Japanse regering weggestemd

De LDP wil na haar zege de economie van Japan sterker stimuleren en belooft een hardere lijn richting China. Dat herbergt risico’s in zich.

Japan's main opposition Liberal Democratic Party's (LDP) leader and former Prime Minister Shinzo Abe is applauded as he arrives at the LDP headquarters in Tokyo December 16, 2012. LDP surged back to power in an election on Sunday just three years after a devastating defeat, giving ex-Prime Minister Abe a chance to push his hawkish security agenda and radical economic recipe. REUTERS/Yuriko Nakao (JAPAN - Tags: ELECTIONS POLITICS) REUTERS

In de verkiezingen voor het Japanse lagerhuis gisteren heeft de Liberaal Democratische Partij (LDP) een verrassend grote overwinning behaald. Ze heeft nu, met coalitiepartij Komeito, 68 procent van de zetels. Dit kan grote gevolgen hebben voor het economisch beleid, en voor de toch al gespannen verhoudingen met China en Zuid-Korea.

De grote LDP-zege overrompelde zelfs ervaren politieke commentatoren. De Democratische Partij van Japan (DPJ), die in 2009 aan het bewind kwam, verliest 173 van haar 230 zetels. Kiezers namen het de DPJ duidelijk kwalijk dat het de beloftes van vernieuwing niet nakwam. Zelfs Naoto Kan, premier tijdens tsunami en kernramp in 2011, verloor zijn zetel.

LDP-leider Shinzo Abe wil het roer flink omgooien. De economie moet gestimuleerd worden met hogere overheidsuitgaven, zegt hij. Ook wil Abe dat de centrale bank het monetaire beleid versoepelt zodat de Japanse deflatie van de afgelopen twee decennia verandert in een inflatie van 2 procent. Vooral het laatste acht Abe zo belangrijk dat de onafhankelijkheid van de Japanse Bank eraan opgeofferd mag worden. Hierdoor kan de al zeer hoge nationale schuld verder stijgen .

Ook niet zonder risico is de hardere lijn die Abe zegt te willen volgen in territoriale geschillen met China en Zuid Korea. In een vraaggesprek zei hij gisteren dat hij de relatie met China wil verbeteren maar ook „met grote vastberadenheid” wil vasthouden aan het door China betwiste gezag van Japan over de Senkaku-eilanden. Tot bezorgdheid in de regio hebben ook Abe’s voorstellen aanleiding gegeven om de defensie-uitgaven te verhogen, het verbod op oorlog voeren uit de grondwet te schrappen, en het mogelijk te maken dat Japan bondgenoten militair steunt, wat nu grondwettelijk verboden is. Het schept in het buitenland een beeld van Abe als fervente nationalist.

Sommigen in China en Zuid-Korea beschreven Abe’s overwinning als terugkeer naar een militaristisch Japan. Een totaal onjuist beeld, zegt Yukihiro Hasegawa, commentator van het dagblad Tokyo Shinbun: „Niemand wil dat Japan een militaristische grootmacht wordt.”

Als het verleden als richtlijn kan dienen, zullen Abe’s nationalistische uitspraken hem niet beletten een pragmatisch beleid te voeren. Twee weken nadat hij in 2006 voor de eerste keer premier werd, bezocht Abe China. Eerder hadden de bezoeken van premier Koizumi aan de omstreden Yasukuni-tempel, waar Japan militairen inclusief oorlogsmisdadigers herdenkt, de verhoudingen tot een dieptepunt doen dalen. Abe's bezoek zorgde oor een kentering.

Per saldo bereikte Abe niet veel. De kans is groot dat de geschiedenis zich herhaalt. De LDP heeft een grote meerderheid in het lagerhuis en kan daarmee zelfs zonder toestemming van het hogerhuis wetten bekrachtigen. Maar politieke verandering leidt in Japan doorgaans niet tot opzienbarende verandering van beleid. Politicologen noemen dit de ‘Japanse paradox’. Dit is deels omdat ook binnen partijen heel verschillend over beleid wordt gedacht. En omdat ambtenaren het initiatief hebben bij het vaststellen van overheidsbeleid.

Dit zijn ook de twee belangrijkste problemen waar de DPJ op stuk liep. Zelfs LDP-leiders beseffen dit. „Dit resultaat betekent niet dat de steun van het publiek voor de LDP zich voor 100 procent hersteld heeft”, zei Abe. „Het is een afwijzing van de laatste drie jaar van politieke verwarring.”