eerst voet aan Europese wal zetten. Zolang asielrecht niet op Europees niveau is geregeld, zijn landen vooral bezig de verantwoordelijkheid naar elkaar door te schuiven.

Dan is er ook nog de vraag of dit megaproject z’n investering wel waard is. De kosten tot 2020 zijn berekend op 340 miljoen euro. Maak daar gerust het drievoudige van, stelt het wetenschappelijk bureau van de Duitse Groenen, de Heinrich Böll Stiftung in het rapport Borderline. En dan nog dit: veruit de meeste illegale immigranten komen volstrekt legaal binnen, maar blijven langer dan hun visum dat toestaat. Daar doet Eurosur niets tegen. Daarvoor tuigt de Europese Commissie ondertussen het volgende dure project op: Smart Borders, een groot biometrisch registratiesysteem van iedereen die de EU in- en uitreist.

Maar hoeveel controle er ook zal zijn, mensen zullen blijven proberen de EU binnen te komen. Wat dan volgt is het waterbedeffect. Hou je ze hier tegen, dan komen ze daar binnen. Sinds de Grieken een hek en extra agenten bij de rivier de Evros hebben geplaatst, proberen migranten de EU weer binnen te komen via de Griekse eilanden of via Bulgarije.

Zolang Europa zo rijk is en Afrika zo arm, zal dit probleem blijven bestaan, zegt Europarlementariër Judith Sargentini van GroenLinks, die tegen Eurosur is. Beter kun je dat geld besteden aan een manier om migranten legaal een tijdje in Europa te laten werken. Dan kunnen ze geld verdienen en daarna weer terug. Eurosur lost niets op, zegt ze.

Dat vindt ook de commissie-Meijers, een denktank van juristen die het Europees Parlement ongevraagd advies gaf over Eurosur. Deze commissie waarschuwt dat toegenomen grensbewaking meer levens zal kosten. Toen Spanje de Straat van Gibraltar afsloot, namen Afrikaanse vluchtelingen de veel gevaarlijkere route via de Canarische Eilanden. „Grensbewaking zal zeker invloed hebben op migratieroutes, maar niet op de oorzaken van migratie”, schreef de commissie.

Landen als Nederland maken zich ondertussen niet erg druk om Eurosur. Meedoen en meebetalen aan Eurosur is een mooie manier om Europese solidariteit te betrachten. Maar de Zuid-Europese landen blijven verantwoordelijk voor de migranten.

    • Carola Houtekamer
    • Wilmer Heck